Leven met Charlotte

De documentaire Leven? Of theater? over het leven van kunstenares Charlotte Salomon (1917-1943) van filmmaker Frans Weisz gaat op het IDFA (International Documentary Film Festival Amsterdam) in première. Een onthullende film, poëtisch, vol prachtige beelden en interviews die een beeld geven van ‘Lotte’s’ leven. Interview door Achsa Vissel.

Je hebt in 1981 al een film over Charlotte Salomon gemaakt. Hoezo een tweede?
Ik maak films waarvan ik voel dat ze gemaakt moeten worden, of er nou veel of weinig publieke belangstelling voor is. In 1966 wilde ik met Het Gangstermeisje een ‘film to end all films’ maken, mijn eigen Citizen Kane. Later maakte ik films die het tegendeel waren van Het Gangstermeisje, gebaseerd op populaire boeken met hoge oplagen zoals Naakt over de schutting, maar voelde dat ik daarbij op dood spoor raakte. Ik besloot een andere koers te varen en begon met zeer persoonlijk werk. Enkele jaren eerder was ik naar de eerste expositie van Charlottes werk in Nederland geweest.
 
Een memorabel bezoek?
Ik was er min of meer naartoe gestuurd door Hans Rooduijn, die me in de Tweede Wereldoorlog liet onderduiken. Het waren de laatste uren dat de gouaches van Charlotte te zien waren in de Waag, waar destijds het Joods Historisch Museum was gevestigd. Ademloos liep ik door het gebouw, waar alles net zo bovenop elkaar hing als ooit waarschijnlijk in Charlottes kamertje in Zuid-Frankrijk. Tegen sluitingstijd moesten ze me eruit schoppen, anders was ik niet gegaan. Dat kwam niet alleen door de fenomenale kunstwerken maar ook door de opstelling die op een storyboard leek en waar zelfs suggesties bij werden gegeven voor de muziek die je erbij moest neuriën. Daar zit hem ook de herkenning: het was alsof ze met haar kunstwerken een film van haar leven wilde maken. Charlotte bleef in me zitten; er ontstond een verlangen ooit iets met haar te doen. Het resulteerde in de film Charlotte uit 1981.
 
Waarom een documentaire na een cv met uitsluitend drama?
In 2007 kreeg ik een verzoek voor het maken van de film van het Joods Historisch Museum en de Stichting Charlotte Salomon. Hoewel ik eerder speelfilmregisseur ben, gunde ik niemand anders deze opdracht over ‘mijn’ Charlotte. Het is – naast in opdracht gemaakte films – inderdaad mijn eerste lange documentaire. Ik verwachtte dat ik me poedelnaakt zou voelen: je zou je niet, zoals bij speelfilms, kunnen verschuilen achter acteurs en plots. Dat bleek niet te kloppen: bij een documentaire is dat nog veel makkelijker omdat je kunt spelen met de werkelijkheid. Je kunt iemand zelfs weer tot leven wekken: ik heb mijn overleden vader in de film opgevoerd. En met kleurgebruik voor verschillende periodes heb ik de grens tussen werkelijkheid en fictie heel dun gehouden.
 
Hoe groot is de rol die Charlotte in je leven speelt?
Ik kan mijn leven in twee periodes indelen: BC en AC; Before Charlotte en After Charlotte. Het is een onderwerp waarover ik niet ophoud te praten: ooit moest ik er op een studentenvereniging om drie uur ’s nachts aan herinnerd worden dat mijn lezing nu wel voorbij was en dat ze naar huis wilden. Deze film is voor mij de vervolmaking van waar ik bijna veertig jaar mee bezig ben. Het is mijn meest noodzakelijke film. Laatst zei ik tegen mijn vrouw dat het voelt of ik al langer met Charlotte leef dan met haar. Indirect heb ik haar zelfs aan Charlotte te danken: vijfentwintig jaar geleden ontmoetten we elkaar op een bijeenkomst waar ik een lezing gaf over Charlotte. Waarin zit hem de fascinatie voor Charlotte? Ons ultieme doel in het leven is de wereld een millimetertje mooier achterlaten dan we hem hebben aangetroffen; zij heeft dat op een sublieme, uitzonderlijke manier gedaan. Ze begon ermee op een erg dramatisch moment: nadat haar grootmoeder zelfmoord had gepleegd en ze ontdekte dat haar moeder hetzelfde had gedaan. Haar toch al aanwezige neiging tot depressie werd zo sterk dat ze het gevoel had dat ze óf uit het leven moest stappen óf iets buitengewoons doen.
 
Dat geeft te denken over haar geestelijke stabiliteit…
Dat is voor mij geen onbekend verschijnsel. Mijn moeder had last van depressies. Toen ik de scènes aan het draaien was met Brigitte Horney als Charlottes wanhopige grootmoeder die dood wilde gaf Brigitte me tijdens de opnames opvallend commentaar. Ze zei dat het leek of ik die vrouw, de grootmoeder, had gekend. Haar niet, was mijn antwoord, mijn moeder des te meer. Het was of ik in die scènes mijn moeder in kaart aan het brengen was.
 
Je opent de film met de suggestie dat je vader Charlotte ontmoet kan hebben. Hoezo?
Naast het Charlotte-aspect is het maken van deze film ook een manier om dichter bij mijn vader te komen. Ik heb hem toen ik drie, vier jaar oud was voor het laatst gezien. Zijn leven eindigde in Auschwitz. Net als Charlotte kwam hij uit Berlijn, en al was hij van een andere generatie, ooit hebben ze een periode tegelijkertijd in de stad geleefd. Het is theoretisch mogelijk dat Charlotte en mijn vader, die acteur was, elkaar ontmoet hebben op de Kurfürstendamm waar hij bezig was aan een film. Voor mij is het bezig zijn met Charlotte ook een entreebewijs naar een tijd die ik nooit gekend heb, een temps jamais connu.
 
Het verraste me hoeveel mensen in de film aan het woord komen die ‘Lotte’ hebben gekend. Hoe heb je hen gevonden?
Dat is te danken aan de biografe Mary Lowenthal Felstiner. Zij speurde twaalf jaar lang intensief naar mensen die Charlotte gekend hebben en heeft toen nog levende vroegere klasgenoten en buurmeisjes geïnterviewd. Van die informatie heb ik gebruik gemaakt. Voor de eerste film hebben we veel steun en advies gekregen van Charlottes stiefmoeder Paula. Ik voelde me schatplichtig aan haar en veel minder vrij dan bij het maken van deze film. Het lukte ook niet om zonder haar met Charlottes vader Albert te praten. Tot hij me een keer apart nam om me in zijn studeerkamer een schilderij van de tienjarige Charlotte laten zien. Dát was ‘zijn Lotte’. Behalve aan Paula en Mary heb ik ook veel aan anderen te danken. Zo is Batya Wolff van het Joods Historisch Museum van onschatbare waarde geweest voor de documentaire.
 
De film bevat schokkende onthullingen, die een ander licht op Charlotte werpen.
Er zit een bekentenis in uit een brief waarvan Charlottes stiefmoeder Paula ons had gevraagd de inhoud niet te gebruiken, ook al was die officieel onderdeel van Charlottes kunstproject. Nu durf ik dat wel te doen omdat niemand die erbij betrokken was nog leeft. De brief is het leitmotiv, de monoloog die uiteindelijk de hele film bij elkaar houdt. Maar bij Charlotte weet je nooit zeker wat waarheid is of niet; wat leven is of theater. Ze gebruikte verbasterde versies voor de namen van bestaande mensen en schilderde het hakenkruis omgekeerd. Hoewel alles wat ze in beeld brengt op waarheid gegrond lijkt, blijft er ruimte voor fantasie. Voor die vraagtekens blijf ik haar dankbaar.
 
Leven? Of theater? (Life? Or Theatre?) gaat op 19 november om 14.15 in première op het IDFA in Pathé De Munt, zaal 11. Ook te zien op 21 november, 22.30, Pathé De Munt 13. 24 november, 22.00 uur, de Brakke Grond, Expozaal. 27 november, 10.00 uur, Brakke Grond, Rode Zaal. Vanaf april 2012 ligt de film samen met de geremasterde versie van Charlotte als exclusieve dubbel-dvd in de winkels.