De Winter omarmt zijn wraakengel

Foto: Paul Levitton
Foto: Paul Levitton

Hoe krijg je greep op een vijand die je met antisemitische verwijten en leugens bestookt en ook nog wordt vermoord? Leon de Winter heeft het gedaan door er een thriller over te schrijven.

Auteur: Tamarah Benima

Omdat ik er een ontstellende hekel aan heb als een recensent het verhaal inclusief plot uit de doeken doet, zodat je als lezer bijna niet meer verrast kan worden door het boek zelf, wil ik hier de achtergrond schetsen van de noodzaak voor De Winter om dit boek te schrijven. Daarvoor moeten we bijna dertig jaar terug in de geschiedenis. Naar 1984. In dat jaar opende Theo van Gogh de aanval op Leon de Winter. Van Gogh schuwde antisemitische beelden en grappen niet in zijn verwijt dat De Winter met ‘het Joodse leed’ op de loop ging. De directe aanleiding was een televisie-interview van Sonja Barend met De Winter. Daarin spraken Barend, dochter van een Joodse vader, en De Winter, zoon van twee Joodse ouders, over de Joodse identiteit en de verwondingen van de Shoa, en de manier waarop de schrijver daar in zijn boeken vorm aan gaf.

Maar wat Philip Roth, Primo Levi, Peter Sichrovsky, Simone Weil, Maxim Biller, Natalia Ginzburg, Marek Halter, Patrick Modiano en tientallen andere Joodse schrijvers en schrijfsters werd toegestaan: de problematiek van Joden tot literatuur maken, werd De Winter door Van Gogh ontzegd. Als kind dat de oorlog niet had meegemaakt, moest hij, om het grof te zeggen, zijn bek houden over wat Joden hadden meegemaakt en hoe dat door werkt. Omdat hij dat niet deed, werd De Winter weggezet als een soort literaire huisjesmelker. Overigens, tot op de dag van vandaag. Het Amsterdamse studentenblad Propria Cures maakte in zijn aprilnummer 2012 De Winter met de grond gelijk om de manier waarop hij zijn volgende boek, een reportageboek over de Verenigde Staten, via zijn site, met een abonnement op achtereenvolgende afleveringen probeert te verkopen. „Het schijnt dat Leon de Winter ook ontroerd raakt van bankbiljetten, aandelen van Philips en muntgeld,” aldus PC-redactielid Laurens van der Graaff. Dat De Winter met zijn verkoopstrategie in de goedliteraire traditie van het feuilleton trad, werd genegeerd.

Rechtzaken 

Propria Cures stapte trouwens in 1992 welbewust in de stinkende voetsporen van Van Gogh. Nadat De Winter in een reclamefilmpje voor de Librisprijs had gefigureerd, werd de schrijver gemonteerd in een foto van een massagraf in een vernietigingskamp. De boodschap: De Winter probeert rijk te worden over de lijken van Joden heen. Precies zoals Van Gogh vanaf 1984 had beweerd. Zowel de aanval van Van Gogh als de aanval van Propia Cures leidden tot rechtzaken. Propria Cures werd meteen veroordeeld, de rechtzaak tegen Van Gogh wegens antisemitisme (niet aangespannen door De Winter, maar door Sonja Barend en het CIDI) duurde jaren. Van Gogh werd uiteindelijk veroordeeld.

Ondertussen kwam ook Evelien Gans, nu hoogleraar antisemitisme, in het vizier van Van Gogh nadat zij Gojse nijd & joods narcisme had gepubliceerd. Nog steeds een zeer lezenswaardige analyse van de relatie Joden-niet-Joden in Nederland na de oorlog. En, maar dat bleef aan het publieke oog onttrokken, Van Gogh ging in privébrieven aan een Joodse vrouw antisemitisch over de schreef. Desondanks bleven zijn vrienden, kennissen, medewerkers en vele columnisten en literatoren volhouden dat Van Gogh niet antisemitisch was.

Hoe het ook zij, in de loop der tijd moesten de ‘geitenneukers’, om Van Goghs woorden te gebruiken, het steeds meer ontgelden. Ondertussen maakte ook De Winter furore met opiniestukken en essays waarin hij waarschuwde voor de gevaren van extremistische moslims en hun ideologische leidsmannen. In die strijd was Ayaan Hirsi Ali een schakel tussen de twee. Van Gogh maakte met haar film Submission, die hem gewelddadig het leven kostte. De Winter en zijn vrouw Jessica Durlacher zetten zich, na Submission, als vrienden in voor haar lijfelijke bescherming. De verzoening, of zelfs maar een contact tussen De Winter en Van Gogh, kwam nooit tot stand.

Metaforen

Nu heeft De Winter een boek afgeleverd waarin hij zijn kwelgeest van weleer opvoert als sleutelfiguur. Tezamen met andere figuren uit het publieke domein: Job Cohen, Piet Hein Donner, Bram Moszkowicz, Mohammed Bouyeri, Geert Wilders. Bovendien is hijzelf een van de hoofdpersonen. Daarnaast is er een rol weggelegd voor de fictieve Amsterdams- joodse drugscrimineel en onroerendgoedbezitter Max Kohn, ongetwijfeld gebaseerd op een aantal bestaande mensen. En voor de Marokkaanse crimineel Kicham Ouaziz, ook een bedacht personage.

VSV, zoals het boek heet, heeft geen tot de verbeelding sprekende metaforen en geen prachtige zinnen waar je als lezer van kan genieten. Maar het leest als een trein. En wat echt knap is: er komt ontzettend veel aan de orde, op een lichte, soms hilarische, fantasievolle en zelfs spannende manier: 1) De worsteling van De Winter met die onmogelijke Theo van Gogh, die ik bij zijn dood in het NIW karakteriseerde als ‘verbale stalker’, vanwege zijn gilles de-latouretteachtige dwangmatige en vaak volkomen misplaatste verbale uitbarstingen. 2) De politieke onderwerpen waarover De Winter zich als columnist druk gemaakt heeft: islamisme, terrorisme, het multi-culturalisme, en theorieën waarom terroristen terrorist worden. 3) De – al dan niet gewilde – relaties tussen de acteurs op het publieke toneel, zoals hijzelf, Cohen, Bouyeri, Donner, Wilders. 4) Het jodendom: maar liefst zes van de hoofdfiguren zijn Joods of hebben een Joodse vader. Maar ze worden nergens clichématig en het boek biedt dus ook geen voedsel voor vooroordelen. Dat geldt trouwens ook voor de zwarten in het boek (een priester en zijn familie) en voor de Marokkanen (voorbeeldig gedisciplineerde voetballers, hun familie en een drugscrimineel).

En wat Van Gogh betreft: of zijn goede vrienden hem in de schildering van De Winter herkennen, weet ik niet. Hem veranderen van de wraakengel die hij in De Winters leven speelde tot de beschermengel die hij in VSV is, is op zijn minst een vondst. De Winter heeft de bitterheid die Van Gogh in zijn leven veroorzaakte en het bittere lot dat Van Gogh ondervond van zijn haters, getransformeerd tot een consistent verhaal waar iedereen zijn voordeel mee kan doen. Zo doe je dat als Jood en schrijver. Dus, kol hakawod voor Leon de Winter.

 

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*