Joden op alle fronten

De in Litouwen geboren Morris Chaim Blake emigreerde voor 1914 naar de Verenigde Staten, waar hij bij het Joodse legioen ging
De in Litouwen geboren Morris Chaim Blake emigreerde voor 1914 naar de Verenigde Staten, waar hij bij het Joodse legioen ging
De in Litouwen geboren Morris Chaim Blake emigreerde voor 1914 naar de Verenigde Staten, waar hij bij het Joodse legioen ging

De Eerste Wereldoorlog begon een eeuw geleden. Hij verstoorde het leven van miljoenen Joden in Oost-Europa en leidde uiteindelijk naar de Sjoa. Maar de nederlaag van de Ottomanen maakte ook de staat Israël mogelijk.

De Joden in Oost-Europa hadden van meet af aan te lijden toen in 1914 ‘de kanonnen van augustus’ waren gaan bulderen, want aan het Russische front woedden de gevechten in gebieden waar veel Joden woonden. Aan beide zijden vochten Joden mee, en, zoals een journalist schreef, ‘onvermijdelijk hebben Russisch-Joodse soldaten hun volksgenoten in de vijandelijke loopgraven gedood en omgekeerd’; dat gold natuurlijk ook voor het westelijke front. In totaal vochten er circa anderhalf miljoen Joden mee en sneuvelden er tussen de 140.000 en 175.000, een percentage dat hoger lag dan bij andere minderheden. In alle strijdende landen haastten Joden zich om dienst te nemen om hun aanhankelijkheid aan hun vaderland te tonen.

Rusland was een uitzondering; vanwege de pogroms en het discriminerende tsaristische beleid was de Joodse sympathie voor het vaderland beperkt, hoewel er toch nog 500.000 Joden een Russisch uniform aantrokken. De grote internationale Joodse organisaties verklaarden zich neutraal, maar de Joden in het Oosten hadden meer sympathie voor de Centrale mogendheden. In augustus 1914 riep de generale staf van het Duitse leger de Russische Joden op tot een opstand tegen de tsaar en beloofde gelijke rechten voor alle gemeenschappen in ieder door de Duitsers bezet land. Duitse Joden richtten een ‘Commissie voor het Oosten’ op die pro-Duitse propaganda onder Poolse Joden maakte. Die pro-Duitse houding viel bij de Russen verkeerd en leidde in nog niet door Duitsers veroverde gebieden tot moord en plundering van Joodse bezittingen.

Onder de half miljoen Joden in Russische dienst vielen 100.000 doden, maar nog meer onder de burgers. In het frontgebied leefden vier miljoen Joden en hun veelal houten huizen werden vaak weggevaagd. Tijdens hun opmars aan het begin van de oorlog (herfst 1914-winter 1915) bezetten de Russen Oostenrijks Galicië en werden 600.000 Joden door de wantrouwige Russen verdreven uit de frontgebieden – een traumatische ervaring. In delen van Polen, Litouwen en Wit-Rusland begroetten de Joden de Duitse bezetting met enige hoop, wat hen later op wraakacties van de bevolking kwam te staan. De Joodse geestelijke en fysieke infrastructuur in Oost-Europa werd bijna helemaal verwoest tijdens de Eerste Wereldoorlog, wat tot een grote toename van het aantal seculiere en marxistische Joden leidde. In oktober 1917 voltrok zich de Russische Revolutie, waarvan om allerlei historische redenen de Joden de schuld kregen hoewel die het Joodse leven juist grotendeels had verwoest. Nog eens 100.000 Joden werden tijdens de Russische burgeroorlog (1919-1921). vermoord door ‘witte’ bendes in Oekraïne, Polen en Rusland. Het Joodse leven in Oost-Europa was dus al ruim voor het Hitler-tijdperk op zijn retour.

Oostenrijk-Hongarije

In het leger van Oostenrijk-Hongarije vochten 320.000 Joden mee (40.000 doden). Het intellectuele leven in Wenen was tot aan de oorlog grotendeels door Joden bepaald, maar in de Oostenrijkse rompstaat die in 1918 resteerde was er van de grote culturele bloei weinig meer te merken. De aanloop naar de oorlog en de eerste oorlogsdagen vindt men imponerend beschreven in Joseph Roths grootse roman Radetzkymars (1932). De Joden in Duitsland meldden zich met enthousiasme; 100.000 gingen er in dienst, van wie er 12.000 sneuvelden; 31.000 man kregen het IJzeren Kruis, de laagste onderscheiding.

Door de (ongrondwettelijke) discriminatie ‘op de werkvloer’ waren er maar weinig hogere Joodse officieren, maar onder druk van het groeiende antisemitisme wilden Duitse Joden hun patriottisme bewijzen. Beroemde Joden maakten zich verdienstelijk: Fritz Haber wist stikstof uit lucht te halen voor nitraten voor de productie van springstof en hij droeg fundamenteel bij aan de ontwikkeling van gifgassen. Walter Rathenau organiseerde de distributie van grondstoffen door heel Duitsland (hij kwam overigens op het idee om 700.000 arbeiders uit het bezette België in te zetten voor de wapenproductie). Saillant was de Judenzählung van oktober 1916. De generale staf liet in opdracht van minister van Oorlog Wild von Hohenborn – zelf onder druk van antisemitische groeperingen – uitzoeken hoeveel Joden er aan het front streden en hoeveel in de achterhoede, zogenaamd om antisemitische sentimenten te bestrijden, maar in werkelijkheid om ze te bevestigen. Het resultaat kwam de staf niet goed uit – 80 procent streed aan het front – en de juiste cijfers werden nooit gepubliceerd. Wel werden de onjuiste cijfers gelekt, die in antisemitische brochures terechtkwamen en antisemitisme en sociale mythes als de dolkstootlegende voedden. De Duits-Joodse ‘symbiose’ die velen zagen eindigde hier; ontgoochelde jonge Duitse Joden werden steeds vaker zionist.

Na de oorlog werden de Joden geassocieerd met het Weimar-regime dat de vernederende Vrede van Versailles moest tekenen; het antisemitisme dat al voor de oorlog virulent was werd door de nederlaag versterkt en de tienduizenden IJzeren Kruisen hielpen de Joodse veteranen niet om aan Auschwitz te ontsnappen. De Völkische Beobachter vroeg de lezers eens of ze Joodse moeders wisten die drie zonen aan het front hadden gehad en een soldaat die bij Verdun ernstig gewond was geraakt pleegde op weg naar een concentratiekamp zelfmoord.

Lees verder in NIW 17.

3 Comments

  1. Geachte NIW redactie
    In zijn beschrijving van de Joodse deelname aan de Eerste Wereldoorlog neemt Ted de Hoog een paar erg korte bochten. In west en midden Europa waren Joden ‘gewone’ staatsburgers en hoewel velen van hun zich nationaal identificeerden, hoefden ze dat niet te bewijzen want ze werden als dienstplichtigen onder de wapenen opgeroepen. Wat uiteraard enthousiasme en een voortijdige aanmelding niet per sé hoefde uit te sluiten. Zodoende waren het Duitsers die streden tegen Fransen en Engelsen, maar daarbinnen ook Joden die streden tegen Joden. Althans aan de westelijke fronten.
    In Oost-Europa bestond een bijzondere situatie omdat daar de Duitse en Oostenrijkse legers vaak als bevrijders werden ontvangen, zeker door de Joden, die al eeuwenlang geterroriseerd werden door discriminatie binnen het tsaristische regime. De Russische militaire autoriteiten waren zich ervan bewust dat hun Joodse dienstplichtigen door hun behandeling als derderangs burgers weinig vaderlandsliefde bezaten en zetten ze daarom liever niet in aan de fronten, of het moest zijn als kanonnenvoer. Erger nog, zij vreesden dat de, in de Poolse frontzones zeer talrijk woonachtige, Joden zouden gaan collaboreren met de Duitse en Oostenrijkse bezetters, en deporteerden vele honderdduizenden van hun preventief naar het oosten, samen met eveneens ‘onbetrouwbare’ Polen en Oekraïners. Anderzijds wilden Duitse en Oostenrijkse militaire bezettingsautoriteiten juist gebruik maken van de Joden in de veroverde gebieden. Hun wettelijke beperkingen werden opgeheven en Duitse en Oostenrijkse officieren van Joodse afkomst werden aangesteld als contactpersonen met de bestuurders van de kehilliem. Het taalverschil tussen Duits en Jiddisch was bovendien overbrugbaar. Maar toch verliep het contact niet rimpelloos, want veel Joodse officieren ervoeren het als een beschamend corvee. Zij waren westers geëmancipeerd en vaak geseculariseerd en zagen in de “Ostjuden” een achterlijk volk waarmee zij nu door hun collegae geïdentificeerd werden. Aparte functies werden overigens ook op andere terreinen voor Joden gereserveerd, zoals in de medische militaire diensten waar arts-officieren van Joodse afkomst dominant aanwezig waren, terwijl zij in de hogere en operationele echelons werden geweerd omdat zij geacht werden de juiste krijgshaftige mentaliteit te ontberen en niet in de daar heersende Junkerkultur te passen. Wat niet wegnam dat op de hoogste functies ook enkele, weinige officieren van Joodse afkomst voorkwamen.
    Na de stichting van een nieuw Polen in 1919, waarin de Russische traditie van discriminatie zou worden voortgezet, verscheen twintig jaren later opnieuw een Duits-Oostenrijks leger.
    Met andere bedoelingen.
    Men moet zich voorstellen hoe tragisch de verwarring was bij veel Poolse Joden, uiteraard vooral degenen die de Eerste Wereldoorlog hadden meegemaakt en slecht geïnformeerd waren over wat zich in Europa en het nazistische Duitsland afspeelde.
    Pieter van der Plank
    Tsjessenswei 7
    9152BD Waaxens

  2. prima stukje, eigenlijk gek dat er zo weinig bekend is over het functioneren van de joodse bevolkingsgroep tijdens de eerste wereld oorlog ? iemand toch een idee ?

    • Er is veel bekend maar dan moet men wel Duitstalige literatuur (willen) lezen. En veel moderne wetenschappers huldigen het adagio if it is’nt written in English it must be rubbish. Een treurige houding als men de Middeneuropese geschiedenis pretendeert te bestuderen.
      S. Friedländer, Die politischen Veränderungen der Kriegszeit und ihre Auswirkung auf die Judenfrage, in W. Mosse en A. Pauker, Deutsches Judentum in Krieg und Revolution, 1916-1925, Tübingen 1971.
      J. Segall, Die Deutsche Juden als Soldaten im Kriege 1914-1918,Berlin 1922.
      En Zechlin, Die deutsche Politik und die Juden im Ersten Weltkrieg, Göttingen 1969.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*