Instrument van de nazi’s  

fotoRuudvanGessel7
Hans Knoop met Rob Oudkerk. Foto: Ruud van Gessel

Er is nauwelijks een onderwerp in Joodse kring meer beladen dan de Joodse Raad. In de Tweede Wereldoorlog garandeerde die Raad de nazi’s een soepel verloop van de deportaties, tot in september 1943 de leiding van de Raad zélf op transport ging. Journalist Hans Knoop maakte er, samen met regisseur Ruud van Gessel, een documentaire over.  

Door: Paul Damen

Op zondagavond 3 mei, vlak voor de beladen weken van dodenherdenkingen en bevrijding, vertoont de Joodse Omroep de documentaire De langste nacht voor de Joodse Raad, het einde van een illusie. In deze documentaire staat de rol van beide voorzitters van die Raad, Abraham Asscher en professor David Cohen, centraal. Hans Knoop publiceerde al eerder, in 1983, een boek over deze Raad, dat toen al veel stof deed opwaaien. Nu blikt hij terug met Rob Oudkerk, kleinzoon van voorzitter David Cohen, schrijver Leon de Winter en de Engelse deskundige op het gebied van Joodse Raden in de landen van bezet Europa, prof. Bob Moore. De ‘langste nacht’ in de titel verwijst naar de nacht waarin de Raad eind 1943 zélf haar eigen medewerkers moest selecteren voor deportatie. Regisseur van de documentaire is Ruud van Gessel, die de afgelopen jaren verschillende documentaires voor de Joodse Omroep maakte, onder andere over de progressieve Joodse gemeente Beth Shoshanna in Deventer en over Chabad.

Spreekbuis
Het instellen van de Joodse Raad was een dwingend bevel van de Duitse bezetter. Een van de eerste opdrachten was het breken van de Februaristaking. Het is geen toeval dat de Raad als eerste verordonneerde dat iedereen zijn wapens in moest leveren. Maar niet iedereen uit Joodse kring trad desgevraagd toe. Mr. L.E. Visser, de door de bezetter afgezette president van de Hoge Raad, bedankte voor de eer. Als voorzitter van de Joodse Coördinatie Commissie, een uit de Joodse gemeenschap zélf voortgekomen coördinatieorgaan, meed hij consequent elk contact met de Duitse bezetters, zodat die er snel genoeg van hadden. Niet alleen daarom, stelt Knoop, kregen de Duitsers met de Raad veel meer dan ze gevraagd hadden. „Ze vroegen om een soort buurtcomité, waar ze instructies aan konden geven. Maar Asscher vond het allemaal zo interessant dat hij Cohen belde en zei: ‘Dat kunnen we toch niet aan de bakker en de slager overlaten, zullen wij dat op ons nemen?’ Dat werd de Joodse Raad van Amsterdam, die later zelfs heel Nederland vertegenwoordigde en bestond uit vertegenwoordigers van het establishment.”

Maar die hadden het niet hoeven te doen?
„Dat hád gekund. Maar ze zijn er met de beste bedoelingen aan begonnen, in de veronderstelling dat hun activiteiten ten bate van de Joden zouden zijn. Maar week na week zijn de verhoudingen veranderd. Uiteindelijk werd de Joodse Raad een instrument van de nazi’s, waarbij de bekendgemaakte beperkingen en verordeningen meestal vergezeld ging van een dringend appel van Asscher en Cohen om ze toch maar vooral stipt op te volgen – in hun eigen belang. In feite riepen ze de Joden op tot een grote mate van lijdzaamheid en serviliteit.”

Om erger te voorkomen? Ze moeten toch geweten hebben dat dit sowieso fout zou gaan?
„Dat is de alles bepalende vraag: wat wisten ze, wat konden ze weten, wat wilden ze weten? Zelfs in 1943 hoefde je niet van het fysieke bestaan van gaskamers te weten om toch te zien dat Joden een afschuwelijk lot tegemoet gingen. Wie zieken, kinderen en bejaarden zonder enige voorziening 72 uur op transport ziet gaan in veewagens naar Silezië, kan weten dat een deel van hen die reis niet overleeft. En om werken ging het niet, want dan zou je geen ouden van dagen, zuigelingen en zwakzinnigen daarheen willen transporteren.”

Voor jouw vader was dat reden om juist niet te doen wat de Raad vroeg?
„Ja. Maar ook mijn vader heeft niet geweten van gaskamers en industriële genocide. De toespraken van Goebbels lieten weinig twijfel over het lot van de Joden bestaan. In Amsterdam waren een aantal incidenten geweest – de Februaristaking en hoe de Duitsers daartegenin gingen, de strafdeportaties naar Mauthausen. Daarbij kon je ernstig de wenkbrauwen fronsen. Asscher dééd dat ook, dat lees je in de notulen van de Raad. Hij stelde voortdurend de vraag: moeten we er niet mee ophouden? Maar hij werd altijd weer omgepraat door Cohen. Die was immers een heuse professor.”

Zeepbel
Uit Knoops documentaire komt, met name in de uitspraken van de Engelse Sjoa-deskundige prof. Bob Moore, het beeld naar voren van Asscher en Cohen als eigenwijze, arrogante en boven de massa staande regenten. Cohen was totaal niet opgewassen tegen de nazi’s, terwijl de fabrikant Asscher, die toch bekendstond als harde onderhandelaar in arbeidskwesties, bemerkte dat hij tegen de nazi’s niets kon uitrichten. Knoop: „Maar wie zou dat wel gekund hebben?”

Maar ze moeten toch geweten hebben dat ze met een zeepbel bezig waren? Met 15.000 Sperren voor medewerkers en hun gezinnen – pakweg een op de zes Joden had vrijstelling van deportatie vanwege diensten voor die Raad? Wie gelooft dat nou?
„Dat is waar, maar het is wijsheid achteraf. Als de Raad er niet was geweest hadden de Duitsers het zelf gedaan. En veel harder. Achteraf gezien was het beter geweest als er wél, zoals in Polen en elders, lijken op straat hadden gelegen, want dan zouden de Joden eerder wakker geworden zijn. Want ook de Raad geloofde niet dat het zo erg kon zijn.”

Maar de vraag is toch niet waarom de Raad niet geloofde dat er een massamoord aankwam? De Raad geloofde dat namens zeer velen. En gaf die het idee dat aan massamoord niet geloofd hóéfde te worden. En dreef hen zo, weerloos, de dood in.
„Dat is waar, maar zij deden dat niet bij vol bewustzijn. Dat zou niemand gekund hebben. De voorzitter van de Joodse Raad pleegde zelfmoord toen hij zich bewust werd van zijn job en nadat hij het onweerlegbare bewijs van een geïndustrialiseerde genocide had.”

Wie zoals de Raad notabelen voor deportatie spaart ten koste van arbeiders, geeft daar toch mee aan dat het geen verkieslijk lot is wat in het oosten op hen wachtte?
„Ja, maar geen moord. Zelfs de Nederlandse regering in Londen dacht nog in 1944 dat driekwart van de Nederlandse Joden na de oorlog gewoon weer terug zouden keren. De schaarse berichten over de moord in Polen werden simpelweg niet geloofd.”

Maar Cohen trok persóónlijk zijn dochter, de moeder van Rob Oudkerk, van het perron. En tegelijkertijd zegt zijn kleinzoon: áls er al sprake was van selectie op klasse, dán…
„Cohen zélf is daar in zijn memoires vrij duidelijk over: hij ziet zichzelf daarin als een generaal die soldaten moest offeren om het officierscorps voor na de oorlog te behouden. Hij ging daar zelfs prat op. Dat beschouw ik als in hoge mate moreel verwerpelijk. Voor de rest past geen verwijt, enkel medelijden.”

Het lijkt wel of je de afgelopen drie decennia milder bent geworden. De laatste zin in je documentaire luidt: ‘Ze faalden in een maatschappij die als geheel faalde.’
„Maar ze kónden ook niet anders dan falen. Dat schreef ik toen ook al. Wat ongetwijfeld is gegroeid, is mijn empathisch vermogen naar Cohen en Asscher.”

Waarom geen Asscher geïnterviewd in je documentaire?
„Lodewijk Asscher heeft zijn overgrootvader nooit gekend, Rob Oudkerk tot zijn 14e wél. Bovendien is daar de verhouding vader-dochter heel interessant. Hoe kán het toch dat in één gezin de vader de serviliteit en gezagsgetrouwheid zelve is, en onder zijn neus, op krap een kilometer afstand van de Raad, aan de overkant van de Hollandsche Schouwburg, zijn dochter, de moeder van Oudkerk, een heldenrol vervult door al die peuters te redden?”

De langste nacht voor de Joodse Raad, het einde van een illusie wordt uitgezonden door de Joodse Omroep op NPO2: zondag 3 mei, 23.00 uur en zondag 17 mei, 13.00 uur

3 Comments

  1. Geachte Redaktie
    N.a.v.gisteren uitgezonden reportage van Hans Knoop over de Joodse Raad vriendelijk verzoek hem mij zijn mailadres te sturen.
    Alvast bedankt.

    met vriendelijke groeten

    Menno Rottenberg
    Oranje Nassaulaan 58 hs
    1075AS AMSTERDAM
    020-6642281

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*