Klaar met het thema

DeLaatsteDansTheatermaker Ilay den Boer heeft het laatste deel van zijn serie Het beloofde feest afgeleverd. Onderwerp: de relatie met geboorteland Israël. Met het NIW kijkt hij terug, én vooruit. 

Met De laatste dans sluit de Nederlands- Israëlische theatermaker Ilay den Boer de zesdelige theaterserie Het beloofde feest af. In zeer persoonlijke voorstellingen legde hij de relatie met zijn geboorteland en de complexiteit van de Joodse identiteit onder een vergrootglas. Serie en maker werden overladen met prijzen, zoals de Charlotte Köhler-theaterprijs 2011, uitgereikt door het Prins Bernhard Cultuurfonds. Ilay zelf werd als een van de vijftig ‘meest veroorzakende kunstenaars’ in Amsterdam uitgekozen in de Time Out-uitgave Who really runs this town? We spreken met Ilay, thuis in Amsterdam.

In De laatste dans stond je voor het eerst in de serie niet zelf op het toneel.
„Mijn rol wordt gespeeld door Tim Murck; iemand die mij heel goed kent. Er staat geen kloon van Ilay, maar een heel goede acteur, die op zijn eigen manier een interpretatie van mij geeft. Via hem ben ik de confrontatie met mezelf aangegaan, want mijn duistere kanten komen in deze voorstelling aan bod. Het was fijn om te kijken en te reflecteren zonder zelf in de voorstelling te spelen; een stuk interessanter ook dan mezelf weer neer te zetten. Ik heb van Ilay een karakter kunnen maken, iemand met bijna dezelfde bio als ik. Het werd echt een personage, waar tijdens de repetities in de derde persoon over gesproken werd. Om toch duidelijk te maken dat ik het ben, komt aan het eind mijn moeder in beeld, een ‘echt’ persoon.”

Ik miste jouw intense aanwezigheid op het podium wel.
„Toen ik Broer maakte (deel 5 uit de serie) werd er gezegd dat het tijd werd dat ik van het toneel afging. Nu ik dat heb gedaan, hoor ik steeds dat ik gemist wordt. Maar de keuze om niet vóór, maar als regisseur achter de schermen te werken heb ik bewust gemaakt, zoals ik dat bij iedere keuze binnen het theater doe. Ik drijf daarbij op mijn intuïtie én de hulp van een team, dat mij bij iedere stap die ik zet door de mangel haalt.”

In iedere aflevering van Het beloofde feest stond een van je familieleden centraal.
„Dat goed vorm te geven was een grote zoektocht. Inhoudelijk staan de verschillende delen uit de reeks haaks op elkaar. En dat is representatief voor mijn familie. Want hoe krijg je het voor elkaar dat er binnen één familie zo’n verscheurdheid kan bestaan? Mijn oma vluchtte van Litouwen naar Israël. Daar werd ze verliefd op een man die er al voor de oorlog woonde en in Frankfurt was geboren uit Pools-Joodse ouders. Als zovelen zijn ze na de oorlog van de religie afgestapt. Mijn moeder is naar Europa geremigreerd, terwijl haar in Israël gebleven broer zwaar orthodox is geworden. En dat allemaal binnen één gezin. De verhalen die ik vertel, hebben niet allemaal een happy end, maar fascinerend zijn ze wel.”

Je moeder lijkt een speciale rol te spelen in de serie; de laatste voorstelling eindigt met een interview met haar.
Eet smakelijk (deel 1) gaat over mijn moeder en is gebaseerd op een fictieve briefwisseling tussen ons tweeën. Basis daarvoor waren de discussies die ik tijdens mijn puberteit met haar had. Ik vond haar beslissing om naar Nederland te komen laf [Ilay was toen drie, red.] en verweet haar dat ze niet in Israël was gebleven, waar ik erg gelukkig was. In het interview waarmee De laatste dans (deel 6) wordt afgesloten zegt ze: ‘Voor mij is het beloofde feest het paradijs dat we je hebben beloofd en waar we je uit hebben gesneden.’ Wat mij betreft is de cirkel daarmee rond.”

Ze zegt meer interessante dingen.
„Mijn eigen eindconclusie is niet vrolijk: ik kan me absoluut niet verzoenen met de situatie in mijn geboorteland. Vandaar dat ik uitbarst en vind dat er maar een bom op gegooid moet worden. Dat zeg ik, ja, over de mooiste plek die ik ken. Maar zulke gedachten kan ik krijgen wanneer ik moedeloos wordt van wat er op politiek gebied in dat land gebeurt. Ik ben geen radicaal, maar iemand als Breivik of die jongens van die vreselijke aanslag in Boston moeten ook zulke gedachten hebben gehad. Dat komt uit pure emotie voort. Alleen déden zij het, terwijl ik er een voorstelling over maak. Mijn moeder ziet die negativiteit van mij als mijn onmacht om met de situatie in het Midden-Oosten om te gaan. ‘Misschien moet je leren dat je niet alles kunt oplossen,’ zegt ze. Dat vind ik zo verschrikkelijk mooi, ze raakt aan iets spiritueels: laat het maar los.”

Maar je conclusies zijn niet om blij van te worden.
„Wat Israël betreft is er voor mij nu weinig reden om te feesten. De voorstelling eindigt dus best somber. Maar met het publiek maken we er tóch een feestje van. En daar kan dan weer iets nieuws uit ontstaan.”

Uit De laatste dans kreeg ik de indruk dat jodendom en Israël voor jou hetzelfde zijn.
„Voor mij hangen jodendom en Israël inderdaad sterk samen. Jodendom is puur het land Israël, de tradities, familie; de Israëlische cultuur.”

Wat gaan we na de serie van je horen?
„Ik stop met theatermaken zoals ik dat nu doe: de ene dag spelen in Roozendaal en de volgende in Groningen. Met TG Ilay zijn we met spannende projecten bezig. We zijn al anderhalf jaar met een groot samenwerkingsverband met de KNVB bezig, over geweld rond het voetbalveld. In Antwerpen doen we een ander project, dat de dialoog tussen verschillende gemeenschappen daar centraal stelt. Oscar, een fictieve jongen van dertien die zijn ouders niet kent, gaat naar hen op zoek. Via radio, kranten en internet worden berichten doorgegeven, om je er zo in te betrekken dat je hem gaat helpen. Na een maand is er een grootse confrontatie op het marktplein van Antwerpen. In mijn dromen komen daar duizenden, in het echt waarschijnlijk honderden mensen op af. Dit soort crossmediale projecten zijn de toekomst. Theater werkt niet doelgericht, het is eenmalig en vluchtig. Ik wil de kracht ervan gebruiken voor iets dat groter is dan een voorstelling. Met het onderwerp Israël ben ik voorlopig klaar. Het voelt heel lekker om na vijf jaar iets anders aan te pakken. Misschien was het nodig eerst mijn persoonlijke geschiedenis te verwerken, om daarna met iets nieuws te kunnen beginnen.”

De laatste dans, t/m 29 mei, Broer, 14 t/m 23 juni, info op www.tgilay.nl