Joodse stad achter de duinen

Inwoners van Den Haag mogen zich best meer bewust worden van het Joodse verleden van hun stad, die ooit zo’n 17.000 Joodse Hagenaars telde. Een boek en een website over de Scheveningse Harstefoto artikel- Familieleden van de fotografenfamilie Hijmans-Matz op het strand in Scheveningen (begin jaren dertig)nhoekweg moet daar een bijdrage aan leveren. Door: Jaron Beekes

De muur van het kantoor aan het Haagse Lange Voorhout wordt volledig in beslag genomen door een groot prikbord. Een wirwar van foto’s, aantekeningen, brieven en to do-lijstjes, met elkaar verbonden door strepen en pijlen. Zo ziet het hoofdkwartier van historici Wim Willems en Hanneke Verbeek van de Universiteit Leiden eruit. „Mensen denken weleens dat ze een soort politiebureau binnenkomen. Alleen zijn dit slachtoffers, geen daders,” zegt Verbeek. „Door informatie zo op de muur te rangschikken, zie je nieuwe verbanden. Het helpt echt.”

Professor Wim Willems, stadshistoricus van Den Haag, en migratiehistorica Hanneke Verbeek doen al bijna een jaar diepgravend onderzoek naar het Joodse verleden van de hofstad. Een geschiedenis waarvan veel te weinig mensen weten, vinden ze. „Den Haag is zich veel minder dan bijvoorbeeld Amsterdam bewust van zijn Joodse verleden,” zegt Willems. „Er is wel over geschreven, bijvoorbeeld door Ies van Creveld, maar alleen over het Spuikwartier, de oude, arme Joodse wijk waar nu Chinatown is. Onze missie is om in Den Haag het bewustzijn te vergroten over de Joodse geschiedenis, die veel breder is dan het Spuikwartier.”

Collectief geheugen

De Joodse gemeenschap in Den Haag, die al sinds het begin van de 17e eeuw bestaat, omvatte aan het begin van de 20e eeuw zo’n 4.000 mensen. Aan het eind van de jaren 30 was dat geëxplodeerd tot 17.000 zielen. Willems: „Deels kwam dit door sociale mobiliteit, maar ook doordat vluchtelingen uit Duitsland, Oost-Europa en Joden elders uit Nederland zich in Den Haag vestigden. Er was echt sprake van kettingmigratie.” De snel groeiende gemeenschap verspreidde zich over de stad, met een concentratie in de chique buurt van de badplaats Scheveningen, achter het Kurhaus. Slechts 2000 Joodse Hagenaars overleefden de Tweede Wereldoorlog, van wie een groot deel kort na de oorlog emigreerde, vooral naar Israël en de Verenigde Staten.

Terwijl er in Amsterdam een sterk bewustzijn is over de Jodenvervolging, in de vorm van monumenten, herdenkingen en literatuur, is dat in Den Haag nauwelijks het geval. Hanneke Verbeek: „Er zijn wel wat monumenten in het Spuikwartier, en de meeste mensen kennen de oude synagoge in de Wagenstraat, nu een moskee, maar daar houdt de kennis wel op. Dat er zo’n grote gemeenschap was in Scheveningen, dat zit totaal niet in het collectieve geheugen van de stad. Waarschijnlijk doordat er na de oorlog nauwelijks nog een gemeenschap over was. En Scheveningen, waar veel Joden woonden, is tussen december ’42 en januari ’43 helemaal geëvacueerd. Ook de niet-Joodse bewoners moesten het gebied verlaten, voor de bouw van de Atlantikwall. Daardoor wisten veel mensen niet van de deportaties, die kort daarvoor plaatsvonden.”

Skelet

En Scheveningen, dat is nu juist het stadsdeel waar Willems en Verbeek sinds april 2013 onderzoek naar doen. Willems: „Aan het begin van het onderzoek dacht ik, het onderwerp is veel te groot. Hoe ga je de geschiedenis van een hele stadsgemeenschap vertellen? Ik besloot in te zoomen op één straat, de Harstenhoekweg in Scheveningen, met het idee: in een druppel weerspiegelt zich de oceaan.” In die ene straat woonden in 1942 op 51 van de 171 adressen Joodse families, een uitzonderlijk hoge concentratie. Willems: „Waarom juist daar? Dat moeten we nog uitzoeken.” Het beeld dat van de vooroorlogse Joodse Scheveningers ontstaat is heel divers. Het was een jonge gemeenschap, van over het algemeen gegoede families. De Joodse bewoners van de Harstenhoekweg waren kooplieden en ondernemers van uiteenlopende nationaliteiten. Ze waren weinig orthodox, velen waren actief in zionistische organisaties. Er was een aantal vluchtelingen uit Duitsland en Oost-Europa, maar ook Joden die in de crisistijd naar Scheveningen kwamen. Net als tijdens de Eerste Wereldoorlog talloze diamanthandelaars uit Antwerpen. „Verrassend,” vindt Verbeek, „want Den Haag kende helemaal geen diamantindustrie. Een belangrijke vraag is waarom ze niet in Amsterdam zijn gaan wonen.”

Door met het onderzoek te focussen op één straat en vanuit daar verbanden te leggen met de rest van Den Haag, Nederland en de wereld, wordt het verhaal voor de onderzoekers beter behapbaar. Willems: „Je ziet meer de menselijke verhouding. We laten zien dat deze mensen doodgewone Scheveningers waren. Zo vonden we een briefkaart waarop iemand schrijft dat hij even een haring gaat happen op de boulevard. Of liefdesbrieven waarin heel besmuikt over erotiek wordt gesproken. Dat brengt de personen tot leven.” Verbeek: „We hebben voor alle families standaard historisch onderzoek gedaan. Met gezinskaarten en het krantenarchief van de Koninklijke Bibliotheek kom je een heel eind. Maar het administratieve deel vormt slechts het skelet, daar zit nog geen vlees aan, het zijn nog geen mensen. Met persoonlijke getuigenissen willen we de namen weer een gezicht geven.”

Lees verder in NIW 23

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*