Limburg slaat handen ineen

Het Leerhuis Limburg
Het Leerhuis Limburg
Het Leerhuis Limburg

De stichtingen Leerhuis Limburg en Synagoge Meerssen gaan nauwer samenwerken. Maar waarom zijn er überhaupt twee aparte organisaties, in een stadje zonder Joodse gemeenschap? Door: Jaron Beekes.

Het lijkt een typisch geval van Joodse overgeorganiseerdheid. Het Zuid-Limburgse stadje Meerssen heeft een Stichting Leerhuis Limburg, die Joods onderwijs verzorgt en een Stichting Synagoge Meerssen, die het 19e-eeuwse gebouw beheert. Beide organisaties werken nauw samen met de Nederlands-Israëlitische Gemeente (NIG) Limburg. Het lijkt, zacht gezegd, wat overdreven voor een gemeente die naar schatting welgeteld nul Joodse inwoners telt. Een fusie lijkt voor de hand te liggen, maar die wordt afgehouden door de synagoge. Wel is besloten tot nauwere samenwerking, vooralsnog in de vorm van een gemeenschappelijke website. Hoe zit het nu eigenlijk in Meerssen?

De synagoge van Meerssen werd in 1853 in gebruik genomen door een gemeente van destijds zo’n 130 zielen. Na de Tweede Wereldoorlog was er van die kehille nog slechts een enkeling over en de gemeente werd opgeheven. In 1989, na een ingrijpende restauratie, heropende de synagoge als cultureel centrum, beheerd door de Stichting Synagoge Meerssen. Datzelfde jaar nam het Leerhuis Limburg haar intrek in de voormalige sjoel. Deze stichting (de naam is afgeleid van het Hebreeuwse ‘beet hamidrasj’) heeft tot doel Joodse kennis en cultuur te onderwijzen, voor een hoofdzakelijk niet-Joods publiek. Bijzondere aandachtspunten zijn de relatie tot de niet-Joodse omgeving en ‘de Joodse wortels van het christendom’. Het leerhuis organiseert een cursus bijbels Hebreeuws, lezingen over de Joodse geschiedenis van Limburg en vieringen met Chanoeka en Pesach.

Centen

„Het Leerhuis is de belangrijkste huurder van de synagoge,” zegt Johan van de Walle, voorzitter van Stichting Leerhuis Limburg. „Het is eigenlijk bezopen dat er twee aparte organisaties zijn, want we zijn ooit gelijktijdig opgericht, maar op een gegeven moment zijn ze uit elkaar gegroeid. Ik weet daar ook het fijne niet van, ik ben pas een paar jaar voorzitter.” Van de Walle, tevens lid van de NIG Limburg, ziet zijn stichting het liefst fuseren met de Stichting Synagoge Meerssen. „Samen sta je sterker. Ik vind dat voor de hand liggen, maar andere mensen denken daar helaas anders over. Daarom heb ik voorgesteld om op zijn minst te gaan samenwerken.” Ger Kockelkorn, directeur van de Stichting Synagoge Meerssen en oud-burgemeester van Meerssen namens de PvdA, is duidelijker over de reden voor het bestaan van twee aparte stichtingen.

„Het Leerhuis Limburg is gericht op de Joodse godsdienst, cultuur en geschiedenis. Onze taak is primair het gebouw overeind houden. Omdat we daar centen voor nodig hebben, verhuren we het. Maar alleen zolang de voormalige functie en de sfeer geen geweld worden aangedaan. We hebben ook iemand van de NIG Limburg in ons bestuur om te controleren of alles wat wij doen wel kosjer is.” Kockelkorn is behalve directeur van de Synagoge, ook bestuurslid van het Leerhuis, ‘om de contacten soepel te laten verlopen.’ Is het met al deze overlap toch niet logischer om volledig samen te gaan? Kockelkorn: „Nee, dat willen we beslist niet. Wij merkten dat iedereen die op enigerlei wijze geïnteresseerd is in het jodendom, bij de synagoge aanklopte. Maar wij zijn gewoon een beheerstichting. We moeten het religieuze en het seculiere gescheiden houden, anders kan de buitenwereld dat onderscheid ook niet maken. Wij willen een neutraal karakter uitstralen. Het Leerhuis duidelijk niet.”

Tere intellectuelen

Toch is er nu een vorm van samenwerking, namelijk een gezamenlijke website waarop de activiteiten worden aangekondigd (www. leerhuislimburg.eu). Kockelkorn: „Dit is een tegemoetkoming, om iets van de verwarring weg te nemen. Er staan ook gezamenlijke activiteiten op het programma. Concerten, een lezingenserie over de Holocaust, enzovoort. Maar het gaat voorlopig primair om het gezamenlijk opstellen naar buiten toe.”

Van de Walle: „We werken samen, dat is het belangrijkste. Ons bereik wordt daardoor groter.” Hoe groot is dat bereik dan? „Och, het zijn vooral tere intellectuelen,” schampert hij. „Mensen die geïnteresseerd zijn in godsdienstige zaken. En jongeren die moeten, van school. Bij een concert komen vrij veel mensen, bij een lezing tussen de 10 en 60. Het is dus niet zo gek groot, maar het effect van de nieuwe website is onmiddellijk merkbaar. Het gaat de goede kant op, daarom ben ik ook heel tevreden met de samenwerking.” 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*