Menoraparade

De stichting Chabad Flevoland hield woensdagavond een optocht van auto’s met speciaal daarvoor gebouwde menora’s op het dak. „We willen de boodschap van Chanoeka uitdragen in de straten van Flevoland.

Door: Jaron Beekes

Op woensdagavond 27 november, de eerste avond van Chanoeka, lichten de straten van Flevoland even op. Een parade van twaalf auto’s rijdt van Almere naar Lelystad met op het dak speciale ‘auto- menora’s’. Het NIW sprak, daags voor de optocht, met initiatiefnemer rabbijn Moshe Stiefel van de Joodse Gemeente Almere.

„Het is heel bijzonder,” vindt Stiefel. „Dit soort parades worden over de hele wereld gehouden, vooral in Israël en de VS, maar ook in Australië en Rusland. Maar dit is, voor zover ik weet, de eerste keer in Nederland. Ik heb jaren geleden weleens in mijn eentje rondgereden met een auto-menora, maar dit is de eerste georganiseerde parade.”

Sigarettenaansteker

Wat is dat eigenlijk, een auto-menora? „Het is een grote, negenarmige kandelaar van hout met elektrische lichten, die op de sigarettenaansteker van de auto kan worden aangesloten,” zegt Craig Aronowitz, een van de vrijwilligers die de menora’s bouwt. „Het geheel wordt met sterke zuignappen op het dak van de auto bevestigd. We hebben getest of het wel stevig genoeg zit en het is volkomen veilig.”

Zoals ieder jaar was er woensdag eerst een bijeenkomst voor het stadhuis van Almere, waar een grote menora werd aangestoken. Daarna reed de lichtgevende stoet naar het stadhuis van Lelystad, waar nog een viering plaatsvond.

Rabbijn Stiefel: „We zijn met twaalf auto’s. Ons doel was minimaal tien, niet om minjan te maken, maar gewoon als streefgetal. Kijk, met drie of vier auto’s heb je geen optocht. Ik denk dat het wel indruk maakt, zeker wanneer het donker is. We zijn nog bezig met een vergunning voor speakers met muziek en korte boodschappen over wat Chanoeka betekent. We gaan ervan uit dat de gemiddelde Flevolander dat niet weet.”

Boodschap

Het is geen toeval dat de parade wordt georganiseerd door de Stichting Chabad Flevoland. De orthodoxe stroming Chabad staat wereldwijd bekend vanwege zijn activiteiten om Joden die weinig of geen affiniteit met het geloof hebben weer met het jodendom in contact te brengen, de zogeheten outreach-programma’s. Rabbijn Stiefel: „Wat we over de hele wereld doen met openbare Chanoekavieringen, bij stadhuizen en op pleinen, is licht brengen in de duisternis. Dat is niet een specifiek Joodse boodschap, het is van toepassing op alle volkeren. Met een viering bij het stadhuis komt daar een aantal belangstellenden op af, maar met zo’n parade bereiken we hopelijk nog veel meer mensen. Het is hetzelfde idee, maar we gaan een stapje verder. Een tweede doel is dat Joodse inwoners dit zien en misschien besluiten thuis ook een menora aan te steken.

Hoe zit het eigenlijk met de Joodse gemeenschap in Flevoland? „We zijn een jonge gemeente,” legt rabbijn Stiefel uit. „Toen ik hier zestien jaar geleden kwam, was de gemeente net een paar maanden opgericht, door drie man. Vermoedelijk heeft Almere tussen de 500 en 1000 Joodse inwoners, maar de meeste daarvan zijn niet actief. We hebben nu contact met ongeveer 150 gezinnen, de rest proberen we onder andere met zo’n parade te bereiken.”

Het aansteken van een grote menora voor het stadhuis is, zoals in veel steden, een traditie in Almere die zich ieder jaar herhaalt. Daardoor begint ook de belangstelling wat af te nemen. „Met deze actie willen we het weer nieuw leven inblazen. Je moet steeds met nieuwe ideeën komen om de aandacht op je te vestigen. Als het een positieve indruk maakt, zijn we van plan het volgend jaar weer te doen.”

Over één ding twijfelt Stiefel vlak voor de optocht nog: mogen op de eerste Chanoeka- avond álle lichtjes van de chanoekia aan? „Als je alleen de sjamasj en het eerste lichtje aansteekt, maakt het natuurlijk minder indruk dan wanneer de hele menora brandt. Daarover moet ik me nog beraden bij collega’s.”

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*