Mijn masker is afgezet

Jessica MeijerVoor het verdriet van schrijfster Jessica Meijer was weinig ruimte toen haar beroemde vader Ischa achttien jaar geleden overleed. Zonder dat iemand het wist ontwikkelde ze een ernstige eetstoornis. Ze schreef erover in haar debuutroman Een blik jodenkoeken

Ieder kind dat een ouder verliest heeft verdriet. Voor jou was dat extra moeilijk omdat je, na de dood van je beroemde vader, steeds ongevraagd aan hem herinnerd werd.
Ik werd niet alleen onverwacht met hem op tv geconfronteerd; mensen begonnen ook uit het niets over hem te praten. Heel pijnlijk voor mij. Hoewel ik nu ook inzie dat ik niet in staat was om op dat soort opmerkingen te reageren. Zijn dood was een trauma voor me, en als dat aangeraakt werd deed het zoveel pijn dat ik onmiddellijk afstand nam. Ik klapte dicht.

Vind je dat je daar verantwoordelijk voor was? Je was toch een kind?
Ook een kind kan zeggen dat het iets niet wil, of onprettig vindt. Alleen ík kon dat toen niet. Sommige incidenten, zoals mijn tandarts, die heel abrupt over IM begon (het boek dat ‘weduwe’ en auteur Connie Palmen over Ischa schreef), kon ik in ieder geval nog met mijn moeder bespreken. Andere niet, zoals een opstel over de dood, dat ik op school moest schrijven. Door het allemaal zo ver mogelijk weg te stoppen kon ik het vergeten: een overlevingsstrategie. Ondertussen weet ik dat wegdrukken geen zin heeft. Het is beter om over zulke dingen te praten.

Je wist ook niet dat dat boek over je vader gepubliceerd zou gaan worden.
Ik kan me niet herinneren dat Connie ooit heeft gezegd dat ze een boek over mijn vader aan het schrijven was. Maar zowel het feit dat ze het schreef als de details, die niemand wat aangingen, waren erg confronterend voor me. Ik heb haar lange tijd niet kunnen zien. Ik was – misschien té – boos en heb de deur dichtgegooid. Wat niet wil zeggen dat ik in dit boek naar wie dan ook met de vinger wijs. Ik heb alles zo willen opschrijven dat lezers hun eigen oordeel kunnen vormen over wat er is gebeurd.

Een deel van de overlevingsstrategie die je ontwikkelde was de eetziekte boulimia, die je tot in de kleinste details beschrijft.
Boulimia is geweld tegen jezelf, complete zelfdestructie. Daarom heb ik het hele proces van eten en overgeven in het boek beschreven, met alle pijn die daarbij komt kijken. Want met de ziekte doe je jezelf fysiek enorm veel pijn. De cyclus van eten-overgeven- eten-enzovoort is een steeds terugkerend pijnlijk proces, waar een verslavend element in zit. Ik heb mezelf er lichamelijk mee uitgewoond.

Is die ziekte het hoofdonderwerp van het boek?
Ja. Ik wilde boulimia een stem geven, omdat er nog te veel taboe omheen hangt. Mensen weten er te weinig van en ik wilde kenbaar maken wat zo’n ziekte inhoudt. Het begint met een keertje onschuldig je vinger in je keel steken en beheerst uiteindelijk je hele leven. Pijn van vroeger, zoals verlaten worden, herhaal je met de pijn die je jezelf aandoet door de ziekte. Ik probeer uit te leggen hoe diepgaand zo’n proces is, en dat kon niet zonder de achterliggende factoren te geven, zoals het verlies van mijn vader toen ik tien was. Zijn dood was voor mij de belangrijkste trigger. Ik kon het verdriet niet verdragen, begon me af te sluiten en vond veiligheid en controle in boulimia.

Lees verder in NIW 29