Israël als vervanging van een verloren jeugd

Kort voor zijn overlijden gaf Gerry Mok een interview aan het NIW. Hij sprak over ziekte, de oorlog en zijn liefde voor Israël.

Het ging niet meer. Ik ging achter mijn computer zitten, maar het kwam er niet meer uit zoals ik wilde. Veertig jaar NIW, dat is een hele tijd,” verzucht Gerry Mok op donderdag 8 maart in de ruime woonkamer van zijn grachtenpand aan Singel 88. Gehuld in een stijlvolle pyjama neemt hij op de comfortabele bank een hap van het stuk slagroomtaart dat zijn vrouw Rita kort ervoor neerzette, naast hartige lekkernijen en een grote karaf water. Vier maanden eerder, in december 2011, schreef hij zijn laatste column voor het NIW, overigens met de uitgesproken hoop die op enig moment toch weer te hervatten, eventueel zelfs in verkorte vorm. „Misschien af en toe een kort postzegeltje met een gedachte?” stelde hij voor tijdens een eerder bezoek, maar ook dat kwam er niet meer van. „Als je bedenkt dat ik zit tussen ziek zijn en nog zieker worden, kan ik niet zeggen dat het geweldig met me gaat,” vertelt Gerry nu, die gedurende het gesprek overigens nog heel scherp en gevat blijkt. Het verzoek voor een interview lag er al even, maar nu is de tijd er ook voor Gerry rijp voor. „Ik houd nog steeds belangstelling voor allerlei dingen. Het valt intussen niet mee. Ziek zijn op deze leeftijd en weten dat deze leeftijd 74 is, dan zit je opeens in een bepaalde categorie, een bepaalde leeftijdscategorie. Ik vond altijd dat ik erg jong was. En ik houd nogal van het leven. Ik vind het fijn om er te zijn.” Gerry neemt een slok water en nog een hap van zijn slagroomtaart. „Nog steeds krijg ik hele leuke post van mensen die me al die jaren hebben gelezen. Het is bijzonder om te beseffen dat je een rol    in het leven van mensen hebt gespeeld,” vertelt Gerry, die direct doorpakt met een anekdote, een zijpaadje bewandelt zoals hij gedurende het gesprek vele malen zal doen. Op welke wijze dan ook proberen in te breken op een dergelijk zijpad is een vrijwel onmogelijke opgave. Ik probeer dat vandaag toch af en toe omdat we beperkte tijd beschikbaar hebben, maar met weinig succes.

Respons

 „Het leukste wat ik je over die band met de NIW-lezer kan vertellen is het volgende. Toen het NIW me er een aantal jaren geleden uitgooide, was de reactie van veel mensen: ‘we kunnen je niet missen’. Frits Barend zei in zijn talkshow op RTL4: ‘Wat heb ik Mok vaak gehaat als hij vrijdags bij me op de deurmat viel en dat al meer dan dertig jaar. Dat houdt gewoon in dat toen hij eruit gegooid was, ik hem echt begon te missen. Ik merkte dat ik me niet meer kon ergeren.’” Gerry toont een brede glimlach. „Kijk, dat is leuk. Wat mensen vonden van wat ik schreef, dat moeten ze zelf maar weten.” „Als je, zoals ik, vele jaren schrijft, dan krijg je aandacht en aandacht krijgen is mooi. Het schrijven op zich is een leuke bezigheid, maar je krijgt ook respons, waaronder van politici.” Gerry hield veel van het sociale aspect van het journalistieke metier. Hij kende Israëlische premiers persoonlijk en onderhield zelfs vriendschappelijke contacten met de premiers Golda Meir en Jitschak Shamir. „Ik was een keer bij Golda Meir thuis op bezoek. Op een gegeven moment zit een aantal mensen samen met mij en haar in dezelfde ruimte. Tegen die mensen zei ze: ‘Zoals deze meneer en ik heel goed weten…’ En toen legde ze een beetje uit wat we ergens van vonden. Nou, dan denk je: zij weet dat ik de dingen ken. Dat geeft een ongelofelijk gevoel van tevredenheid, dat je in ieder geval je onderwerp begrijpt. We zaten op een lijn. Dat was overigens vaak het geval met veel politici in Israël en ook wel journalisten. Omdat we van elkaar door hadden dat we het onderwerp goed   kenden en mateloos van dat land hielden. Dat is echt zo. Dat doe ik nog steeds.” Ik vraag Gerry uit te leggen waaruit zijn diepe verbintenis met Israël precies bestaat. „Omdat ik van dat land ben. Ik ben ermee opgevoed. Als klein jochie ben ik opgevoed als een klein zionistje. Als je het eerlijk wil weten: het heeft te maken met de opeenvolgende reeks van gebeurtenissen. De oorlog voltrok zich aan mij en aan ons. Op een gegeven ogenblik ben je onlosmakelijk verbonden met wat jou is overkomen en dus met dat land.”    

Lees het volledige interview deze week in het NIW