De (her)ontdekking van de LiRo Bank

YoeriAlbrecht11Op een regenachtige herfstdag in 1997 had ik afgesproken met een studievriend uit Leiden. We zouden koffiedrinken op het Spui in Amsterdam. Hij kwam binnen met een plastic Albert Heijn-tas in zijn hand. Er zat een stapel kaarten in, systeemkaarten zo te zien. „Jij bent historicus,” zei mijn vriend: „Weet jij wat dit zijn? Ik heb ze gevonden op de zolder van het kantoorpand dat ik zojuist gekocht heb. Er staan daar stalen kasten vol met die dingen.” Boven aan de kartonnen kaarten stond in getypte letters Herrnl. Jüd. Gut, datum: 28-6-43. Dat was duidelijk, dit waren lijsten met geroofd Joods goed.

Later die middag haalden we nog meer kaarten op uit het statige pand aan de gracht, waarin tot kort daarvoor het Agentschap van het ministerie van Financiën gehuisvest was geweest. Ik schreef aan de hand van die kaarten en mijn eigen onderzoek daarna twee stukken voor weekblad Vrij Nederland, waar ik toen werkte.

Het uitplunderen van de Joodse Nederlanders zat verdomd goed in elkaar

De ontdekking van het vergeten archief van de Duitse roofinstelling Lippmann-Rosenthal en Co (LiRo), want daar ging het hier om, deed in de weken daarna veel stof opwaaien. De oorspronkelijk Joodse bank aan de Amsterdamse Sarphatistraat was in de zomer van 1941 door de bezetter onder beheer gesteld en tot het verzamelpunt voor Joods kapitaal gemaakt. Door gebruik te maken van de vertrouwde Joodse naam wekten de Duitsers bij hun slachtoffers de verwachting dat geld en bezit in goede handen waren als de eigenaren naar het Oosten werden afgevoerd. De slachtoffers brachten hun geld zelf. Het uitplunderen van de Joodse Nederlanders zat verdomd goed in elkaar.

De roofzuchtige en onmenselijke instelling van de nazi’s was wel bekend. Maar uit de LiRo-stukken bleek ook wederom heel duidelijk de betrokkenheid van Nederland en Nederlandse instellingen. De Nederlandse Bank en het Gemeente Archief, zo bleek uit de systeemkaarten, hadden geroofde goederen gekocht. De misdadige onverschilligheid en inhaligheid die de Nederlandse overheid tentoonspreidde, zowel tijdens als na de oorlog ten opzichte van schadeclaims en a#andeling van openstaande rekeningen van gas(!) water en belastingen van weggevoerde Joden, werd in al zijn hardvochtigheid duidelijk. Archieven bleken voortijdig vernietigd, claims van de weinigen die terugkeerden werden niet behandeld maar de openstaande rekeningen bij overheidsdiensten werden wel degelijk geïnd. Niet verwonderlijk dat toenmalig minister van Financiën Gerrit Zalm op het punt heeft gestaan om af te treden. Maar dat heeft hij weten te voorkomen. In een late uitzending van een actualiteitenprogramma bood hij onomstotelijk zijn excuses aan. Dat hielp zijn positie.

Zijn tafelgenoot die avond in de studio was de schrijfster Andreas Burnier. Burnier had mij eerder die middag gebeld. Wij waren al vele jaren zeer goed bevriend. Ze wist natuurlijk dat ik de archieven gevonden had en er in Vrij Nederland over geschreven had. Ze was uiterst erudiet, maar enigszins bang voor de pers, en als zij aarzelde over haar omgang met de pers belde ze vaak. Burnier was nu gebeld door de tv met de vraag of ze tegenover Gerrit Zalm wilde zitten. Dat wilde ze eigenlijk niet. Maar al pratende kwam het idee op dat het geld dat Andreas Burnier zocht voor een op te zeten leergang Joods Cultureel Erfgoed wellicht bij het ministerie van Financiën gezocht kon worden. Die avond achter de coulissen van de studio beloofde Zalm aan Burnier zonder enige aarzeling ruime financiële ondersteuning voor Joodse instellingen. Wat dat betreft heeft de Nederlandse overheid toen voor de verandering wel woord gehouden.

Een Joods instituut dat met de Maror-gelden, die het gevolg waren van deze geschiedenis, wordt ondersteund is het NIW, dat 150 jaar bestaat; het is twee keer zou oud als Vrij Nederland. Een felicitatie waard.

YOERI ALBRECHT

Yoeri Albrecht is journalist en directeur van De Balie, waar het NIW op 18 november een speciale avond houdt ter ere van het jubileum.

Het NIW bestaat dit jaar 150 jaar en is daarmee het oudste opinietijdschrift van Nederland; een felicitatie waard. Tot eind december zal een keur aan bekende en bijzondere Nederlanders aan de hand van een persoonlijke anekdote ons NIW en u als lezer mazzeltof wensen met het behalen van deze mijlpaal.

 

 

2 Comments

  1. Er is nog zo veel niet uitgesproken uit die inktzwarte periode uit de mensheid!
    Ik vraag me al af zolang ik kan nadenken hoe zoiets mogelijk geweest is als de Shoah en hoe een beschaafd volk als de Duitsers zichzelf toeliet zo diep te zinken.
    Maar ook hoe snel men deze duistere periode aan het vergeten is en aan het verdringen is!
    Hier nog zo’n bedrijf uit Duitsland!
    http://www.chbeck.de/Degussa-Dritten-Reich/productview.aspx?product=12754

  2. Kleine correctie: het gebouw in de Sarphatistraat was een kantoor van de Amsterdamsche Bank. De door de Duitsers overgenomen bank Lippmann, Rosenthal & Co. zat in de Nieuwe Spiegelstraat. De lokbank van de LiRo werd door de Duitsers in de Sarphatistraat ondergebracht.

    De straat heette destijds overigens Muiderschans, omdat Sarphati overduidelijk een joodse naam was.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*