Leven in het nu

Daniel Cohen, die samen met  Mischa Cohen de expositie Mijn naam is Cohen maakte, wil niet  per se kunstenaar zijn, maar  mensen ontmoeten.

Auteur: Ted de Hoog

Hoe beïnvloedt je achternaam je identiteit? Heeft  je voor- of achternaam invloed op je leven, op wat  je onderneemt, op de manier waarop mensen naar  je kijken? En pas je eigenlijk wel bij je namen? Dit soort filosofische vragen neigt misschien naar nietszeggendheid en cirkelredeneringen, want je bent zozeer vergroeid met  je voor- en achternaam dat je zelfgevoel zich automatisch aanpast en alles ‘klopt’. Maar dit  geldt niet voor iedereen. Er zijn, bijvoorbeeld,  achternamen met zoveel gewicht dat je je ertoe moet leren verhouden – adellijke namen,  of historisch beladen, of priesterlijke – zoals  ‘Cohen’.

De jonge fotograaf Daniel Cohen en schrijver Mischa Cohen kwamen op de gedachte om 25 Nederlandse Cohennen te vragen hoe hun achternaam in de praktijk inwerkte op  hun omgeving en op henzelf. Dat mondde  uit in een fascinerende expositie in het Joods  Historisch Museum, Mijn naam is Cohen, die  nu, na een verlenging, nog tot 15 april te zien  is, foto’s gecombineerd met tekst, en er is een boekje met een uitgebreidere versie van de  interviews. De verhalen lopen sterk uiteen,  en geen wonder: man, vrouw, kind, agnost, orthodox, ze komen allemaal aan het woord. De een ervaart zijn naam als een ‘bijzondere  kracht’, de ander ‘vertegenwoordigt niemand  behalve mijzelf’, weer een ander haalt na 9/11  zijn naambordje weg, of iemand meldt trots ‘wij zijn al sinds 1600 de Cohennen van Amsterdam’. Het totale beeld is divers en het ontdekken van een rode draad valt bij zoveel verschillende levensverhalen niet eens mee.

Betekenis  

Wat betekent ‘Cohen’ voor de fotograaf zelf? Daniel Cohen (31), freelance fotograaf, heeft  geen simpel antwoord. „Ik draag iets mee.  Mensen denken als ze je naam horen dat je  Joods bent, er hangt veel betekenis aan. Daaraan ontsnap je niet.” Zelf leeft hij niet Joods, en dat deden zijn ouders ook niet, maar zijn Joodse grootvader overleefde Auschwitz. „Hij  dreef na de oorlog in Noordwijk een snackbar-restaurant en hij besloot de traditie niet  meer te volgen. Hij stierf toen ik twaalf, dertien was, dus ik heb de gesprekken die ik had  willen hebben niet kunnen voeren.” Het jodendom ‘fascineert’ Daniel. „Weten waar je vandaan komt, dat is deel van je identiteit, dat zal ik nooit wegstoppen. In dit project  zit mijn denken over die naam. Ik stelde de vraag die ik mezelf stel aan meer mensen, een  vraag die jaren teruggaat. Je vindt mijn zelfportret als het ware verdeeld over de 27 portretten die we hebben gemaakt. Ik maak zelf geen definitieve keuzes. De rode draad van Mijn naam is Cohen wordt gevormd door de diversiteit van al die personen.” Daniel zegt dat  er geen religieuze motieven speelden, ook al  betekent Cohen strikt genomen ‘priester’. „Je moet je verhouden tot zoveel zaken. Cohen, die naam hebben mensen niet in de hand, maar toch moeten ze er wat mee.”

Daniel werd in 1979 geboren in Leiderdorp  en groeide op in een ‘fijn gezin’ in Noordwijk. „Ik woon nu in Amsterdam, een geweldige  stad, en het enige wat ik hier mis is de zee  die ik daar had. Een belangrijke beslissing? Je gaat langs het strand wandelen, de wind  door je haar, en je krijgt helderheid.” In de periode 2001-2008 liep hij stage bij  diverse fotografen, zoals Morad Bouchakour, aangevuld met een jaartje op de Koninklijke  Academie van Beeldende Kunsten in Den  Haag; hij voelt zich vooral autodidact. In de  zomer van 2009 maakte hij het project We  want more, foto’s van artiesten backstage in de Melkweg en Paradiso, tussen hun optreden en de toegift. Daniel legde de artiesten vast, bezweet, vermoeid, uitdagend, kwetsbaar. „Je moet daarvoor eerst overleggen met directies, managers, de artiesten zelf. Je vraagt ze of je op hun meest kwetsbare momenten een foto mag maken, dat is niet niks. Sinead O’Connor is eigenlijk heel schuw, maar toen ik een portfolio met mijn werk had achtergelaten was ze ‘om’, ze belde me vier minuten later op, ik mocht komen fotograferen.”

Soms neemt hij ook een foto niét. „Ik had eens toestemming om Woody Allen te fotograferen. Ik zag hem de trap afkomen, wankel, ondersteund door twee mannen, en ik besloot, dit is niet het moment voor een foto, ik wilde alleen genieten van zijn aanwezigheid. Dat moment pakt niemand me af. Zijn manager zei dat hij zoiets nog nooit had meegemaakt.”

Ontmoeting 

We komen bij de kern van wat fotograferen voor Daniel is. „Ik hoef niet altijd een plaatje te maken. Voor mij is fotograferen vooral een ontmoeting, en die foto komt bijna op de tweede plaats. Ik maak niet te veel plannen van tevoren, ik heb geen voorstelling van wat ik wil doen, ik geef mezelf geen opdracht. Ik mag een persoon ontmoeten, een mens, en zo sta ik ook in het leven: het is zoals het is en ik hoef het allemaal niet mooier te maken.”

„Ik had altijd al een camera in mijn hand, maar ik voelde vanaf het begin dat het me om ontmoetingen ging. Misschien hou ik gewoon wel van mensen.” Hij denkt geruime tijd na. „Als je een foto van iemand neemt leg je iets van de ziel van een persoon voor altijd vast. Dat is de paradox van mijn werk: ik hou van het moment, ik leef in het nu, en toch fixeer ik iets. Toch gaat het in de eerste plaats om de intense ervaring. Fotograferen is de wereld benaderen op jóúw manier. Je hoeft niet iets in beton te gieten.”

Tegenwoordig is iedereen ‘fotograaf’, Daniel erkent het probleem van die branchevervaging. „Fotograferen is niet het maken van een plaatje, maar intens kijken naar de wereld. Ik heb er acht jaar over gedaan voordat ik voor mezelf kon zeggen dat ik een fotograaf was. Ik wist toen: zó wil ik iets vertellen. Maar om me heen zie ik mensen die al voor hun eerste foto hun visitekaartje met de aanduiding ‘fotograaf’ hebben gemaakt. „Hoe kun je jezelf zo’n stempel geven? Je doet een studie filosofie, maar ben je dan ‘filosoof’? We staan op deze aardbol heel moeilijk te doen, maar we zijn allemaal op zoek naar een kern die je nooit gaat bereiken. Het einddoel is open. Ik fotografeer om mezelf en anderen beter te begrijpen. Dat geldt altijd, dus als ik over vijf jaar iets heel anders doe dan fotograferen, ben ik in wezen verwikkeld in hetzelfde traject. Fotografie is in die zin dus geen roeping. Ik wil vanuit mijn buik leven, vanuit mijn intuïtie.”

En hij vervolgt, enigszins verrassend: „Ik voel me geen kunstenaar. Het project bij het JHM gaat over een vraag die ik mezelf steeds stelde, en het etiket dat je er opplakt maakt niets uit. Ik hoef niet iets of iemand te zijn. Weet je, individueel zijn we niet zoveel, stofjes, meer niet. Ik hang nu in een museum, maar ‘ben’ ik dan kunstenaar? Je moet niet iets per se zijn, zoveel stellen we niet voor.”

We praten geruime tijd over de heersende narcistische beroemdheidscultus, de vele talentenshows, reality-tv. „Waarom willen mensen zo graag beroemd zijn? Voordat je iets werkelijk kunt moet je een gevecht met jezelf aangaan. Veel mensen willen iemand zijn zonder ooit een moment werkelijk naar zichzelf te hebben gekeken. Ze zoeken alleen status, willen in andermans ogen iemand zijn. Neem Facebook, alles is ‘leuk’, dat is belachelijk. Waar blijft de ‘niet leuk’-button? Waar is de authenticiteit?”

Dood 

Toen Daniel 22 was kreeg een goede vriend van hem te horen dat hij een tumor in zijn hoofd had. Hij had nog een jaar te leven. „Ik heb op zijn verzoek momenten uit zijn laatste jaar gefilmd. Het was een intens jaar, ik denk nog dagelijks aan hem. Soms gaat iemand belachelijk vroeg dood, het was verschrikkelijk, maar hij aanvaardde in alle openhartigheid zijn lot. Hij was ziek, het wás zo, ik betreur dat het is gebeurd, maar niet dat het kán gebeuren. Ik wil zulke zaken nemen zoals ze zijn. Wat kunnen we anders? We proberen het goed te hebben en we moeten aardig voor elkaar zijn, en of je dertig of tachtig wordt maakt niet zoveel uit, al heb ik wel mijn voorkeur. Waarom zou je piekeren? Je komt elke dag dichter bij de kern. Het gaat nooit om het resultaat, zoals een foto, maar om het proces.”

 

Daniel Cohen

31.8.1979, Leiderdorp 

2001-8 stages bij diverse fotografen 

2006-7 KABK Den Haag 

Exposities: 2009 Melkweg Gallery, Amsterdam 2010 KK outlet Gallery, Londen 2010 V!P’s Art Gallery, Amsterdam, duo-expositie met Jean-Marie Périer Nu te zien: – JHM, Mijn naam is Cohen: november 2011 t/m 15 april 2012 

LJGalerie Amsterdam, We want more & more: febr-mei 2012 Boeken: 

Mijn naam is Cohen, &Cohen uitgevers – We want more, uitgeverij ’djonge hond