Introspectie

Terwijl de zomer afscheid heeft genomen en de natuur zich begint terug te trekken tot haar diepste kern, beleven wij Joden dagen van introspectie, van het kijken naar fouten die we het afgelopen jaar hebben gemaakt en de intentie om die met integriteit recht te zetten. Intussen heerst in de Amsterdamse Joodse wereld chaos. Zo’n anderhalf jaar geleden maakte de Joodse Omroep een portret van opperrabbijn Ralbag. De maakster, iemand van buiten de Joodse gemeenschap, schilderde een idyllisch plaatje. Jongeren vertelden dat hij zo open stond voor de gemeenschap, en de opperrabbijn zelf zei tevreden te zijn over de manier waarop hij functioneerde. Interessant was de opname waarin rabbijn Ies Vorst de opperrabbijn ervan probeerde te overtuigen dat het balkon in de nieuwe sjoel in Amstelveen geen goed idee was. Ach, dat balkon, dat nu toch niet doorgaat, was afgelopen maanden waarschijnlijk een van de mindere uitdagingen voor de opperrabbijn, die destijds door de NIHS werd ingehuurd om opperrabbijn Lewis te vervangen. De rabbijn had toen in thuisbasis New York al carrière gemaakt bij een zeer orthodoxe kehilla en verdiende zijn dagelijks brood, met beleg, met de Triangle K-hechsjer business. Met de verschillen in nesjomme van de kehilla Amsterdam en die van zijn andere gemeenschap in New York, moet de rabbijn zo nu en dan het idee hebben zich in een spagaat te bevinden. De NIHS is met té weinig leden met té verschillende levensvisies om niet hier en daar – met inachtneming van de halacha – te kiezen voor een vrijere interpretatie. Alleen zo kunnen zo veel mogelijk leden van deze eenheidsgemeente met elkaar door één deur. Maar alle rabbinale beslissingen die hier in Amsterdam genomen worden, komen ook de kille in New York ter ore en zouden ze daar begrip hebben voor die andere, Nederlandse nesjomme? Intussen stapelen de dossiers zich op: het exportkasjroet, de sjechieta, de leeglopende sjoels, ontevredenheid onder leden, het succes van AMOS, om er maar een paar te noemen; en andere zaken die uiterste nauwkeurigheid vereisen zoals het vinden van een rechtvaardige balans tussen de wensen van de vrome en minder vrome leden van de NIHS. De rabbijn kan het nooit iedereen naar de zin maken, maar het moet gezegd: niet alleen de stapel dossiers maar ook het aantal klachten groeit: zo zou de rabbijn te weinig binding hebben met minder trouwe kehillaleden, zakelijke belangen zouden nog weleens botsen met gemeenschapsbelangen en de communicatie vanuit New York verloopt niet altijd even vloeiend. Zie hoe het NIW deze week aan alle rabbijnen in de netelige kwestie van de psak rechtstreeks vragen kon stellen en antwoord kreeg, maar de opperrabbijn hulde zich als een van de hoofdrolspelers in stilzwijgen. Ondanks herhaalde pogingen van de redactie om met hem in contact te komen. Schrijfster dezes sliep zelfs met haar mobieltje naast zich omdat ze de rabbijn had verzocht vooral contact op te nemen, al was het midden in de Nederlandse nacht. Ik heb goed geslapen… De vraag kan daarmee worden gesteld of dat stilzwijgen getuigt van leiderschap en ik vraag me af of het leiden van een kille als de genoemde New Yorkse wel te verenigen is met de Amsterdamse. Mede namens de hele redactie wens ik de opperrabbijn en u allen een chatima tova, veel wijsheid en zeker tijdens deze Hoge Feestdagen een groot vermogen tot introspectie.