Joodse vluchtelingen eindelijk erkend?

Joodse vluchtelingen in het Ma’abarot-doorgangskamp, 1950
Joodse vluchtelingen in het Ma’abarot-doorgangskamp, 1950
Joodse vluchtelingen in het Ma’abarot-doorgangskamp, 1950. Foto: Wikipedia

Geheime onderhandelingen over restitutie van door Arabische landen geroofd Joods bezit zijn in eindfase beland.

“Nog een maand tot zes weken,” zei directeur-generaal Avi Cohen van het ministerie van Sociale Gelijkheid in de Knesset-commissie voor Immigratie, Absorptie en Diaspora. “Meer kan ik niet zeggen.” Alon Simhayoff van de Nationale Veiligheidsraad bevestigde het verrassende bericht dat onderhandelingen over restitutie van na 1948 door Arabische landen en Iran geroofd Joods bezit in een eindfase zouden zijn beland, en voegde eraan toe dat de premier erachter staat.
‘De Joodse nakba’ wordt het wel genoemd, de verdrijving van ongeveer 870.000 Joden uit de Arabische landen en Iran na de stichting van de staat Israël (nakba in analogie met de uittocht van Palestijnen uit Israël tijdens de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog). Zo’n 600.000 Joden gingen naar Israël, waar ze berooid, niet zelden in tentenkampen, begonnen aan hun integratie. Hun landerijen – allemaal bij elkaar geschat op een gebied zo groot als Frankrijk – geld, huizen en andere bezittingen werden door deze landen ‘genationaliseerd’ of op andere wijze geroofd.

Schade opnemen
De Joodse staat deed decennialang vrijwel niets om het gestolen bezit terug te krijgen. In 2014 echter, hetzelfde jaar dat er een nationale herdenkingsdag (30 november) werd ingesteld voor deze gedwongen exodus, uitte thesaurier-generaal Joseph Shapira daar scherpe kritiek op. “Als we dit laten liggen, krijgen we er generaties lang spijt van.” Hij schat het geroofde totaalbedrag op ‘enkele miljarden dollars.’ Nee, 400 miljard, getuigde de uit Irak vertrokken 83-jarige Joodse zakenman Arieh Shemesh voor de Knessetcommissie.
Likoed-Knessetlid Oren Hazan, die lobbyt voor compensatie, ziet Israëlische schadeexperts de islamitische wereld doorkruisen om informatie te vergaren over het gestolen bezit, inclusief synagogen en begraafplaatsen.

Wegstrepen
Literatuurprofessor Ada Aharoni is dochter van een uit Egypte verjaagde Joodse specerijenhandelaar, wiens handelsvergunning ineens door de Egyptische overheid werd ingetrokken. Hij kon niet meer in het levensonderhoud van zijn gezin voorzien en vluchtte met ze naar een opvangkamp in Marseille. Daar ontdekte hij dat Egypte al zijn spaargeld had ‘genationaliseerd’, zoals ze met alle Joodse tegoeden hadden gedaan. Het geld en hun twee grote huizen in Egypte kregen ze nooit terug. Toch wil dochter Aharoni het geroofde bezit van Palestijnen en mizrachi-Joden wel tegen elkaar wegstrepen, in het kader van een sulha, ofwel verzoening tussen Israël en de islamitische staten – mits die erkennen dat niet alleen Palestijnen hebben geleden en zijn beroofd. “De oplossing voor dit conflict ligt al 68 jaar in de la,” zegt zij tegen de Israëlische krant Haaretz.
Een ander voorbeeld is de Joodse familie die in Caïro het meest luxueuze hotel bezat. Zij werden met niet meer dan een koffertje aan bezittingen de grens over gezet. Aharoni: “Een miljoen Joden zijn verdreven uit Arabische landen, 650.000 Palestijnen ontvluchtten Israël. Alleen waren onze bezittingen duizenden keren meer waard dan die van hen” (econoom Sidney Zabludoff houdt het op 50 procent meer). Zij vindt onder anderen Knessetleden als secretaris-generaal van de Arbeiderspartij Hilik Bar en Isaac Herzog van de Zionistische Unie aan haar zijde.
No way, denken andere mizrachi-Joden, de Arabische staten verklaarden Israël de oorlog én verjoegen de aan hen loyale Joden. “We geven geen sjekel op,” zegt de uit Beiroet geëmigreerde Arabische zakenexpert dr. Edy Cohen van de Bar Ilan-universiteit. Ook Likoed-topman Ze’ev Ben Yosef ziet geen heil in het koppelen van restitutie aan een diplomatieke overeenkomst. Toch lijkt het tegen elkaar wegstrepen – en erkennen van een wederzijdse bevolkingsruitruil – voor de hand te liggen bij een toekomstig allesomvattend vredesoverleg, schrijft Haaretz. Zeker gezien de Palestijnse aanspraak op hun ‘recht van terugkeer’. In 2010 nam de Knesset in elk geval al een wet aan die restitutie van geroofd Joods bezit verbindt aan toekomstige vredesonderhandelingen.

Judenrein
Het gevolg van de gedwongen uittocht is een nagenoeg Judenrein geworden Arabische wereld. Zo wonen er in Libië 0 Joden, tegen 38.000 voor 1948; in Jemen 100 tegen 55.000, Irak 16 tegen 150.000, Algerije 80 tegen 140.000, Egypte 40 tegen 80.000, Syrië 26 tegen 27.770, Libanon 20 tegen 5666. Alleen Marokko, Tunesië en Iran kennen enigszins omvangrijke Joodse gemeenschappen: respectievelijk 5000, 1500 en 20.000 zielen, en dat is een optimistische schatting. De mizrachi-Joden en hun nakomelingen vormen 52 procent van de Israëlische bevolking.

Zie ook ‘De tweede uittocht’ in NIW 29 van dit jaar.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*