Liever helemaal geen kunst

Jaron Beekes

Mijn moeder correspondeerde met Marc Chagall. Althans, dat beweert ze bij hoog en bij laag. In werkelijkheid heeft ze, toen ze in de vierde klas van het Maimonides een spreekbeurt moest houden (we schrijven 1969) de Wit-Russisch-Franse kunstenaar als onderwerp gekozen. In haar beste hbs-Frans schreef ze een brief aan de bejaarde Chagall. Of hij de diepere betekenis achter zijn schilderijen even wilde verklaren. Vindingrijk is het wel, dat moet ik mijn moeder nageven. Kom daar nog eens om in tijden dat scholieren hun werkstukken integraal van Wikipedia downloaden. Na een aantal maanden (ze had in- middels haar spreekbeurt moeten houden zonder input van de meester) kreeg mijn moeder antwoord van zijn secretaresse: “Monsieur Chagall is niet geïnteresseerd. Ik verwijs u naar het Musée Stedelijke [sic] à Amsterdam.” Die brief wordt tot op heden gekoesterd.

Vanwaar toch dat gedweep van Joden met Marc Chagall? Je kunt in Buitenveldert en omstreken bijna geen huis binnenlopen of de koeien en de kippen, de rebbes en profeten zweven je om de oren. Een Chagall-reproductie lijkt voor het Joodse interieur even obligaat als een mezoeza aan de deur of een kast met zilveren sjabbesparafernalia. Ik citeer hier graag het gedicht Liever niks (1973) van Gerard Reve. Denk er zelf de sonore basstem bij.

Als ik een doek van Chagall zie,
zie ik terstond een juff rouw met knotjeshaar
die zegt jongens en meisjes dit is dus
wat de schilder als het ware droomt met zijn geestesoog
zoals het uit die viool die speelt opstijgt
en werkelijkheid wordt: de innerlijke
belevingswereld zoals de kunstenaar die ervaart
want dat paard dat vliegt niet echt door de lucht
dat begrijpen jullie wel.
Maar als ik ook iets zeggen mag,
of dat paard echt door de lucht vliegt of niet:
liever helemaal geen kunst dan Marc Chagall.

De zelfbenoemde volksschrijver mag dan een racist, provocateur pur sang en allround nare man geweest zijn, in dit geval snap ik hem wel. Marc Chagall is edelkitsch.

Zelf heb ik een innige haat-liefdeverhouding met zijn werk. Goed, de man mag in zijn jonge jaren een handvol degelijke schilderijen hebben gemaakt en zijn gebrandschilderde ramenzijn indrukwekkend. Maar over het algemeen was hij een middelmatig artiest die het kubisme – en het surrealisme – net niet helemaal begreep, die koketteerde met al dan niet verzonnen sjtetlfolklore en zichzelf tot in den treure herhaalde. Chagall ishet kunsthistorische equivalent van klezmer of gefilte fisj: de sjmalts druipt ervanaf. Je hebt er al snel genoeg van, maar het hoort er nu eenmaal bij, ‘want het is zo lekker Joods’.

Godenbeelden
Maar voor écht Joodse kunst – als zoiets bestaat – kun je beter naar de zinderende kleurvlakken van Mark Rothko (oftewel Markus Rotkovicš) of Barnett (Baruch) Newman kijken. Die zijn spiritueler dan Chagall – beiden beoogden, geïnspireerd door de kabbala, met hun schilderijen een sublieme, religieuze ervaring teweeg te brengen. Abstracte kunst is bovendien, in tegenstelling tot Chagalls vliegende kinderboerderijen, niet in strijd met het tweede gebod. (Ter opfrissing: ‘Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde.’ Al die dieren en meer komen voorbij in Circus Moishe Chagall, om nog maar te zwijgen van zijn vele beeltenissen van onze gekruisigde neef uit Nazaret.)

En toch, altijd als ik in het Musée Stedelijke ben en voorbij Rothko en Newman ben gestiefeld, knik ik even naar Chagalls violist op het dak, als naar een oude vriend in het voorbijgaan. Gewoon, omdat hij erbij hoort. Zoals ik eens in de zoveel tijd ultiem kan genieten van één hap gefilte fisj, en daarna heel lang weer niet.

 

3 Reacties

  1. Mooi Jaron, helemaal mee eens.
    Mijn ervaring met vooral Rothko is er één van een diepe joodse “spirituele/religieuze” natuur (al dekken die woorden de lading niet).

  2. Ik ben nog steeds onder de indruk van het werk dat Chagall in de eerste dagen van de Sovjet Unie voor het Joods theater heeft gemaakt en dat het JHM ca 8 jaar geleden zo indrukwekkend tentoon stelde. Niets kitsch! Maar echt revolutionaire podiumkunst waar het huidige theater nog van kan leren.

  3. Met ontzetting hebben mijn vrouw en ik (zij is een niet-Joodse beeldend kunstenaar) dit stuk gelezen. Wij zijn beiden zeer betrokken op zowel Chagall als Rothko (jarenlange inspiratiebron voor mijn vrouw), wonen niet in Buitenveldert en hebben geen kippen aan de muur -:).
    Om het levensgevoel van waaruit Chagall als boeiend kunstenaar werkte op te hangen aan het cynisme van Reve vinden wij ronduit stuitend. Daarbij komt dat het leven van Rothko via een lange weg van depressiviteit eindigde in zelfdoding. Spiritueel? Wie zal het zeggen. Misschien is een college bij Henk van Os over het sublieme bij Rothko (waarin geen ‘zinderende kleurvlakken’ passen, maar niet-abstracte, diepe verdonkering aan het einde van zijn leven) en zijn visie op Chagall de moeite waard. Is het niet juist de universeel verbeelde eenvoud in het levensgevoel van Chagall dat hem – vooral onder ons als Joden – zo geliefd maakt? Ik kan het cynisme van Reve (b.v. de ezel van Balaam) onmogelijk als verklaringsmodel voor het werk van Chagall zien en concludeer dan ook dat deze column m.i. zowel kunsthistorisch (iconografisch) als spiritueel de plank behoorlijk misslaat. Jammer. Beshalom.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.