Love & Peas

Love & PeasBij het betreden van de Weimarstraat wordt mijn aandacht meteen getrokken door een uitzonderlijk tafereel. Halverwege de winkelstraat wapperen twee Israëlische en twee Palestijnse vlaggen zij aan zij in de Haagse zeebries. Ik ben op weg naar Love & Peas, het zoveelste tentje dat inspeelt op de culinaire hype van 2015: verse choemoes. Maar hier is iets speciaals aan de hand: het zaakje wordt gerund door een Israëli en een Palestijn. 
Als er één gerecht modelstaat voor het Israëlisch-Palestijnse conflict, dan is het choemoes. Ooit het exclusieve volksvoedsel van de Palestijnen, maar vervolgens geannexeerd door Israël en als het zo doorgaat binnenkort even makkelijk geclaimd als typische Hollandse kost. En waarom ook niet, denk ik bij mezelf, terwijl ik op de vlaggen afloop. Waarom zou iets wat je beiden liefhebt niet tot wederzijds begrip kunnen leiden? Aangekomen bij de vlaggen blijken die curieus genoeg te horen bij een tweedehands fietsenzaak, die gesloten is. Met het onbestemde gevoel dat Ralph Inbar elk moment vanuit een zijsteegje kan opduiken, loop ik verder richting een lonkende regenboogvlag met daarop het woord ‘peace’. Natuurlijk! Het coëxisterende culinaire duo bij uitstek, de Joods-Israëlische kookboekenschrijver Yotam Ottolenghi en zijn Palestijnse sidekick Sami Tamimi, is immers ook van de mannenliefde. Maar nee. De vlag wappert boven een wijnwinkel annex atelier. Dit zou weleens een heel vreemde middag kunnen worden.
Love & Peas blijkt schuin aan de overkant te zitten. Hier geen vlaggen, zelfs geen davidsterren, halve manen, vredesduiven of overige boodschappen van sjalom en salaam. Slechts twee uit kartonnen dozen geknipte bordjes, met plakband achteloos achter het raam geplakt, bevestigen dat ik goed zit. Op het eerste bordje staat ‘love’, op het tweede ‘peas’. Een afschuwelijke woordspeling en eentje met een baard bovendien. In Israël verkopen ze zelfs T-shirts met als opdruk: ‘All we are saying is give peas a chance’.
Het restaurant is ingericht met een allegaartje aan tweedehands meubels en retro jaren 70-motiefjes. De muren zijn leeg. Het is er stil. Geen muziek, geen klanten. Ik maak kennis met Yuval, de Israëlische chef en Muawi, zijn Palestijnse zakenpartner. Ze vertellen opgewekt dat Den Haag massaal uitloopt voor hun gerechten, die Palestijnse namen hebben. Alles is vegetarisch, zodat iedereen zich er thuis kan voelen. Want dat is hun motto, vertelt Muawi, die gezellig naast me komt zitten: „Ons eten brengt mensen samen, de Palestijnse keuken is er voor iedereen.” De reacties zijn zonder uitzondering positief, vertelt Yuval trots. Aan de overkant heeft een fi etsenboer zelfs speciaal Israëlische en Palestijnse vlaggen opgehangen. Ik laat me de mashaoshe (een lauwwarme, grove choemoes), falafel qudsi (een enorme falafelbal, gevuld met rode ui) en tehiniye (een stugge techina met groene kruiden) goed smaken en praat ondertussen met Muawi over de herkomst van de gerechten. Die zijn Palestijns, al maakt dat natúúrlijk niets uit. Yuval knikt. Op Muawi’s wang landt een mug. In een reflex sla ik Muawi in zijn gezicht. Geschrokken van mijn eigen actie wijs ik op de mug, die ik heb gemist en naar de muur is gevlucht. Ik wil opnieuw uithalen, maar Muawi houdt me tegen. De Palestijn doet naar eigen zeggen geen mug kwaad, want ‘er zijn grotere problemen’. Ik maak een stuk of vier keer mijn excuses, Muawi zegt dat het goed is, maar ik voel dat het tijd is om te gaan.
De tweedehands fietsenwinkel is inmiddels open. De eigenaar is Kabiru, een Ghanees die onafgebroken de slappe lach heeft. Van Love & Peas heeft hij nog nooit gehoord. Op de vraag waarom hij Palestijnse en Israëlische vlaggen boven zijn ingang heeft hangen, loopt hij naar buiten en wijst hij naar de naam van zijn zaak: De Reparatiehemel. Op de etalageruit staat: ‘Met de reparatiehemel word je vrolijk en sexy’. Op weg naar mijn auto begin ik gedachteloos John Lennon te fluiten: ‘All we are saying – is give peace a chance.’

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*