Knappe jongens, lekkere broodjes

Een aantal jaar geleden deed ik mee aan het programma Zoek de verschillen van de Joodse Omroep, waarin Nederlands-Joodse jongeren een week bij een Joodse gemeenschap in een ander land leefden. Pas op Schiphol hoorde ik waar ik naartoe zou gaan: Brooklyn, New York.

Ik kwam terecht bij de Dalfins, een Chabad-Lubavitchfamilie in de wijk Crown Heights, met aan het hoofd rabbi Chaim Dalfin. Heel hartelijke en warme mensen met ontzettend leuke en slimme dochters. Elke avond, als de cameraploeg weg was, zat ik in hun woonkamer en was ik onderdeel van de familie. Die week heb ik veel meegemaakt. Ook heb ik veel broodjeszaken in die buurt leren kennen, waar de rabbijn mij mee naartoe nam. Heerlijke broodjes gerookte zalm of gedroogde vleeswaren en veel goede gesprekken. Op een ochtend hielp een knappe medewerker ons. We wisselden wat oogcontact uit. Even later, toen de rabbijn ging afrekenen, stond hij met de knappe jongen te praten. De rabbijn liep terug naar ons tafeltje en vertelde dat de jongen mij wel leuk vond en vroeg of ik interesse had in een date. Niet een gewone date, maar een afspraak voor vrome Joden waarbij je op een openbare plek afspreekt om te kijken of je huwelijksmateriaal bent. Ik vond het een hele eer, maar bedankte de rabbijn vriendelijk en zei dat ik vreesde dat ik niet helemaal het type was dat de knappe jongen zocht.

Laatst zat ik bij broodjeszaak Sal Meyer in Amsterdam. Schuin achter mij zaten twee oudere mannen met jarentachtigbrillen druk te discussiëren. Naast me zaten van die echte Beethovenstraatmevrouwen. Netjes gekleed in blouse met gouden knopen en schoudervullingen, veel sieraden om en iets te veel oogschaduw op. Voor mij stond een broodje warm pekelvlees en ik zat mij ontzettend Joods te voelen. Mijn eigen kleine stukje Seinfeld in Nederland. De dames praatten over hun familie. Over wie nou al getrouwd is en wie niet en met welke partnerkeuzes ze het niet eens zijn, al had die ene toch wel een vriendelijke persoonlijkheid en dat was ook belangrijk. Ik haalde mijn hart op. Hoe kunnen mensen soms toch zo alles zijn wat je je erbij voorstelt!

Vlak voordat ik wegging kwam er een heel knappe vrome jongen binnen. Het zou toch niet… was het hem? Ik probeerde me te herinneren hoe hij er precies uit had gezien, daar in New York. Keek hij anders naar mij dan een willekeurig iemand zou kijken? Kon ik iets aan hem herkennen? Terwijl ik wilde afrekenen stond hij naast me een broodje te bestellen. Voor ik de moed bij elkaar geraapt had om hem aan te speken liep hij alweer richting de uitgang. Als het hem was, zal ik hem vanzelf weer eens tegenkomen in een broodjeszaak in Brooklyn. Ergens tussen al die broodjeszaken zit een wormgat met gebogen ruimte en tijd, dat moet haast wel.

Nasjen Helaas is dé koosjere broodjeszaak van Nederland deze week gesloten. Een stukje Amsterdams-Joodse geschiedenis kon de hoge inkoopprijzen en het getob om toestemming van het rabbinaat niet meer aan. Waar kunnen we nu nog een orthodoxe man wanhopig zien proberen geen leverworst in zijn baard te krijgen, waar moeten de Beethovenstraatmevrouwen nu heen? Het was een plek waar ik graag kwam om mij even Joods te voelen, maar vooral een plek waar je heel lekker kon nasjen. Laten we die tijdtunnel tussen de broodjeszaken op aarde maar snel vinden, want New York is toch iets te ver weg om enkel heen te gaan voor goede broodjes en knappe jongens. Bovendien is het toch niet hetzelfde, deze zaak was van ons.

Nu heb ik ontzettend veel zin in een broodje pekelvlees.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*