Is het jodendom diervriendelijk?

Terwijl er in Den Haag koortsachtig overleg wordt gepleegd over de sjechita, vertelt rabbijn Menno ten Brink over de relatie tussen mens en dier volgens het jodendom.

In het eerste hoofdstuk van de Tora (de vijf boeken van Mozes), waarin de schepping beschreven staat, zegt Hasjeem tegen de mens: ‘Bedwing de aarde en heers over vissen, vogels en alle levende dieren’. Dit is een opdracht die direct daarna ook weer ingeperkt wordt, want het blijkt dat alleen het gewas op de aarde, de bomen en boomvruchten bedoeld zijn om van te eten (Genesis 1:29), niet de dieren.

De mens was in eerste aanleg vegetariër, dus geen vleeseter. Dat werd pas toegelaten na de vloed, ten tijde van Noach (Genesis 9:3-4), als een compromis aan de mens. Maar ook hier zijn meteen beperkingen voor de vleeseter, want het werd de mens uitdrukkelijk verboden om het bloed van dieren te eten. Bloed wordt beschouwd als de zetel van het leven, en dat wordt niet gegeten. Vanwege de eerbied voor het leven zelf moet het bloed uitgestort worden op de aarde; het gaat als het ware terug naar de Schepper, die het leven zelf gegeven heeft.

Alles is heilig

Dat verbod is symbolisch voor het voorschrift van de Tora dat alle leven heilig is. Alle leven, zowel van mensen als van dieren, die op zich wel – op humane wijze – geslacht mogen worden voor menselijke consumptie. Dat gebeurt via de zogenoemde halssnede. De halsslagader, de luchtpijp en het centraal zenuwstelsel, moeten met één snede van een gaaf en vlijmscherp mes door een daartoe opgeleide professionele slachter worden doorgesneden. Als men besluit dat vlees eten mag, mag het dier namelijk niet onnodig lijden.

Onze rabbijnen hebben bepaald dat uiterst zorgvuldig met dieren moet worden omgegaan: tsa’ar ba’alei chajiem, ‘de pijn van levende wezens’ (Babylonische Talmoed, traktaat Baba Metsia 31a-32b), wordt dat genoemd. Uitgangspunt is dat de mens dieren kan beheersen, maar niet ongelimiteerd. Dit wordt als een universele regel beschouwd en is ook onderdeel van de zogenaamde zeven noachidische geboden, basis voor een menswaardige maatschappij. Hierin staat onder meer dat men geen vlees van een levend dier mag nemen, omdat het dier dan lijdt.

Ook rustdag dier

Er zijn nog talloze voorbeelden van dit beginsel. De vierde van de Tien Uitspraken (Exodus

20:10 en 23:12; Deut. 5:14) gaat over sjabbat, de wekelijkse rustdag, die ook voor dieren geldt; ook je dier moet rusten. Het is verboden (Deut. 22:10) een os en een ezel samen voor één ploeg te zetten, omdat het zwakkere dier voortgetrokken kan worden door het verschil in kracht. Het zwakkere dier zou daardoor onnodig lijden en dat is verboden. Ook leert de Tora hoe we op ethisch verantwoorde wijze moeten omgaan met dieren. Daarbij is het geestelijk welzijn van het dier eveneens van groot belang. Ook de bepaling in Leviticus 22:28: ‘Een rund of een schaap mag je niet samen met zijn jong op een en dezelfde dag slachten’, duidt in de eerste plaats in die richting, maar gaat verder dan dat: als je moeder en kind op dezelfde dag zou doden, is het alsof je de hele diersoort zou uitroeien.

De mens moet aandacht besteden aan het welzijn van het dier. Genesis 24 vertelt het verhaal van Eli‘zer, de hulp van Abraham, die een vrouw ging zoeken voor Izaak. Hij zocht een vrouw die goed was voor mens en dier, en koos Rebecca, omdat zij uit zichzelf eerst hem en toen maar liefst al zijn tien kamelen te drinken gaf. De rabbijnen van de Talmoed (Berachot 40a) hebben bepaald dat die volgorde eigenlijk andersom had moeten zijn: je mag niet eerder zitten, rusten en eten, dan dat je je dieren te eten hebt gegeven.

Dier van je vijand

Dieren die verdwaald zijn (Exodus 23:4) moeten eerst verzorgd worden om zo snel mogelijk daarna aan hun eigenaar te worden teruggebracht. Dat geldt zelfs voor de dieren van je vijanden. Ieder dier dat gevallen is, moet op de been geholpen worden (Deut. 22:4), ook dat van je vijand, want het dier kan er niets aan doen dat jij en de eigenaar elkaar niet aardig vinden. Een midrasj op de Psalmen (Midrasj op Psalm 37:1) leert, dat Noach en zijn familie gered zijn van het water, juist omdat ze de zorg voor de dieren primair stelden boven de zorg voor zichzelf.

Een ander diervriendelijke bepaling is, dat je een os niet mag muilkorven als hij door een veld met ma•s ploegt (Deut. 25:4). Je mag een dier dus geen tantaluskwelling laten ondergaan. Wel het voedsel zien en ruiken, maar er niet bij kunnen is wreed tegenover dieren, en daarmee verboden.

Men kan nog denken: die bepalingen zijn er alleen omdat dieren van nut zijn voor de mens. Maar het beginsel slaat ook op dieren die op zich geen nut hebben voor mensen, en zelfs een bedreiging kunnen vormen. De Talmoed (traktaat Avoda Zara 18b) verbiedt naast gladiatorengevechten ook stieren-, honden- en hanengevechten, en de plezierjacht, omdat dieren hierdoor lijden en gedood worden zonder andere reden dan het plezier van de mens. Het zinloos vernietigen van leven staat dicht bij het vernietigen van de diersoort, en staat gelijk aan het eten van bloed, wat strikt verboden is.

‘Vul de aarde en beheers haar. Heers over de vissen, de vogels en de dieren’. Maar dit gebod wordt ingeperkt door het principe van tsa’ar ba’alei chajiem (‘de pijn van levende wezens’), om de mens grenzen aan te geven ter bescherming van de Schepping.

 

 

Co-partner in scheppingsplan

De rijke Joodse traditie heeft een heel wezenlijke bijdrage te leveren aan onze verhouding met de natuurlijke leefomgeving. Wij hebben een verplichting ons actief in te zetten voor het behoud van onze natuur, van de flora en de fauna, omdat de mens co-partner is in het grote scheppingsplan. Als men consumptie van vlees accepteert, moet het slachten zo diervriendelijk mogelijk gebeuren, zonder dat het dier lijdt. Overigens zou overwogen moeten worden om voor de kosjere slacht alleen dieren te nemen die een ‘dierwaardig’ leven hebben gehad, zoals scharrelkippen en runderen en schapen die vrij hebben kunnen rondlopen en niet door de bio-industrie op massale manier zijn gefokt. n

 

 

7 Comments

  1. leuk verhaal, maar we leven in 2011 en inzichten en wetten veranderen. als voor 97 procent van de nederlanders een wet geldt dan toch ook voor de rest héé. er kan ook kosjer vlees worden ingevoerd.

  2. Nederland (lees: de wereld) is al jaren niet meer Joods vriendelijk. De enigste groepen die nog achter Israel en Joodse landgenoten staan zijn overwegend christenen.
    Ook ik als Christen twijfel niet over het diervriendelijk zijn van het Joodse volk. G-d heeft tenslotte de mens verantwoordelijkheid gegeven op de juiste manier met de schepping om te gaan. Maar ook Zijn duidelijke opdrachten waar het om de slacht gaat.
    Vraag me af of wij als Christenen niet naar de rechter / staten generaal kunnen stappen om de wet af te keuren…. zou dat graag doen. Als Hitler nu geleeft had, had hij met grote vreugde een lintje uitgedeeld aan de partij voor de dieren, en haar mee stemmers: geloof het of niet, de mens telt niet meer mee (abortus en euthanasie), G-d ‘s bestaan wordt ontkent. En dieren, tja, waardevoller dan mensen…

    Hans, Amsterdam

    • Voor mij is MT een Pilatus Van De Democraten(PVDD), ben dus eens met stappen te ondernemen, maar hoe.

      Behalve godsdienstvrijheid is het nodig dat je eerst in de schoenen van joden loopt voordat je iets begrijpen kan van, en doen kan van de Thora, dus waarom kan MT uberhaupt iets zeggen over hoe joden om moeten gaan met dieren.

      Verdoven alvorens te slachten, geeft de mens de vrijheid om door te gaan met de biostallen, etcetera…

      Een goed leven voor dier en mens hoort het accent te krijgen en die kans heeft MT tegengehouden.

      Een vlijmscherpe snee, gedaan door een joodse slachter na een studie van 3-8 jaar, door de halsslagader van het dier is minder pijnlijk dan een scheurwond in mijn ziel, dat geneest slecht, want hoe kan ik daarvan genezen, dat ik tegen de Thora van onze Schepper in zou moeten gaan?

      Dan dooft het Licht…

      Anna, Amsterdam

  3. Het argument hierboven van W.H. Goor dat — bij een verbod van de kosjere slacht in Nederland — het vlees desnoods kan worden ingevoerd is volslagen irrationeel. Zij die ernaar streven de Sjechitah in Nederland te verbieden zullen immers ook voorstanders zijn van een verbod in het buitenland (bijv, in EU verband, en liefst wereldwijd), zodat ook de invoer van kosjer vlees niet langer mogelijk is.

    Ook het argument dat als een wet voor 97% van de bevolking telt, dan ook voor de rest &c, is pure misleiding. De wetten voor de slacht gelden voor iedereen, en ook de uitzondering voor de rituele slacht gelden voor iedereen. Iedereen kan zodoende gebruik maken van het recht kosjer te eten. De wet zoals deze nu is geeft iedere Nederlander de keuzemogelijkheid tussen kosjer en niet-kosjer vlees. Dit is met name van belang voor niet-observante Joden, die steeds de keuze blijven houden om kosjer te gaan eten, en voor niet-Joden die belangstelling voor het Jodendom hebben, zoals mensen die een gioer overwegen. Dat de wet een uitzondering biedt op het verdoven in verband met de religieuze slachtwetten van Jodendom en Islam betekent dat iedereen die zich tot een van deze religies bekent of een overgang tot een van deze overweegt, van die uitzondering gebruik kan maken.

    Er is dus geen sprake van een uitzondering in de wet voor Joden en Moslims op grond van oneigenlijke gronden zoals positieve discriminatie of bevoorrechting. Bovendien kan men zich afvragen wat dit “voorrecht” in dit geval zou zijn. Kosjer vlees is drie keer zo duur als niet-kosjer vlees en het kosjere dieet levert geen tastbare maatschappelijke voordelen op. Het is dus onzin om aan te komen zetten met de suggestie als zouden Joden en Moslims zich aan de wet onttrekken door hun bijzondere wijzen van slacht.

    Het argument tenslotte dat wetten en inzichten veranderen is irrelevant voor het onderwerp. Evoluerende inzichten zijn er ook in de historische ontwikkeling van de mondelinge Torah en allerlei aspecten van de halachah. Maar netzomin als deze evoluerende inzichten het mogelijk maken de grondregels uit de geschreven Torah omver te werpen, zomin zou ontwikkelend inzicht in het seculiere recht grondrechten mogen terzijde stellen. Dit laatste gebeurt nu evenwel, en dat betekent dat een eind gemaakt wordt aan een bijna 400 jaar bestaande traditie van religieuze vrijheid voor Joden in Nederland. Zoiets is voor iedereen met enig historisch besef — een categorie mensen waartoe de Nederlandse volksvertegenwoordigers niet lijken te behoren — een omineus teken. Wat hier gebeurt lijkt op het eerste gezicht een kleinigheid, in werkelijkheid is het een aardverschuiving. De zaak staat namelijk niet op zichzelf. Het volgende agendapunt zal een andere bloederige joodse rite zijn, de besnijdenis. Ook die zal na enige tijd getroffen worden door een wettelijk verbod, bijv. met een beroep op het beginsel van lichamelijke integriteit. En in dat geval is de zaak nog veel ernstiger, omdat er voor Joden dan geen alternatief bestaat. Niemand is verplicht vlees te eten, maar de verplichting van de Bris Milah behoort tot het hart van het Jodendom. Als de besnijdenis wordt verboden wordt de hele joodse gemeenschap in Nederland gecriminaliseerd. En dat laatste gaat heus wel gebeuren als de Wilderianen het voor het zeggen krijgen.

    Men vergisse zich hierbij vooral niet in Wilders en de aard van de PVV. Deze beweging is naar het schijnt Israel-vriendelijk en vrijheidsslievend, maar die vrijheidsliefde is een farce die vooral tot uiting komt in het afnemen van vrijheden van anderen en de Israel-liefde is er alleen wegens het seculiere karakter van de huidige Joodse Staat. Maar Wilders heeft net zo’n pesthekel aan orthodoxe Joden als aan Moslims, want deze Joden zijn een obstakel op zijn weg tot het bereiken van zijn hoofddoel: het verbieden van de de Islam in Nederland (en Europa). Bijgevolg is hij volkomen bereid voor dat hoofddoel de joodse gemeenschap, die maar klein is, op te offeren. In werkelijkheid zijn Wilders en de PVV anti-religie. Ze zijn bijv. ook tegen het Christendom zolang dit orthodoxe trekken vertoont, zoals een traditionele en behoudende sexuele moraal.

    Nu tekent zich in het debat rond de slachtwet de zowel boeiende als bedreigende ontwikkeling af van een kamerbrede coalitie tussen secularistisch rechts en secularistisch links. Alleen de christelijke partijen (CDA, CU en SGP) doen namelijk niet mee aan deze coalitie.

    Dit feit wijst op de precaire situatie voor de joodse gemeenschap. Met de besnijdenis zou het namelijk net zo kunnen gaan als met de kosjere slacht. In korte tijd kan het joodse leven in Nederland volkomen onmogelijk worden gemaakt. Dat is geen pessimisme. Het is niets anders dan een realistische inschatting van de situatie waarin de religieuze grondrechten op het ogenblik verkeren. Het overgrote deel van de Nederlanders heeft zijn banden met religie en bijbelse noties allang en te diepgaand verloren om nog enig belang te hechten aan zoiets als vrijheid van godsdienst. Voor hen heeft deze vrijheid zichzelf overleefd. Een beetje stemmingmakerij is daarom genoeg om het publiek rijp te maken voor de gedachte dat de joodse en islamitische besnijdenis primitieve en onmenselijk wrede rituelen zijn die onverenigbaar zijn met de mores van een beschaafd land. De partijen van het politieke midden — met name het CDA — zijn zodanig verzwakt dat ze gelegenheidscoalities van links en rechts op deze gebieden niet meer tegen kunnen houden.

    Tegelijkertijd is er iets anders heel duidelijk geworden. Alleen de christelijke partijen vertonen enige ware tolerantie en zijn bereid een religieuze praxis die ze zelf niet beoefenen voor anderen te verdedigen. Maar de vermeende dragers van de tolerantie, de liberalen en de sociaal-democraten, hebben zich allerminst tolerant betoond. Ze zijn volkomen bereid gevonden tot het ondersteunen van een regelrecht anti-joodse wet. Ze zijn o zo tegen antisemitisme zolang dat mooi staat en goed uitkomt, en zolang zich er geen gelegenheid voordoet goede sier bij het volk te maken met anti-joodse maatregelen.

    • Beste Ronald, een mooi betoog. Maar tav jouw punt over de evolutie van de voorschriften……….. waarom mag een Joods weerloos jongetje van 8 dagen wel verdoofd worden met wijn (hetgeen zeer schadelijk is aangezien de lever nog niet goed werkt) en niet met een echte (lokale) verdoving? Waarom mag een Joodse vrouw haar eigen haren niet laten zien maar wel een sheitl dragen die haar in de meeste gevallen aantrekkelijker maakt dan haar eigen haar? Is hier gewoon sprake van starheid en hypocrisie? Als de rabbijnen nou eens hun standpunten herzien/aanpassen gelijk hun machtige voorgangers dat deden nav de voortgang van de tijd en tecnhiek (oa tav de uitvinding van electriciteit etc.) is alles toch te bespreken? We roepen toch veel te vaak dat het anti semitisme is? Daarmee hollen we onze eigen positie uit! Am Jisrael Hai!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*