Klem in Nederland

Een Oekraïens echtpaar is al vijf jaar verwikkeld in asielprocedures in Nederland, waar ze na een jarenlang verblijf in de Verenigde Staten tegen hun wil terechtkwamen.

Auteur: Marnix de Bruyne
Foto: Marianna Trembovler

Igor Skrijevski (49) en zijn vrouw Galina (47) zitten aan tafel in het statige, lichte huis van vrienden in Apeldoorn, die hen een week eerder opvingen toen ze ineens werden vrijgelaten uit het centrum voor vreemdelingendetentie in Rotterdam. Igor bladert door een NIW, dat hem ter introductie is overhandigd. „Kijk, tussen hen leefden we, in de wijk Midwood in Brooklyn,” zegt hij met warmte in zijn stem, wijzend op een foto van chassidische Joden met hoeden, sjtreimels en peies. „Op vrijdag kwam het leven in onze wijk tot stilstand, zaterdag ging iedereen in zijn mooiste jurken en kleren naar de synagoge.” 
„Iedereen accepteerde ons, al waren we niet orthodox. Hier hoor ik thuis, voelde ik heel duidelijk,” vult Galina aan.„We vierden de religieuze feesten mee en deelden het sjabbesmaal met vrienden. Sinds we in Nederland zijn, doen we dat niet meer. Met sjabbes eet je samen, je praat, je lacht, je ontspant. Ik kan dat niet meer, ik heb er geen rust voor in mijn hoofd.”
Igor en Galina reisden op 27-jarige leeftijd op hun Sovjetpaspoort van hun woonplaatsDonetsk naar New York, waar ze een welvarend bestaan opbouwden. Na 16 jaar werden ze echter uitgezet naar wat inmiddels Oekraïne was geworden, via Amsterdam. Het land accepteerde hen niet omdat ze geen Oekraïens staatsburger waren en stuurde hen in 2007 terug naar… Amsterdam. Daar strandde het stateloze echtpaar. Door asiel aan te vragen, hoopten de twee uitzetting te voorkomen. Het leidde tot een deprimerend bestaan in asielzoekerscentra en vreemdelingendetentie, en aandacht in diverse media en het rapport over stateloosheid in Nederland van de UNHCR van december 2011. Dat dit hoogopgeleide echtpaar zozeer speelbal kon worden van het noodlot, dankt het aan de KGB en het latente antisemitisme in Oekraïne, vertellen ze.

Fel antisemitisme 

Galina groeide op als dochter van een Joodse moeder en een Rus. Haar vader was lid van de communistische partij en hoofd van een technische school, een belangrijke positie waarin je geen roddels kon gebruiken over Joodse connecties. Thuis werd dan ook niet over haar Joodse afkomst gepraat.
Galina’s oma, waar ze graag kwam, begon één keer over de Joodse gebruiken tegen de zevenjarige Galina. „Waarom bidden wij eigenlijk nooit op vrijdag?” vroeg ze haar moeder. Die raakte in shock, verbood Galina maandenlang haar oma te bezoeken, en instrueerde haar moeder nóóit meer over het jodendom te praten. Die hield zich daaraan, ze waarschuwde Galina slechts voor het moeilijke leven dat haar wachtte, zonder uitleg te geven. Pas op haar veertiende, vijftiende leerde Galina meer. Pas toen begreep ze dat het niet aan haar lag dat niemand op school haar vriendin wilde zijn. Haar opa, die drie jaar inDuitse concentratiekampen had overleefd – en een jaar in een Sovjetkamp, omdat eerst duidelijk moest worden dat de in de Amerikaanse zone vrijgelaten man geen westerse spion was – overleed rond die tijd zonder over zijn ervaringen te hebben verteld.
Igor is zoon van Russische ouders en was een bolleboos op school, handig met cijfers en wiskunde, een beetje een nerd. Hij voelde zich dan ook aangetrokken tot andere outsiders op zijn school. Zijn beste vriend was een Joodse jongen, die openlijk vertelde over zijn afkomst en daar trots op was.
De positie van de Joden intrigeerde Igor. Hij had gemerkt dat het felle antisemitisme in het verleden van Oekraïne, met pogroms waarbij in 1919 alleen al 60.000 joden waren gedood, zijn sporen had nagelaten. Zijn Joodse natuurkundeleraar, een briljante man met vele wetenschappelijke boeken op zijn naam, zou in elk ander land een topgeleerde zijn, maar in het Oost-Oekraïense Donetsk kon hij geen promotie maken. ‘We houden niet van Joden,’ hoorde Igor vaak zeggen, al kon niemand uitleggen waarom niet. Meestal was wél bekend wie Joods was. In de Sovjetpaspoorten stond je etnische afkomst vermeld, zodat elke werkgever wist of je Kazach, Rus of Jood was. Dat kwam ook in de klassenlijsten terecht, waar leerlingen stiekem in keken als de leraar niet oplette.
Tegelijkertijd merkte Igor echter dat Joden in zijn stad over het algemeen welvarender waren dan de Russen en Oekraïners. Ze waren beter opgeleid, kenden minder alcoholisme, waren in zijn ogen opener, minder agressief en bot. Door hun kennis en contacten, leerde hij, konden ze gemakkelijker floreren in de parallelle economie in de Sovjet-Unie van die tijd, konden ze privéhandeltjes drijven of thuis schoenen maken, bijvoorbeeld, en die aan huis verkopen. Dat bestaan trok hem aan, in die omgeving voelde hij zich thuis. Bij hem thuis was ook geen sprake van antisemitisme: de beste vriendin van zijn moeder was Joods. Het jodendom heeft hij met de moedermelk ingezogen, vertelt hij dan ook graag. Het is niet eens een grap. Want nadat Igor geboren was, kon zijn moeder geen melk geven. Haar beste vriendin, die ook net had gebaard, sprong bij.

Geüniformeerde mannen

 Igor ging medicijnen studeren in Moskou en werd uroloog. Als chirurg in een staatskliniek voerde hij gecompliceerde operaties uit. Zo leerde hij Galina kennen, die als tandarts werkte – een studie die ze op bevel van haar vader had gevolgd. De twee trouwden in 1984. De periode-Gorbatsjov was aangebroken. Vele geleerden grepen de kans de Sovjet-Unie te verlaten, onder wie ook veel Joden. Het was een braindrain die het land zich niet kon veroorloven. De KGB benaderde hem dan ook met de vraag of hij informatie wilde doorgeven over de reisplannen van zijn collega’s.
De KGB had tenslotte eerder succes bij hem gehad, toen hij nog vicepresident was van de internationale studentenvereniging. Om problemen in zijn carrière te voorkomen, had hij informatie doorgegeven over studenten uit Afrika, het Midden-Oosten, Pakistan en Bangladesh die lid waren van de vereniging. Hij is er niet trots op, maar troost zich met de gedachte slechts onschuldige informatie te hebben doorgegeven, die niemand in de problemen bracht. Dit keer echter weigerde hij. Kort daarop – het verband is voor hem duidelijk, al kan hij het niet bewijzen – werd hij op straat in elkaar geslagen door drie geüniformeerde mannen. Galina zag ze nog net wegrennen. Twee weken lag Igor in coma, waarna vier maanden revalidatie volgde. Na terugkeer bleek zijn baan vergeven, kon hij slechts nog werken op de Eerste Hulp. Acht maanden later werd Galina bij háár baas geroepen. „Je kunt niet blijven, we hebben je baan nodig voor een ander en jij bent Joods,” herinnert ze zich het gesprek. De keuze was ontslag nemen of ontslagen worden, wat een baan elders zou bemoeilijken. Galina, die het eerste koos, wijt haar ontslag aan het antisemitisme, Igor is ervan overtuigd dat de KGB erachter zit.
De twee verzetten zich niet: ze hadden hun zinnen gezet op een verblijf in VS. Met 50 dollar, videobanden, sigaretten en cognac konden ze zich versneld een paspoort verwerven en daarna een toeristenvisum. Galina vertrok eind 1990, Igor in mei 1991, waarna ze samen asiel aanvroegen.
In New York werden ze door vrienden-vanvrienden op weg geholpen in Midwood. Galina zette haar passie, kleren maken, om in een goed lopend naaiatelier, Igor studeerde eerst voor arts en ging daarna met succes aandelen verhandelen. Ze betaalden belasting, bouwden pensioen op, hadden inmiddels twee huizen, waarvan een verhuurd, en een vakantiewoning. Een verblijfsvergunning kregen ze echter niet, in 2002 was het hoger beroep afgewezen. De autoriteiten lieten hen echter ongemoeid. ‘Geen nieuws is goed nieuws’ had de advocaat gezegd en de twee lieten het erbij, wat volgens Igor waarschijnlijk hun grootste fout was. Want in 2007 kon de VS hen oppakken als ‘illegalen’ en uitzetten naar Oekraïne, vertellen ze. „We kwamen ons melden bij de vreemdelingendienst, moesten daar blijven en zijn de volgende dag uitgezet, met alleen de kleren die we aan hadden, en in schoenen zonder veters. Vlakbij Kiev duwde de piloot papieren in onze handen: het waren vervalste Oekraïense identiteitsbewijzen, waar zelfs onze handtekening ontbrak.”

Nederlandse nachtmerrie 

De twee verbleven bijna anderhalf jaar de facto illegaal in de Oekraïne en spanden een rechtszaak tegen de staat aan over de papieren. Het vonnis luidde dat de papieren inderdaad ongeldig waren en dat de twee het land uit moesten. Omdat ze via Amsterdam waren gekomen, werden ze uitgezet naar Amsterdam. Doorreizen naar de VS kon niet. Om te voorkomen dat ze werden teruggestuurd naar Oekraïne, vroegen de twee hier asiel aan.
Zo begon hun Nederlandse nachtmerrie, die tot op vandaag voortduurt. De ingrediënten: negatieve gerechtelijke uitspraken, een uitzetting naar Oekraïne, die de twee direct terugstuurde, uitreisbevelen, twee nachten vruchteloos bivakkeren in de vertrekhal van Schiphol – Galina: „Zo heb ik mijn 45e verjaardag gevierd” – diverse verblijven in asielzoekers- en detentiecentra, een hongerstaking en een bijna-uitzetting naar de Oekraïne, begin december vorig jaar. De twee wachtten die dag urenlang in een auto in de hangar van vliegveld Rotterdam, waar een speciaal gecharterd privévliegtuig klaarstond. Hun advocaat Bart Stapert werd pas een dag van tevoren ingelicht en verkreeg van de rechter – en later in beroep bij de Raad van State – tijdelijk respijt. Wat hen nog rest is een procedure om zich door Nederland officieel stateloos te laten verklaren. Dat is een door VN-verdragen beschermde status die ook een aantal Palestijnen en Roma bezitten en die hen de kans biedt op een verblijfsvergunning in Nederland. UNHCR, de toezichthouder bij de verdragen over statelozen, heeft hen als zodanig erkend. Later kunnen ze dan in de VS een zaak beginnen tegen de in hun ogen onrechtmatige uitzetting. De bewijslast voor de buitenschuldverklaring is echter zwaar: ze moeten aantonen hun best te hebben gedaan Nederland, de VS of de Oekraïne te bewegen hen als staatsburger te erkennen, zonder dat dit effect had. Oekraïne doet echter nog onderzoek naar hun identiteit, is de laatste officiële stand van zaken. Het is dan ook niet uitgesloten dat Kiev hen alsnog wil opnemen. En dat is het laatste dat de twee willen.
Galina: „In de Oekraïne zien ze ons als Amerikanen, als landverraders. Ze haten ons. We hebben daar ook geen middelen van bestaan, terwijl we in de VS ons bestaan zo kunnen oppakken.” Het echtpaar voelt zich gemangeld, slaapt slecht, vreest een zoveelste uitzetting. Galina: „Ik wil mijn vrijheid terug, ik wil mijn leven terug. Ik wil zó graag naar huis.”