Kovedsjleppers

Weer eens mot bij de orthodox-Joodse koepel, het NIK. Tegelijk met het knotten der knotwilg, zo lijkt het, zetten NIK-bestuurders jaarlijks de zaag in de stoelpoten van wat zij als interne tegenstanders zien. In dit jongste conflict, tussen opperrabbijn Binyomin Jacobs en de NIK-bestuurders, kies ik inhoudelijk geen partij. Ik kijk wel uit. De opperrabbijn is een beminnelijk mens en een harde werker, die naast waardering in de provinciale kille ook regelmatig keien door zijn ruiten krijgt. Je zou denken dat dát alleen al reden is de opperrabbijn met enige rachmones te behandelen. Rabbijn zijn ís ook een rotbaantje – onafhankelijk geestelijk leider moeten zijn, maar tegelijkertijd in dienst staan van bestuurders die het motto ‘wiens brood men eet, diens woord men spreekt’ hanteren. Kijk enkel naar de ellenlange lijst conflicten in twee eeuwen georganiseerd Jodendom tussen bestuurders en kille, kerkgenootschap en kasjroet. Zelfs de katholieke clerus krijgt van de paus meer keuzevrijheid dan die Joodse bestuurders ‘hun’ rabbijnen gunnen. Wat ze mogen doen. Of denken. Nee: moeten denken. En zo jaag je talenten weg naar Düsseldorf of elders.

Straatvechters
Waar gaat het dit keer om? De (opper)rabbijn zou drie misbruikzaken onder de mat hebben geveegd. Op het orthodoxe Cheider betastte in 2006 een medewerker een twaalfjarige leerlinge. Zes jaar later werd docent Ephraïm S. verdacht van ontucht met diverse kinderen. Het bestuur zou te laat hebben gereageerd, zodat S. ontkwam naar Israël om pas recent hier voor de rechter te komen. Een van die zeven bestuurders was Jacobs. Officieel zijn alle protocollen die voor mogelijk misbruik gelden gevolgd. Politie erbij, inspectie, aangifte. Maar Jacobs was als rabbijn ook vertrouwensman. Een penibele positie. Wat als hij soms ouders afraadde om hun kind niet door het hele traject te laten gaan? Jacobs, met ambtsgeheim, kan niet zeggen wat hij geadviseerd heeft. Wel is altijd aangeraden om aangifte te doen. Zo ook toen de Nijmeegse rabbijn Mendel L. zich (eerder, in de Verenigde Staten) vergrepen zou hebben aan een kind. Volgens Jacobs leverde onderzoek niets op. Een recente tweede beschuldiging was anoniem en dus niet te vervolgen. Maar: rook. En dus vuur. Jacobs vroeg om een extern onderzoek (dus niet door Joodse bestuurders) naar de rol van het Cheiderbestuur, het NIK, en hemzelf. Het NIK zegt ook dat er onderzoek komt, maar wat en door wie is niet helder.

Op de achtergrond speelt meer. De onvrede over de vele Chabad-aanhangers binnen het rabbinaat. De Nijmeegse verdachte, uit Brooklyn, hoort bij die stroming en is zelfs getrouwd met een dochter van de rabbijn die Chabad in Nederland introduceerde. Ook wil het NIK al jaren de provinciale koepel, het IPOR waar Jacobs onder valt, inlijven. Los van de macht: er zit veel geld in de provincie, de mediene, en het NIK heeft al jaren financiële problemen.

Daar gáát mijn erebaantje, moet menigeen gedacht hebben

En dus barst het gesjoemel en geroddel los. Een suggestief stuk over een ‘wankelende’ Jacobs in De Telegraaf. Brieven aan Jacobs die wel zijn geschreven, niet verstuurd, maar desondanks rondzingen. Zoals de standaarduitrusting van een crimineel uit een vijl in een stokbrood bestaat, zo lijken Joodse bestuurders de zaag en de stoelpoot in hun omgangsvormen op te nemen. Jacobs wordt denigrerend aangeschreven als ‘rabbijn’, geen opper- meer, alsof het conflict al beslecht is. En krijgt onderhands als advies: ‘wie geschoren wordt moet stilzitten.’ En een soort zwijgplicht. Dat Jacobs vorig jaar nog opheffing van het NIK bepleitte, leverde hem evenmin vrienden op. Daar gáát mijn erebaantje, moet menigeen gedacht hebben.

En dat is grotendeels het probleem. In bestuurlijk Joods Nederland maken de straatvechters, de zelfgenoemde erebaantjesjagers de dienst uit. De kovedsjleppers – Jiddisj, naar koved, eer. Die kongsi van bestuurders speelt elkaar al jaren de bal toe in de baantjescarrousel van Buitenveldert, hun vorige fouten afdekkend, zondebokken zoekend, terwijl de leden weglopen. En dus springen de bestuurders van de ene instelling naar de andere, zoals in De hut van Oom Tom de slavin Eliza met de kleine Harry in haar armen wanhopig van de ene ijsschots naar de andere springt, in de hoop de overkant van de rivier te halen. Haar lukt het. Maar gezien de leegloop van leden is het de vraag of het NIK er ook in slaagt nog de overkant te halen.

4 Comments

  1. Paul Damen,
    Zoals gebruikelijk is jouw artikel redelijk genuanceerd.
    Ik begrijp echter niet,waarom je niet duidelijk kiest voor het enige , dat in deze werkelijk telt: Rechtvaardigheid.
    Er is een rabbijnse familie in Nijmegen , waartegen nooit een aanklacht of gerechtelijk vooronderzoek is geweest, op een uiterst smerige wijze aangevallen.
    Gelukkig staan bestuur en verreweg de grootste meerderheid van Nijmegen nog achter hun rabbijn. Zij beseffen beter dan jij,dat je hier wel een keuze moet maken.

    En dat geldt ook voor opperrabbijn Jacobs. Dat er personen zijn,die hem liever weg willen hebben is op zich een onvervreembaar onderdeel van de eeuwenlange Nederlands-joodse traditie. Maar helaas gebeurt dat niet met feiten,maar met ongegrondde verdachtmakingen en kwaadsprekerij van personen,die niet de moeite hebben genomen om zich op de hoogte te stellen van wat werkelijk is gebeurd.
    Dus Paul, met respect voor jouw vaak zeer relevante en leerzame artikelen, hier had je duidelijk behoren te kiezen.

  2. Eindelijk iemand die het openlijk voor Opper Rabbijn Jacobs opneemt of beter gezegd e.e.a. in een juist perspectief zet. Bravo.

  3. Het lijkt wel, Wim van Dijk, alsof u dit artiekel van Damen niet gelezen heeft. Hij kiest toch, taktisch zonder dat met zo veel woorden te zeggen, voor de opperrabbijn door wie hij ziet als die zijn tegenstanders, stevig te kijk te zetten? En wat die overige kwesties betreft: is het niet beter om eerst maar het onderzoek af te wachten?

  4. Dorith Flesschendrager,

    Ook in afwachting van welk onderzoek ook,beschouw ik iemand als onschuldig tenzij het tegendeel bewezen is.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.