In godsnaam, vernietig de ban op Spinoza

Rabbijn Nathan Lopes Cardozo in De Rode Hoed, met een portret van Baruch Spinoza. Foto: Claudia Kamergorodski

Afgelopen zondag vond in de Rode Hoed in Amsterdam het symposium De casus Spinoza plaats, over het herroepen van de ban op de filosoof. Rabbijn Nathan Lopes Cardozo hield een vurig pleidooi voor het opheffen van de ban.

Men moet diegenen die zich tegen het jodendom uitspreken niet het zwijgen opleggen. Dat te doen is een teken van zwakte. Zeg je tegenstander: spreek zoveel je wilt, en zeg wat je wilt. Uitspraak van de legendarische Maharal, rabbi Jehoedah Löw van Praag, 16 eeuw.  

Door: Nathan Lopes Cardozo

Rabbijn Nathan Lopes Cardozo in De Rode Hoed, met een portret van Baruch Spinoza. Foto: Claudia Kamergorodski
Rabbijn Nathan Lopes Cardozo in De Rode Hoed, met een portret van Baruch Spinoza. Foto: Claudia Kamergorodski

Ik ben de laatst overgebleven in Nederland geboren orthodoxe rabbijn die afstamt van dezelfde Amsterdamse Spaans-Portugese gemeenschap als de beroemde Joodse ‘afvallige filosoof’ Baruch Spinoza. Ons beider families vluchtten uit Spanje naar Holland om aan de inquisitie te ontkomen. Ik houd zielsveel van Spinoza, en naast het bestuderen van mijn grote liefde de Talmoed – het ongeëvenaarde transcript van een zeven eeuwen durend, stormachtig debat tussen honderden van de vroegste en meest opmerkelijke wijzen –, die zelfs God op zijn plaats zet, lees ik hem elke dag. Dit symposium gaat over de vraag of de ban op Spinoza opgeheven moet worden. Die ban is van kracht sinds 27 juli 1656, toen de talmoed Toragemeenschap van Amsterdam een cherem (ban) uitvaardigde waarmee Spinoza formeel voor de rest van zijn leven (en daarna) verbannen werd uit de synagoge, en die hem tevens verplichtte de stad te verlaten. Het was veruit de zwaarste ban die ooit door een Joodse gemeenschap over een    andere Jood is uitgesproken. Tijden dit symposium zal ik beargumenteren waarom de ban opgeheven moet worden. Zoals de Maharal al zo scherp observeerde, een ban is een teken van angst. En sinds wanneer is het jodendom bang?

Queeste 
De meeste mensen weten weinig van Baruch Spinoza of zijn filosofie. Waarschijnlijk kennen ze hem alleen als die vent die door de Joden geexcommuniceerd werd. Toch wordt Spinoza beschouwd als een van de grootste rationalisten van de 17e-eeuwse filosofie die de fundamenten legde voor de Verlichting, die eraan zat te komen. De Duitse Verlichtingsfilosoof Hegel deed de bekende uitspraak: ‘Je bent spinozist, of helemaal geen filosoof’. Spinoza’s filosofische verworvenheden noopten de 20e-eeuwse filosoof Gilles Deleuze ertoe hem ‘de prins van alle filosofen’ te noemen. Toch wist Spinoza weinig van het jodendom en was hij er ook niet eerlijk over. Het was de ban zelf, meer dan zijn eigenlijke filosofie, die hem zo beroemd heeft gemaakt. Het is nu tijd voor de Joodse gemeenschap om de ban op te heffen en tegen de wereld te zeggen: ‘Sorry, we zaten fout. Het jodendom is te groot om door Spinoza verslagen te worden.’ Spinoza slaagde erin veel schade toe te brengen aan de reputatie van het jodendom door het als een dogmatische, benepen religie af te schilderen. De seculiere filosofieprofessor en Nietzsche- kenner Walter Kaufmann (1921-1980) van Princeton University ontkrachtte deze claim: ‘… geen enkel dogma zal ooit voet aan de grond kunnen krijgen [in het jodendom] (…) het jodendom heeft ze nooit als heilig beschouwd.

Diep gevormd door de Katholieke Kerk, hadden de meeste Joodse leiders en leden van de gemeenschap maar weinig kennis van het jodendom toen ze in Holland aankwamen

Vandaar dat het jodendom eigenlijk geen spanningsveld kent tussen religie en de zoektocht naar de waarheid. Je zou zelfs zover kunnen gaan als te zeggen dat de queeste naar de waarheid in geen enkele andere religie zo belangrijk geacht werd, zelfs niet bij de Grieken.’ Emil Fackenheim (1916-2003), die filosofieprofessor was aan zowel de Universiteit van Toronto als de Hebreeuwse Universiteit, en een vooraanstaand expert op het gebied van Hegel en Heidegger, durfde Spinoza ter discussie te stellen en vroeg waarom ‘de auteur van de Ethica, die zegt boven alle vooroordelen en vooringenomenheid te staan niet minder dan voor de eeuwigheid, in zijn Tractatus theologico-politicus zijn toevlucht neemt tot groteske vertekening van de minderheidsreligie die hij heeft achtergelaten, vooral wanneer hij deze vergelijkt met de meerderheidsreligie, het christendom, die hij evengoed weigert te omarmen.’ Spinoza claimt dat het jodendom particularistisch is terwijl het christendom universalistisch is, en dus dichter bij de waarheid ligt. Het omgekeerde is waar. Het jodendom leert dat de rechtvaardigen van alle volkeren het hemelrijk zullen binnengaan, of ze nu Joods zijn of niet. Het christendom is particularistisch omdat het alle niet-christenen uit het hemelrijk weert, ongeacht hun rechtvaardigheid. Spinoza gooit alle rabbijnen van Israël op een grote hoop met de slechte Farizeeërs, zoals ze afgeschilderd worden in het Nieuwe Testament, een van de meest notoire geschiedvervalsingen ooit. En niet alleen schrijft Spinoza dingen die niet waar zijn, hij doet dat ook tegen beter weten in. Niet voor niets stelt Fackenheim de voor de hand liggende vraag: Does this of all philosophers act in bad faith? (‘handelt deze, van alle filosofen, te kwader trouw?’). De grote Kantiaanse filosoof Hermann Cohen (1842-1918) beschuldigde Spinoza van het – zij het onbewust – aanwakkeren van antisemitisme in intellectuele kringen. Spinoza heeft het jodendom niet ontkracht, hij heeft het verkeerd voorgesteld. De kwestie is niet of het jodendom gelijk heeft of niet. De kwestie is of er sprake is van een eerlijke representatie van waar het jodendom voor staat. Spinoza is niet geslaagd in die eerlijke representatie, gedeeltelijk uit onwetendheid, gedeeltelijk tegen beter weten in.

Overkill 
Het jodendom heeft in de geschiedenis mensen verbannen, maar slechts zelden – en dan vooral als een manier om de Joodse gemeenschap te beschermen – Joden die de gemeenschap in fysiek gevaar brachten in een wereld die nog niet klaar was om Joden en het jodendom in zijn midden te accepteren. Dit was waarschijnlijk ook het geval bij de ban van Spinoza. De Joods-Portugees- Spaanse gemeenschap, die zich nog maar net in Amsterdam had gevestigd, was zich er ten volste van bewust dat men alleen in de stad zou kunnen blijven bij de gratie van de bestuurders van Amsterdam. Het was afdoende duidelijk dat het geen enkel lid van de Joodse gemeenschap toegestaan was het gebruikelijke Godsbegrip en de autoriteit van de Bijbel openlijk aan te vallen, met de expliciete waarschuwing dat men het risico liep eruit gegooid te worden. Zelfs uit Amsterdam, de meest vrijzinnige stad in heel Europa. Toen de jonge en onervaren Spinoza zijn ketterse ideeën over God en de Bijbel openlijk begon uit te dragen, was er maar weinig wat de gemeenschap kon doen om een ernstige confrontatie met het bestuur van Amsterdam te voorkomen en besloot men hem te verstoten. Men maakte daarbij gebruik van de meest extreme excommunicatiewoorden: ‘Hij zij vervloekt bij dag en bij nacht; vervloekt zal hij zijn als hij gaat liggen, en vervloekt zal hij zijn bij het opstaan…’ De ban was totale overkill – er was op dat moment zelfs nog geen kleine these van Spinoza gepubliceerd – wat slechts bewijst hoe angstig men in deze gemeenschap was. De Amsterdamse Joodse gemeenschap van de 17e eeuw had de grootste moeite met het creëren van een samenhangend kerkgenootschap uit de gehavende Joden die net in Amsterdam waren aangekomen uit Spanje en Portugal. Veel van deze Joden waren opgegroeid onder de invloed van de Katholieke Kerk en hun (groot)ouders waren gemarteld door de Inquisitie. Wat hen misschien het meest stoorde was Spinoza’s verraad van deze getraumatiseerde gemeenschap, die door de Inquisitie duizenden doden te betreuren had. Diep gevormd door de Katholieke Kerk, hadden de meeste Joodse leiders en leden van de gemeenschap maar weinig kennis van het jodendom toen ze in Holland aankwamen. Veel van hen hadden nog sterke banden met christelijke ideeën, en dachten dat het jodendom leek op het christendom, zij het zonder het kruis, met dogma’s en onbetwistbare geloofsbelijdenissen. De maämad (het lekenbestuur van de Spaans-Portugese gemeenschap), was gewoon aan excommunicaties binnen de Katholieke Kerk, en gebruikte het als vergelijkbare methode om hun mede-Joden in bedwang te houden. Ze introduceerden hun eigen mini-Inquisitie, met het belangrijke verschil dat ze mensen niet op de brandstapel gooiden, maar in de ban deden, en zo mensen voor kortere of langere periodes uit hun gemeenschap verstootten. In het geval van Spinoza had de ban een omgekeerd effect: het maakte hem alleen maar beroemder.

Vermetel 
Spinoza is de filosoof van filosofen. Hij mag dan niet de grootste denker uit zijn tijd zijn geweest, hij was zonder twijfel de vermetelste. Toch is afdoende duidelijk dat Spinoza’s observaties van het jodendom gestoeld zijn op onwetendheid en een onjuiste voorstelling van zaken. Hij bestudeerde de Talmoed niet echt en had weinig begrip van de wezenlijke aard van het jodendom of van de spiritualiteit van de halacha. Het jodendom is niet zozeer een religie als wel een rebellie. Het beschouwde afgodendienst als een gruwel, een immorele daad, en noemde het aanbidden van een mens een catastrofe.

Jodendom vroeg om radicaal denken en radicale actie, zelfs als dat betekende dat het alleen stond, veroordeeld en uitgelachten

Het  keerde zich tegen zelfvoldaanheid en het ontkennen van de geest. Sjabbat, de spijswetten en vele andere voorschriften zijn een daad van ongehoorzaamheid in een wereld die gelooft dat ons geluk a!angt van hoeveel we produceren of van wat we consumeren. Jodendom vroeg om radicaal denken en radicale actie, zelfs als dat betekende dat het alleen stond, veroordeeld en uitgelachen. Het is de hoogste tijd om dingen recht te zetten, zodat filosofen en academici zich niet langer achter Spinoza kunnen verschuilen en het jodendom een bekrompen religie kunnen noemen. Laten we hem de eer geven die hem toekomt en hem een van de grootste filosofen aller tijden noemen. Dat kunnen we alleen doen door al zijn misleidende overdrijvingen en karikaturen te verwijderen die zijn hooggestemde ideeën ondermijnen. In de winter van 2012 werd aan het rabbinaat en het lekenbestuur van de Portugees- Israëlietische Gemeenschap van Amsterdam nogmaals gevraagd om de ban op te heffen. Ze weigerden. Dit was een daad van grote kortzichtigheid. In plaats van de vertekening op te heffen, hebben ze hem vergroot. Een internationaal panel van Joods-religieuze denkers moet daarom doen wat de het Nederlandse rabbinaat heeft nagelaten. Per slot van rekening is het geen plaatselijk Amsterdamse kwestie meer, maar een van mondiaal belang. Wie is er bang voor Spinoza?

1 Comment

  1. Alleen al voor dit artikel van Lopes Cardozo was het goed over de ban en over Spinoza te spreken. “Of je bent Spinozist, of je bent geen filosoof”, zei Hegel, en Spinoza is vandaag den dag weer zo actueel als vroeger, misschien meer dan ooit. Dit is een van de eerste reacties van rabijnse zijde die ik te lezen krijg en ik ben er dankbaar voor. De reactie van Spinoza – die ten tijde van de ban nooit iets gepubliceerd had – was logisch en natuurlijk: als je uitgesloten wordt kan je – op die leeftijd – toch niet echt “objectief” meer zijn. En hij kan niet bedacht hebben of zijn oordeel over het Jodendom ooit door antisemieten zou kunnen worden misbruikt…

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*