Horizon

Carlos Moedas, EU-commissaris voor onderzoek, wetenschap en innovatie, de baas van Horizon 2020
Carlos Moedas, EU-commissaris
voor onderzoek, wetenschap en innovatie, de baas van Horizon 2020

De afgelopen jaren schreef ik op deze plek met regelmaat over Horizon 2020, het onderzoeks- en innovatieprogramma van de Europese Unie. Ik weet het, de EU is bepaald geen sexy onderwerp. Veel Israëli’s hebben zelfs een hekel aan Brussel. Ze betichten Europese bureaucraten van nauw verholen anti-Israël-activisme. Maar bij Horizon 2020 is van onderlinge vijandigheid niets te merken. Integendeel. De EU wil ’s werelds leidende kenniseconomie worden en investeert vanaf 2014 in zeven jaar tijd bijna 80 miljard euro in onderzoek en ontwikkeling onder Horizon 2020. Deze gigantische bak geld maakt dit het grootste onderzoeksprogramma ooit. Israël is de eerste en enige niet-EU-lidstaat die volledig meedoet, en met doorslaand succes. Israëlische wetenschappers halen veel meer onderzoekseuro’s op dan de regering in Jeruzalem moet afdragen aan contributie. Lars Faaborg-Andersen, de EU-ambassadeur in Tel Aviv, noemde de wetenschappelijke samenwerking met Jeruzalem vorig jaar ‘de parel in de kroon van onze relaties’. Daar hoor je de populisten in de Knesset dan weer nooit over tijdens hun anti-EUtirades

Precies op de helft van de looptijd van Horizon 2020 sprak ik over de voortgang met EU-ambtenaren en andere ingewijden (namen mag ik niet noemen, omdat de cijfers nog niet officieel zijn). Immers: bij aanvang waren er gerede twijfels over Israëls succeskansen. De concurrentie bij Horizon zou groter en beter zijn dan bij eerdere programma’s. De uitholling van het Israëlische hoger onderwijs en de braindrain zouden zich wreken. Dat blijkt allemaal niet waar. “Israël is extreem competitief in het programma. De kwaliteit van de projecten is echt hoog,” licht een ingewijde toe. Sinds 2014 was 12,8 procent van de Israëlische aanvragen succesvol; dat is goed voor de derde plaats. Maar in termen van gemiddelde hoogte van het aangevraagde bedrag staat het land eerste. Dat blijkt te komen door het soort aanvragen. “Israëlische wetenschappers onderscheiden zich met voorstellen voor zeer hoogwaardig onderzoek voor de geavanceerde industrie. Dat soort projecten is doorgaans kostbaar. Per saldo gaat er veel geld naar Israël.” Of de befaamde Israëlische brutaliteit in geldzaken ook een rol speelt liet men liever in het midden.

Futuristische roman
Veel interessante details over Israëls rol in het programma zijn online terug te lezen. De websites lezen als de inhoudsopgave van een futuristische roman. Israëlische wetenschappers werken aan robotica, lasers, nanotechnologie en druppelirrigatie. De ontdekkingen vinden hun weg in de ruimtevaart, medische wetenschap en landbouw. Sinds 2014 kregen in totaal 768 Israëlische wetenschappers al 461 miljoen euro uit Brussel. En dat terwijl de volgende tranche van 30 miljard euro nog verdeeld moet worden. Bekende onderzoeksinstellingen zoals het Weizmann Instituut, Technion en de Hebreeuwse Universiteit lopen voorop, al doet de Bar-Ilan Universiteit het ook heel aardig. Israëlische wetenschappers blijken op alle fronten behoorlijk succesvol in Europa en verbaasd door al dat geld dat met bakken uit de hemel lijkt te komen. Dat feest stopt voorlopig niet. Ingewijden denken dat Israëls voorsprong in Europa op korte termijn niet zal verdwijnen. “Het is heel indrukwekkend. De hele wereld ontwikkelt zich richting een kenniseconomie en Israël is die weg al lang geleden ingeslagen.” Toen de prijzen voor beste jonge wetenschappers in Horizon 2020 werden verdeeld was dan ook niemand verbaasd over de uitslag. Van de 291 winnaars kwamen er 24 uit Israël. Dat was goed voor de eerste plaats.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*