Kleins en meeslepend

Over ongeveer twee maanden krijg ik voor het eerst een kind. Het is een jongetje en voorlopig noem ik hem Shlomo, dat is zijn werktitel en vind ik wel rabbi-chique. Het is doodeng en spannend en prachtig en soms nog steeds onvoorstelbaar. Ik concentreer mij maar op overzichtelijke zaken als het schilderen van de babykamer en leren hoe je een luier verschoont, om even het besef te ontwijken dat Shlomo
uiteindelijk een functionerend mens dient te worden en het liefst ook een vriendelijk functionerend mens. Geen idee hoe je dat doet, hopelijk gaat het een beetje vanzelf.

Zwanger zijn brengt een wereld aan goedbedoelde clichés met zich mee. Van lieve bakerpraatjes als ‘je kunt wel zien dat het een jongen wordt’ tot de sterke drang van alle moeders om mij heen om hun bevallingsverhaal zeer uitgebreid te vertellen. Vooral belangrijk als zij die verhalen vertellen is dat hun ervaring de norm is. Zij dronken alleen nog maar karnemelk en sliepen vooral tussen twee en drie uur ‘s nachts erg slecht dus dan zal ik dat ook wel allemaal hebben. “Nee, heb je dat niet? O, maar dat is raar want mijn zus at alleen nog hopjesvla dus dan komt die van jou een week te vroeg.” Het hoort erbij en is een natuurlijk proces, denk ik; een waarin wij mensenvrouwen elkaar voorbereiden op een ingrijpende gebeurtenis in ons leven, en het verhaal dat ons te wachten staat.

Sam en Moos-moppen
In die verhalenstroom waar ik in terecht ben gekomen komt, in overeenstemming met de tijdsgeest, ook een flinke dosis dogmatiek voor. Je wordt als aanstaande moeder geacht over van alles een sterke mening te hebben en er zijn heel fanatieke kampen met bijbehorende hoekjes op internet. Ik krijg vragen over borstvoeding, het wel of niet bij je in bed laten slapen van je kind en ernstig genoeg ook over vaccinaties, alsof elke beslissing die uit benevelde liefde wordt genomen altijd de goede is.

Opeens krijg ik, tussen die overdaad aan hip gedoe, een onverwachte vraag. “Ga je hem ook Joods opvoeden?” Ik had er nog niet echt over nagedacht. “Niet Joodser dan ik zelf ben,” heb ik geantwoord. Ineens besef ik dat ik niet weet wat ik hem mee wil geven. Heb ik daar eigenlijk wel een keuze in? Hij is nu eenmaal Joods en als hij ook maar enigszins op mij lijkt dan zal hij wel een beetje Joodsig doen. Is er zoiets als té Joods? Zou ik nu onze, toch vrij tragische, geschiedenis kunnen doorbreken door er eenvoudigweg geen aandacht aan te schenken? Het Jodendom, dat is pas een verhaal. Wil ik hem opzadelen met de consequenties die kennis van dat verhaal met zich meebrengen? Het is groots en meeslepend en bestaat uit vele kleuren melancholie maar ook uit vele Sam en- Moos-moppen. Die gaat hij hoe dan ook leren van mij, dat kan niet anders. Shlomo schopt twee keer heel hard. Hij heeft gelijk: wie maak ik wat wijs… ik noem je immers al Shlomo.

1 Comment

  1. Het gaat idd een beetje vanzelf. En ook een beetje snel. Geniet er vooral van. Leuk geschreven.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.