Misbruikzaak Cheider

De afgelopen week publiceerde De Telegraaf over de vermeende misbruikzaak. Het NIW, dat vorig jaar juni en november ook schreef over de zaak, zet naar aanleiding van de verschillende Telegraaf– publicaties enkele nieuwe ontwikkelingen op een rij.We hebben alles precies volgens wet- en regelgeving en het geldende protocol afgehandeld,” verklaart opperrabbijn Binyomin Jacobs, vice-voorzitter van het schoolbestuur over de vermeende misbruikzaak. In de publicaties staat onder andere dat ‘Nederland’ een rechtshulpverzoek deed aan ‘justitie in Israël’. De 25-jarige docent, die gedurende twee jaar les gaf aan het Cheider, vertrok naar Israël nadat hij in juni 2012 werd geschorst wegens ‘ongepast grensoverschrijdend gedrag’ richting een 16-jarige leerling. Het Openbaar Ministerie wil tegenover het NIW niets over een eventueel rechtshulpverzoek zeggen. De advocaat van de docent, Geert-Jan Knoops, verklaart echter dat het OM hem heeft laten weten dat er ‘geen rechtshulpverzoek is gedaan’. Hetzelfde verklaart het OM in een mail aan Jacobs. Jacobs: „Nadat ouders van een leerling zich tot ons wendden, hebben we dat binnen een paar uur gemeld bij de vertrouwensinspecteur van de Onderwijsinspectie en binnen 24 uur, of iets daaromtrent, bij de zedenpolitie. De dag na de melding hebben we de docent direct uitgenodigd op school en heb ik hem samen met een ander lid van de schoolleiding uitgelegd waarom hij geschorst is. Dat is niet niks. Daarmee plak je een etiket op iemand. Dat doe je niet zonder dat goed af te wegen. We hebben primair een verantwoordelijkheid voor leerlingen maar ook een verantwoordelijkheid richting een werknemer.” De docent in kwestie heeft overigens steeds ontkend, zegt Jacobs.

Communicatie

Bronnen binnen het Cheider laten het NIW weten dat onder een aantal ouders van leerlingen op de orthodox-Joodse school onvrede bestaat over de wijze waarop door het schoolbestuur indertijd is gecommuniceerd over de kwestie. Zo informeerde het schoolbestuur de ouders drie dagen nadat de docent werd geschorst, op de avond voordat een publicatie over de kwestie in NRC Handelsblad verscheen. Het betrof een algemene mail aan alle ouders van de school. Daarin stond verder niet tot wie ouders zich konden wenden als zij wilden praten over de kwestie. Ouders van kinderen die bij de betreffende docent in de klas zaten kregen geen aparte mail over de schorsing en de reden daarvoor. „Op advies van de Onderwijsinspectie hebben we de schorsing niet direct gemeld bij de ouders. We mogen geen namen noemen, ook niet in een dergelijke mail aan ouders,” reageert Jacobs. „Heel kort nadat we de mail verstuurden, kregen we een telefoontje van de NRC. Dat is de volgorde waarin het is gegaan. Verder weten ouders ons heel goed te vinden als ze ergens over willen spreken. Diverse leden van de schoolleiding hebben ook mensen gesproken. We zijn geen multinational.” De ouders geven verder aan dat de school niet enkele weken had moeten wachten met het doen van aangifte. Jacobs: „Dat is gebeurd in overleg met de Onderwijsinspectie. Op de precieze reden waarom we hebben gewacht kan ik vanwege de vertrouwelijkheid niet ingaan,” zegt Jacobs. De Onderwijsinspectie geeft geen commentaar op de zaak omdat het hier gaat om een zaak van de Vertrouwensinspecteur. Intussen hebben ouders van een leerling een claim ingediend bij het schoolbestuur omdat de school de zaak in de doofpot zou hebben proberen te stoppen. Jacobs: „Die beschuldiging is absoluut ongegrond. Ik kan niet ingaan op de inhoud van de claim, maar we maken ons er in ieder geval geen zorgen over. We hebben zorgvuldig gehandeld.” Het OM geeft aan dat naast de aangifte door de school van ‘ontucht’ ook verschillende ‘mel- dingen’ door ouders zijn gedaan. Over de aard en inhoud van deze meldingen wil het OM niets kwijt. De Amsterdamse zedenofficier houdt zich bezig met het nog lopende onderzoek.

Israël

De docent woonde eerder in Israël, in ieder geval in 2009, en gaf toen les aan de twee vestigingen van De Nederlandse school in Israël. Hij keerde terug naar Nederland waarna hij in 2011 begon les te geven aan het Cheider. Na zijn schorsing aldaar vertrok hij in 2012 opnieuw naar Israël. De Telegraaf meldt dat de betreffende docent de afgelopen tijd in Israël privéles gaf aan kinderen. Onbekend is via welke instanties of welke andere wegen hij dat zou hebben gedaan. Nicolette Rijks, bestuurslid van De Nederlandse school in Israël, vertelt dat hij na zijn komst in 2012 in ieder geval geen les heeft gegeven aan de school. Maar is in de jaren dat hij wel lesgaf ooit iets voorgevallen? „Absoluut niet. Hij werkte ook altijd met twee leraren naast zich.” De school biedt ook privéles aan maar de betreffende docent heeft dat nooit gedaan. „In ieder geval niet via onze school,” aldus Rijks. Advocaat Knoops schrijft in een persverklaring dat de aantijging een ‘gerucht’ is en dat zijn cliënt ‘volledige medewerking’ heeft verleend aan onderzoek door het Cheider. Verder liet de betreffende leraar al in april 2012 weten dat hij einde van het schooljaar ontslag wilde nemen wegens emigratie. Ondanks de schorsing in juni werd hem door de school op 22 november ‘eervol ontslag’ verleend, verklaart Knoops, die niet beschikbaar is voor verder commentaar. Jacobs: „De leraar is nooit door ons ontslagen omdat hij eerder al zelf zijn ontslag heeft ingediend. Hij is doorbetaald tot aan zijn ontslag conform de cao Primair Onderwijs, die bepaalt dat je een werknemer moet doorbetalen gedurende een schorsing. Voor zover mij bekend eindigde het dienstverband op 1 augustus en niet op 22 november.” Knoops stelt verder dat het vertrek van de docent naar Israël niets te maken heeft met de aangifte. „Van vlucht is géén sprake,” aldus Knoops. Jacobs laat weten dat hij daar ook van uitgaat en voegt eraan toe: „Ik vind intussen dat het onderzoek van het OM erg lang duurt. We smachten naar duidelijkheid.”