Kritiek op naam Asscherkwartier

De Asscher-diamantfabriek. Foto Ceinturion/Wikipedia
De Asscher-diamantfabriek. Foto Ceinturion/Wikipedia

 ‘Vernoem een volksbuurt niet naar Abraham Asscher,’ kopte Het Parool 28 april boven een opiniestuk van jurist en historicus Alida van der Veen.

Zij schrijft het verkeerd te vinden dat een luxe nieuwbouwwijk in de Amsterdamse Pijp de naam krijgt van de voorzitter van de Joodsche Raad, die in de oorlog met de Duitsers moest samenwerken. Navraag bij voorzitter Sebastiaan Capel van de bestuurscommissie Zuid in Amsterdam leert echter dat de nieuwe buurt niet naar Abraham Asscher wordt vernoemd, maar naar de voormalige diamantindustrie van de familie Asscher in de Tolstraat. De buurt staat ook bekend als de Diamantbuurt. “Een nare associatie is spijtig, maar het is wel gebruikelijk om buurten naar voormalige industrieën te noemen,” aldus Capel. Wij konden Van der Veen niet achterhalen voor een reactie.

1 Comment

  1. Sebastiaan Capel, voorzitter van de Bestuurscommissie Zuid in Amsterdam, schuift associatie met Abraham Asscher door de benaming “Asscherkwartier” voor de nieuwe luxe wijk in de Diamantbuurt rond de Asscher diamantfabriek terzijde. Het gaat niet om vernoeming naar deze voorzitter van de Joodsche Raad in de Tweede Wereldoorlog, maar om de firma Asscher. Er komt ook een Cullinanplein, genoemd naar de enorme diamant, die Abraham Asscher en zijn broer Joseph voor koning Edward VII mocht klieven en tot juweel slijpen.

    Sinds de omvorming van de stadsdelen in Amsterdam tot bestuurscommissies is naamgeving van de openbare ruimte exclusief de bevoegdheid van B en W, Hiervoor gelden vaste criteria. Vernoeming naar commerciële bedrijven is verboden, ook als de naam sterk verband legt met een handelsnaam.
    ‘Asscherkwartier’ en ‘Cullinanplein’ verwijzen direct naar de firma Asscher en mogen daarom niet.
    Diamantbuurt is een algemene naam voor het werk, dat hier werd gedaan en de arbeiders, die er woonden, een volksbuurt, aangelegd door de socialistische wethouders Wibaut en De Miranda met de Woningdienst, die toen grote nieuwe arbeiderswijken en tuindorpen bouwde, waar veel joodse diamantwerkers en andere arbeiders uit de arme oude volksbuurten Uilenburg, de Marken en de Foelie(dwars)straat zijn verhuisd. Ook vrijwel alle joodse diamantwerkers zijn door de Nazi’s uit Nederland gedeporteerd en in vernietigingskampen vermoord.
    Noem het Cullinanplein daarom liever naar iemand als Sal Santen, schrijver van het joodse arbeidersleven, die in de oorlog onderdook, meehielp in het verzet en vrijwel zijn hele familie verloor. Na de oorlog steunde hij de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd, zat hier een jaar in Frankrijk voor gevangen, maar raakte tenslotte gedesillusioneerd in de Vierde Nationale, als vrijwel de enige arbeidersjongen onder hoogopgeleide salonrevolutionairen.
    Laat Amsterdam juist kiezen voor namen van voorlieden en verzetsstrijders uit de diamantwerkersbond ANDB en de SDAP. Naast Monne de Miranda stond een man als Herman Isidore Voet, voorzitter van de ANDB, die door NSB-er Woudenberg in 1940 werd afgezet. Voet steunde de Februaristaking, trad uit protest uit de Joodsche Raad, keerde daar mogelijk later kort in terug, maar werd op 9 juli 1943 in Sobibor door de Nazi’s omgebracht, 65 jaar oud. Zijn zoon Ies Voet streed als jonge arts met de Republikeinen mee in de Spaanse burgeroorlog en verloor daar zijn leven. Zo zijn er nog vele anderen, wier naam, wier leven ook in hun eigen woon- en werkbuurt in herinnering gehouden zou moeten blijven.
    Of vernoem een straat naar Ben Sijes, Jacques Presser of Loe (Louis) de Jong?

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*