‘Je wordt één met je hoofdpersoon’

Het nieuwe boek Hotel Linda van schrijver en journalist Arjan Visser heeft een Joodse hoofdpersoon. Het NIW sprak met Visser over werkelijkheid en fantasie, de aantrekkingskracht van het jodendom en de etiquette van het boksen.

Wanneer iemand me iets leuks of moois vertelt, plak ik daar een stickertje op: ‘dit is van mij’, om later te gebruiken als ik schrijf. Dit boek is een mix van twee van zulke verhalen. Het eerste kwam van de oom van een vriendin van me; zijn familielid Piertje Jacobson vertrok na de oorlog om in Brazilië diamanten te zoeken. Hij slaagde daarin, maar niemand heeft ooit nog iets van hem vernomen. Het tweede verhaal gaat over de platonische minnaar van de oma van mijn geliefde. Ze correspondeerden met elkaar – hij woonde in Brazilië – en op zijn oude dag kwam deze minnaar naar Amsterdam om de liefde te verzilveren. Tante opende de deur, dacht ‘nee’, en de man moest zijn intrek nemen in Hotel Linda op de Stadhouderskade. Mijn fantasie, die heel makkelijk op hol slaat, combineerde de twee verhalen. De man die was vertrokken en de man die hierheen kwam werden één persoon, Jonah Jacobson, die in ’42 voor de nazi’s uit Nederland vlucht naar Brazilië en hoogbejaard terugkomt om zijn leven te eindigen in het VU-ziekenhuis.”

Je hoofdpersoon is Joods, terwijl je dat zelf niet bent. Kan je meer vertellen over deze keuze voor je boek?
„Ik voel me erg aangetrokken tot de Joodse religie. Zelf ben ik gereformeerd opgevoed, maar als ik had kunnen kiezen was ik liever in deze traditie geboren. Het zijn verschillende dingen die me aantrekken: ik hou veel van Joodse schrijvers als Joseph Roth en Isaac Bashevis Singer, en ook de sterke vader-zoon relatie die ik bij Joden zie spreekt me erg aan. Verder ben ik een soort verstekeling in het Joodse geloof. Mijn vrouw heeft een Joodse achtergrond, ik woon in Amsterdam-Zuid en kom minstens eens per week hier, bij Sal Meijer (waar het gesprek wordt gevoerd – red.). Dit etablissement en de eigenaar komen zelfs voor in het boek.”

Heb je veel research gedaan?
„Zeg maar gerust dat ik dat op hysterische wijze heb gedaan. De rij boeken die ik las om me te laten inspireren is ongelofelijk lang; zo’n veertig tot vijftig. Over verschillende onderwerpen: over Brazilië; over het delier (de aandoening die de hoofdpersoon krijgt, een plotseling optredende ernstige verwardheid door disfunctioneren van de hersenen), en nog veel meer. Het moest tot in het kleinste detail kloppen, dus ik heb ook gesprekken gevoerd met een diamantbewerker bij Asscher in Amsterdam, want diamantslijpen speelt een belangrijke rol in het verhaal. Naar Brazilië gaan zat er niet in, maar ik heb veel gecorrespondeerd met iemand die daar al lang woont. Over de samenstelling van het boek is goed nagedacht: zo zijn er 56 hoofdstukken plus een dankwoord – samen 57, net zoveel als het aantal facetten van een diamant. Het boek heeft een dankwoord aan het eind, net als het boek Persoonlijke Notities van de Romeinse keizer Marcus Aurelius, een inspiratiebron van de hoofdpersoon. Ik zie trouwens prachtige parallellen tussen de ideeën van Aurelius en de Joodse religie. Bijvoorbeeld dat je geen beloning voor een goede daad moet verwachten. Daar krijgt Jonah op het eind van zijn leven nog een mooie les in: doe goed als je dat perse wilt doen, maar hoop niet op een beloning achteraf.”

Je deed ook medisch onderzoek…
„Ik heb overleg gehad met een neuroloog in het VU-ziekenhuis. Ik vroeg me af hoe ik Jonah kon laten overlijden zonder al te veel pijn. Ik heb over de afdeling gelopen om een bed voor hem uit te zoeken waar hij bij het raam kon liggen kijken naar de sterren. Ik vereenzelvigde me zo met hem dat ik soms zei of dacht ‘Ik liep daar’, terwijl ik eigenlijk bedoelde ‘Jonah liep daar’. Ja, je wordt één met je hoofdpersoon.”

De Tweede Wereldoorlog drukt een stevig stempel op het boek, toch is het niet zwaar om te lezen. Hoe doe je dat?
„Door de feiten zo subtiel mogelijk weer te geven. Dat mensen mishandeld worden, dat de dood dreigt vind ik zo gruwelijk dat ik er niet te direct over wil schrijven. Ik vind het ongepast dat expliciet te benoemen; we weten allemaal wel wat er in die tijd aan de hand was. Ik probeer het wel symbolisch weer te geven: Nederland in de Tweede Wereldoorlog staat symbool voor de hel, daarna komt Jonah terecht in het paradijs van Brazilië. Ik verwen hem daar enorm; met een prachtige tuin, waar hij mooie gesprekken voert met zijn vriend Augusto. Het is zonnig, er zijn bloemen en hij rijdt in vrijheid rond op de mooiste motor die er is: een Indian, die ik speciaal op internet voor hem heb uitgezocht. Hij is daar gelukkig en stopt het verleden weg in alle opzichten; wil niet weten wat er is gebeurd met zijn moeder en tweede vader, die zijn afgevoerd naar een concentratiekamp. Maar ontsnappen aan het verleden blijkt onmogelijk. Als zijn neef overlijdt gaat hij naar Nederland en kan er niet meer onderuit.”

Het boek staat vol details uit de Nederlands-Joodse geschiedenis van voor de oorlog. Zoals een spannende, geheime bokswedstrijd…
„Boksen was een tijd verboden, omdat het leidde tot vechtpartijtjes op straat. De beschreven wedstrijd tussen Joodse sporters Ben Bril en Bram Beest heeft echt plaatsgevonden. Zo’n gevecht van man tot man vind ik mooi. Van kinds af aan leer je van je moeder dat je niet mag slaan, maar binnen de bokssport is het ineens gepermitteerd. Boksen is behoorlijk gentleman-like, vergeleken met sommige andere vechtsporten. Al is dat eigenlijk een paradox, want je doet elkaar ontzettend veel pijn en mag iemand zelfs knock-out slaan.”

Al lezend weet je op een gegeven moment niet meer zeker wat waarheid of fantasie is.
„Jonah maakt een lange reis, waarbij hij de kluts kwijtraakt. Mijn bedoeling is dat je hem als lezer blijft volgen maar je ook afvraagt of wat hij meemaakt droom of werkelijkheid is. Komt die ene figuur in het verhaal echt aan zijn bed zitten of verzint hij dat? Ik wil verwarring zaaien, maar herstel dat weer op tijd. Werkelijkheid en fantasie lopen door elkaar in het verhaal. Maar als je goed leest, begrijp je wat er gebeurt.”

Hotel Linda, Arjan Visser, De Arbeiderspers, €19,95, www.arbeiderspers.nl