Italiaander (ver)koopt alles 

OLYMPUS DIGITAL CAMERAGideon Italiaander is berucht en beroemd in Amsterdam. Hij opent goedkope outlet-winkels op de meest chique hotspots in de stad. „Oude dames in bontjassen snauwden me toe dat ze me niet meer dan drie maanden gaven.” 

 

Hij is een vreemde eend in de bijt, Gideon Italiaander (35). Zonder gêne opent hij in 2010 een euroknaller in de P.C. Hooftstraat, de duurste en meest exclusieve winkelstraat van Nederland. Jort Kelder noemde Italiaanders zaak in een tv-serie ‘de etterende puist van de recessie, die is doorgebroken in de vorm van een winkel’. Nu prijkt zijn naam groot op de hoek van de Apollolaan en Beethovenstraat, de chicste buurt van Amsterdam. „De locatie is peperduur, maar het werkt,” legt Italiaander uit. „Omwonenden klaagden aanvankelijk dat mijn winkel eruitziet als een Turkse groenteboer, maar nu kunnen ze niet meer zonder me. Het is in het weekend drukker bij mij dan in de Bijenkorf.” Italiaander is jong, fris, enthousiast en zelfs een beetje hip. Niets aan hem doet denken aan de term sjacheraar, zoals hij weleens genoemd wordt. In zijn loods aan de Havenstraat, ook in Amsterdam-Zuid, lijkt hij iedereen te kennen die op zoek is naar een koopje. De gesluierde Turkse vrouwen bij de flacons deodorant kent hij bij naam, net als de oudere man die een glas-in-looddeur bestudeert. Met zijn rode wangen, pretoogjes en grote glimlach straalt Italiaander één en al energie uit. Opgeruimd legt hij uit dat de deodorant vijftig cent kost, net als de sokken. „Dit is geen werk, dit is plezier,” zegt Gideon. „Eén groot pretpark.”
De loods van 1500 vierkante meter lijkt nog het meest op een rommelmarkt. Alles is er te koop, van olielampjes, stepjes en kasten tot landkaarten, pantoffels en gigantische spiegels. Het Waterlooplein, maar dan overdekt. „Het overgrote deel hier komt uit inboedels en is op een of andere manier tweedehands. Nieuwe producten gaan naar mijn winkel in de Beethovenstraat.”

Buitenbeentje
Italiaander is niet alleen een opvallende persoon in het Amsterdamse, ook thuis is hij het buitenbeentje. „Handel zit helemaal niet in de familie,” zegt hij, terwijl hij zijn medewerker Husein – die al vijftien jaar voor Italiaander werkt – doorgeeft hoeveel een fietsband kost. „Mijn ouders zijn allebei sociaal werkers. Mijn moeder deed stervensbegeleiding in Beth Shalom, mijn vader werkte voor Joods Maatschappelijk Werk. Mijn broers en zussen hebben op het gymnasium gezeten. Ik niet. Voor mij was school een lijdensweg. Leraren dachten dat ik lui was, omdat de rest van de familie het wel goed deed. Maar als ik een zin lees, ben ik aan het eind alweer vergeten wat er aan het begin stond.”
Uiteindelijk haalt Italiaander de mavo en gaat hij op zijn zestiende aan de slag als uitpakker op de Amsterdamse Noordermarkt. „Fantastisch vond ik dat! Ook als ik allang klaar was bleef ik nog uren rondhangen en hielp ik waar het kon.” Vader en moeder Italiaander zijn niet blij met de keuze van hun zoon om niet verder te studeren. „Het zijn typisch Joodse ouders. Het heeft ze tijd gekost om eraan te wennen en heeft voor veel spanningen gezorgd. Maar toen ze zagen hoe gelukkig ik was op de markt, gingen ze snel overstag.”
Op zijn achttiende besluit Italiaander dat het tijd is om op eigen benen te staan. Hij leent geld van zijn ouders om zijn eerste busje te kopen en plaatst een advertentie in het blad ViaVia met de tekst ‘Gideon koopt Alles’. De rest is geschiedenis. Twintig jaar verder is Italiaander uitgegroeid tot een begrip en een van de hoofdspelers in Amsterdam op het gebied van de opkoop van inboedels en verder alles wat los en vast zit. „Een uitstervend beroep,” denkt Italiaander. „Niet overgenomen door de jeugd.” Hij baalt ervan dat hij ook wel sjacheraar genoemd wordt. „Ik heb dat woord weleens opgezocht in het woordenboek en daar stond dat een sjacheraar oneerlijke zaken doet. Dat heeft niets met mij te maken.”

Lees verder in NIW 13

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*