Mandela’s vrienden

MandelaDe man die met de hulp van prominente Joden de apartheid hielp verslaan had een brede vriendenkring met vooraanstaande Joodse advocaten maar ook de Libische dictator Khadafi.

Nelson Mandela was van 1994-1999 de eerste zwarte president van zijn land, nadat hij in 1990 na 27 jaar gevangenschap werd vrijgelaten en samen met president De Klerk de apartheidspolitiek beëindigde. Hij is een van de weinige staatslieden over wie ook na diverse biografieën geen schandalen of bastaardkinderen tevoorschijn zijn gekomen.

De Joden van Zuid-Afrika waren niet de belangrijkste activisten, maar wel ‘prominent aanwezig’, aldus David Saks, auteur van Jewish Memories of Mandela, waarin hij het Joodse aandeel in de strijd van Mandela tegen de apartheid, al vanaf de vroege jaren 60, beschrijft. Een bovengemiddeld percentage van de Joden steunde Mandela’s kruistocht tegen het racisme, hoewel de meeste Joden afzijdig bleven, ‘opvallend stil, dociel en welvarend’. De Joodse meerderheid distantieerde zich van de activisten, vanuit een gevoel van onveiligheid en uit angst voor antisemitische reacties. De bindingen tussen de Joden en Mandela waren sterk, maar ze ontplooiden zich op individuele basis en gingen niet uit van de hele gemeenschap.

Zo had je Joe Slovo (1929-1995), een communistische leider die een vitaal aandeel had in de doorbraak in de onderhandelingen over het einde van de apartheid; Nat Bregman, een Joodse communist, was Mandela’s eerste blanke vriend; Harry Schwarz fungeerde als advocaat tijdens het grote Rivonia-proces van 1963-4, waarbij Mandela levenslang kreeg; Lazer Sidelsky gaf hem in de jaren 40 zijn eerste baan als klerk, toen dat nog ongehoord was bij zwarten; Arthur Goldreich verborg Mandela en andere ANC-leiders op zijn boerderij in Rivonia, waar ze uiteindelijk werden opgepakt; de activiste Ruth First werd in 1982 met een bombrief gedood door de geheime dienst van Zuid-Afrika. Maar – en dit onderstreept de paradox in de verhoudingen – de aanklager in het proces tegen Mandela, Percy Yutar, was óók Joods. Hij werd ‘gemotiveerd door de wens om de status van de Joodse gemeenschap op te vijzelen door te demonstreren dat niet alle Joden communisten en subversieven waren’, aldus Saks. Mandela werd in zijn jonge jaren overigens geïnspireerd door Menachem Begins Revolte, dat over zijn strijd tegen de Britten gaat. In 1992 heeft Mandela zelfs officieel bedankt voor de bijdragen van de Joodse gemeenschap in zijn land.

Problematisch

Maar niemand is heilig. Mandela was bevriend met de Libische dictator Kadhafi en hij noemde Arafat bij herhaling zijn ‘wapenbroeder’. ‘Madiba’ identificeerde zich sterk met de Palestijnen en vergeleek de strijd van het ANC met de Palestijnse strijd tegen de Israëlische bezetting. Hij noemde de Gazastrook, West Bank en Golanhoogte ‘Arabisch gebied’. In 1990 was Mandela bij een conferentie in Noorwegen, ‘Anatomie van de Haat’, waarbij Elie Wiesel hem vroeg hoe hij dacht over de VN-resolutie ‘Zionisme = racisme’, en hoe hij het zionisme zag. Zijn antwoord: „Als zionisme betekent het recht van de Joodse Staat om de gebieden die ze veroverden vast te houden (…) als de Joodse staat weigert de Arabieren in [die] gebieden het recht op zelfbeschikking te geven; als protesten van jonge Arabieren brutaal worden onderdrukt, dan veroordelen we het zionisme natuurlijk in de krachtigste bewoordingen. Maar als zionisme, zoals ik het zie, over de strijd van het Joodse volk voor hun nationale tehuis gaat en over hun eigen staat met veilige grenzen (…) willen we [dat zionisme] allemaal steunen.”

En zo is er meer. Hij noemde Bin Laden begin 2002 eerst een terrorist, maar nam dat onder Arabische druk weer terug en zei dat hij ‘eerst nog een proces’ moest krijgen. Hij deed pro-Palestijnse uitspraken, maar bood er later weer zijn excuus voor aan tegen Joodse leiders. Hij verdedigde zijn discutabele vriendschappen pragmatisch: zijn houding tegenover ieder land werd ‘bepaald door de houding van dat land jegens onze strijd’ – en Israël was een van de weinige landen die betrekkingen bleef onderhouden met het apartheidsregime. Een Joodse leider verweet Mandela eens ‘een zekere graad van amoralisme’, omdat hij schendingen van mensenrechten negeerde van leiders uitsluitend omdat ze het ANC steunden. Mandela zei daarop dat zwarte Zuid-Afrikanen ‘geen tijd hadden om naar interne zaken van andere landen te kijken’ – Israël vormde kennelijk een uitzondering op die regel. Het valt op dat Israëli’s doorgaans minder nerveus op Mandela’s uitspraken reageerden dan Amerikaanse Joden, misschien omdat de verhouding tussen zwarten en Joden in Israël geen issue is.

Je kunt Mandela niet op antisemitische uitspraken betrappen. Hij stond kritisch tegenover de bezetting van Palestijnse gebieden; verder was hij, altijd op zoek naar steun, niet kieskeurig in het verzamelen van vrienden. Maar het eerste gebedshuis dat hij na zijn inauguratie bezocht was de grote synagoge in Kaapstad. De verhouding tussen Mandela en de Joden is geen zwart-witverhaal.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*