Monumenten en memorials

Deborah-Dwork-profile-imageDe beoogde namenwand in het Wertheimpark houdt de gemoederen in Joods Nederland flink bezig. De Amerikaanse Sjoa-educatie-expert Debórah Dwork kijkt mee.

Twee weken nadat Jacques Grishaver van het Nederlands Auschwitz Comité zijn plannen onthulde voor een Holocaust-namenwand in het Amsterdamse Wertheimpark,  barstte daarover een discussie los. Vijf miljoen euro moet het nieuwe monument gaan kosten. Belachelijk vindt de een, we hebben de Hollandsche Schouwburg toch al? Of zoals NIK-secretaris Ruben Vis vorige week in het  NIW in een opiniestuk schreef: ‘Voor dode  Joden is altijd geld… Liever vijf miljoen voor Joodse dagscholen, dat is levend jodendom.’ Maar er zijn ook mensen die het initiatief van Grishaver een warm hart toedragen zoals u deze week kunt lezen in de ingezonden brievenrubriek.

Het NIW sprak met de Amerikaanse historica Debórah Dwork, een autoriteit op het gebied van de Sjoa en Sjoa-educatie. Dwork is hoogleraar Holocaust History en directeur van het Strassler Center for Holocaust and Genocide Studies aan Clark University, Massachusetts. Samen met Robert Jan van Pelt schreef zij de standaardwerken Holocaust, een geschiedenis, Auschwitz en Kinderen met een gele ster. Hoe kijkt zij – als deskundige op afstand – aan tegen het initiatief van het Nederlands Auschwitz Comité?

„Ik moedig mensen altijd aan in een discussie een stap terug te nemen. Vergoot je blikveld. Stel nou dat er genoeg geld zou zijn voor alle plannen? Waar draait de discussie dan om? Is het bijvoorbeeld de locatie of schuilt er überhaupt een soort onvrede bij de gedachte aan een nieuw monument,” zegt Dwork tijdens het telefonische interview. De Amerikaanse hoogleraar gelooft niet zozeer in het gevaar van te veel Holocaustmonumenten in algemene zin. „Maar,” zo voegt ze er op felle toon aan toe: „er kunnen wel te  veel slechte monumenten zijn. Dan heb ik het over monumenten die ons als samenleving niet verder helpen om het gesprek te blijven voeren. Een monument puur omdat we een monument nodig hebben. In het Engels heb je ook twee verschillende woorden: monument en memorial.” Als voorbeeld geeft ze de namenwand van het Vietnam Veterans Memorial in Washington. „Dat is zo’n bijzonder monument. Ten eerste zijn de namen op chronologische en niet op alfabetische volgorde geplaatst. Het laat het voortdurende verlies van leven zien. En ten tweede is de muur heel erg gepolijst, waardoor het werkt als een spiegel; je ziet jezelf erin. Het monument staat voor de Vietnamoorlog, maar het staat ook voor ons, hier en nu.” Het even verderop gelegen The Three Soldiers, een bronzen standbeeld van drie jonge Amerikaanse Vietnam-soldaten, kan haar minder bekoren. „Vreselijk, dat is nu precies zo’n slecht monument waar ik het over had. Het doet niks met de bezoekers. Het geeft alleen een heroïsch beeld van de oorlog.”

Over ons eigen Spiegelmonument Nooit meer Auschwitz is Dwork zeer te spreken. „Ook weer een voorbeeld van een zeer geslaagd monument. De manier waarop de lucht wordt gereflecteerd, de link die daardoor wordt gelegd tussen toen en nu. Het zet aan tot nadenken. Ik vind het geweldig. En dat is precies de kern  waar het om draait met het beoogde nieuwe namenmonument in het Wertheimpark. Als het de samenleving, Joden en niet-Joden, laat nadenken over de verschrikkingen van toen, dan is het absoluut een verrijking; laten we het dan omhelzen. Maar als dat niet het geval is, als het een monument is omdat we er een moeten hebben, dan zou ik er geen cent aan uitgeven.”

Prijskaartje

Het is volgens Dwork niet vreemd dat er een grote discussie ontstaat rondom de plannen: „Er is vaak gesteggel over monumenten, zowel binnen als buiten Joodse gemeenschappen. Vaak zit er een politieke reden achter. Kijk naar Israël. Onlangs werd in Tel Aviv een monument onthuld voor homoseksuele slachtoffers van de Holocaust. Ook dat leidde tot felle discussies. Dus Amsterdam is geen uitzondering.”

Dwork kan zich voorstellen dat er mensen zijn die vallen over het idee van de namenadoptie. Voor 50 euro kan iedereen die dat wil een naam op het nieuwe monument adopteren, en daarmee de bouw ervan sponsoren. „Het identificeren met de slachtoffers van de Holocaust is belangrijk om de tragedie te begrijpen. Maar het is niet slim om daar een prijskaartje aan te hangen, om die emotionele identificatie in geld uit te drukken. Mensen kunnen zich onder druk gezet voelen: ik móét voor mijn vermoorde familieleden betalen. Als ze ervoor kiezen om dat niet doen, kunnen ze zich schuldig of gierig voelen. Het getuigt niet van goede smaak. Ik had het niet zo gedaan.”

Een echt oordeel over de beoogde namenwand kan pas gegeven worden als het ontwerp bekend is, zo meent Dwork. „Dan kan je inschatten wat voor impact het zal hebben op de samenleving en de omgeving.”

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*