Jiddenfittie

Foto: Claudia Kamergorodski

“Zeg, zit jij op Twitter?”

“Nee man, aan die ongein doe ik niet.”
“Man, dan mis je alles. Een tv-programma kijken zonder Twitter is de halve lol. En alles wat langskomt in de journaals heb ik al twee uur daarvoor gelezen.”
“Ik kijk die journaals wel of ik lees het wel in de krant.”
“Nou, wat je op Twitter leest, hoor je echt niet op het Journaal. Van de week vlogen twee Jidden elkaar in de haren. Man, dat was popcorn time! Ze maakten elkaar uit voor alles wat niet mooi meer was: de een noemde de ander neonazi, hysterisch, rechtser dan de PVV. Dat was echt lachen man.”
“Dan zal die ander het er wel naar gemaakt hebben.”
“Die was ook niet mals, die vond die ene weer een manlijke hysterica en zo. Ik heb dubbel gelegen. Als het geen Joden waren geweest hadden ze elkaar nog voor antisemiet uitgescholden ook, maar dat ging nu niet, hè? Echt, iedereen zat vol mee te genieten.”
“Wat een zootje, je weet toch wat ze zeggen: twee Joden, drie meningen?”
“Ja, als de wereld ze niet afmaakt, dan maken ze elkaar wel af.”
“Ja, bij Jidden gaat alles op standje luid en je had de commentaren moeten lezen: de een had het over de Joodsche Raad, de andere over dat Hitler best gelijk had. Het was smullen voor de echte antisemieten.”
“Maar Joden kunnen toch ook weleens ruzie hebben?”
“Ja graag. En op Twitter zit je op de eerste rang. Want fitties zijn leuk, maar fitties onder Joden zijn de leukste. Van andere minderheden lees je die niet.”
“Ach ja, Joden zijn net mensen.”
“Met de nadruk op net, hè? De nadruk op nèt.”