Historische omslag

Ben-Dror-Yemini-liteEr zijn steeds meer aanwijzingen dat Netanyahu ertoe neigt ‘ja’ te zeggen

Door: Ben-Dror Jemini

Onlangs verschenen de resultaten van een uitgebreide opiniepeiling door de universiteit van Maryland. Aan de Palestijnse en Israëlische respondenten werd het volgende vredesakkoord voorgelegd: terugtrekking naar de grenzen van ’67, met uitruil van de 3 à 4 procent waarop grote nederzettingen zijn gebouwd; een permanente, veilige verbinding tussen Gaza en de Jordaanoever; Jeruzalem verdeeld naar demografie en de oude stad onder internationaal bewind in samenwerking met Israël en de Palestijnse staat; het vluchtelingenprobleem oplossen door herstelbetalingen en terugkeer van vluchtelingen naar Palestijnse gebied, en voor een beperkt aantal terugkeer naar Israël; de Palestijnse staat wordt gedemilitariseerd, zonder enige Israëlische of Palestijnse krijgsmacht, maar met aanwezigheid van een internationale troepenmacht; de Palestijnse staat erkent Israël als een Joodse staat en als de staat van al haar inwoners; de Arabische landen en Israël zullen diplomatieke betrekkingen aanknopen; beide zijden verklaren openlijk dat het conflict ten einde is en zien af van alle claims waardoor het is ontstaan.

Vele onderzoeken hebben het afgelopen decennium vele, soms radicaal verschillende uitkomsten opgeleverd. De laatste twee jaar lijkt er echter een trend zichtbaar: wanhoop aan beide zijden. Zeker tegen deze pessimistische achtergrond zijn de uitkomsten verbazingwekkend. 54 procent van de Israëli’s en 41 procent van de Palestijnen zouden zo’n akkoord steunen. Weerspiegelt het onderzoek de mening van het Israëlische publiek? Blijkbaar wel. Onder Likoed-stemmers is bijna een derde bereid vergaande concessies te doen, op voorwaarde dat het akkoord door rechts gedragen wordt. Het probleem is niet de vrede, maar het wantrouwen dat velen aan rechterzijde koesteren jegens degenen die bij het vredeskamp horen. En dat is nog niet alles. Het onderzoek is nog veel optimistischer dan op het eerste gezicht lijkt. Toen de tegenstanders gevraagd werd of ze een akkoord zouden steunen als bekend was dat ook de andere kant voor was, ging de positieve respons dramatisch omhoog. Bij de Palestijnen schoot de steun met 18 procent omhoog naar 59 procent. Bij de Israëli’s ging de steun met 6 procent omhoog naar 63 procent. Dat zijn beslist bemoedigende uitkomsten, vooral als je weet dat er altijd minder steun is voordat een akkoord gesloten is, dan erna.

Zou het leiderschap voor zo’n akkoord gaan? Er zijn steeds meer aanwijzingen dat Netanyahu ertoe neigt ‘ja’ te zeggen, terwijl de Palestijnen moeite hebben om hun ‘nee’ los te laten. Er is geen enkele bevestiging van Israëlische zijde, afgezien van de verklaring van de minister van Buitenlandse Zaken, Avigdor Lieberman, dat het Amerikaanse voorstel het beste is dat Israël kan hopen te bereiken. Datzelfde sentiment heerst aan Palestijnse zijde. Ramallah wordt niet gelukkig van Netanyahu’s kennelijke bedoelingen. Integendeel. Vanuit hun perspectief komt het erop neer dat Israël, met de rechtse Netanyahu aan het hoofd, ‘ja’ zal zeggen en dat de Palestijnen, met de briljante vertegenwoordiger van het gematigde kamp aan het hoofd, ‘nee’ zullen zeggen.

Israël krijgt steeds meer kritiek te verduren, die gedeeltelijk terecht is als het over de nederzettingen gaat, maar voor het overgrote deel het product is van de vijandige leugenfabriek. In dat licht is een positieve uitspraak van Netanyahu ontegenzeggelijk Israëlisch eigenbelang. Tweemaal eerder heeft Israël ‘ja’ gezegd op een vergelijkbaar voorstel; dat van Clinton en dat van de toenmalige premier Ehud Olmert. Tweemaal hebben de Palestijnen het afgewezen. En tot twee keer toe is het de Palestijnen, dankzij de leugenfabrieken, gelukt de zaken zó te draaien dat ze zichzelf als voorstanders van vrede presenteren. Dat verdraaide beeld en die leugens worden gecultiveerd in duizenden academische en journalistieke publicaties. De kans bestaat dat Israël opnieuw in zo’n situatie verzeild raakt. Netanyahu zal ja zeggen, maar zijn ‘ja’ zal ondergesneeuwd raken en op zo’n manier vervaagd worden dat de Palestijnen de bal in handen krijgen. Daar zijn ze verdomd goed in. Ze hebben het al twee keer voor elkaar gekregen en het zal ze een derde keer ook weer lukken. Hordes propagandamakers staan klaar om te doen waar ze goed in zijn: beweren dat Israël ‘nee’ heeft gezegd, terwijl de Palestijnen nooit de moeite namen om ‘ja’ te zeggen.

Daarom moet Netanyahu het omgekeerde doen. In theorie is dit, historische, besluit al genomen, maar hij moet zijn ‘ja’ een dramatische draai geven, voor heel de wereld zichtbaar. Als er al ‘ja’ gezegd wordt, dan ook groots. Dat ‘ja’ kan gepaard gaan met bevriezing van de nederzettingen die over de grens van het voorstel liggen, gebundeld met een eis aan de Europeanen: geen financiering meer aan organisaties – Israëlisch of Palestijns – die het akkoord afwijzen en vasthouden aan het recht van terugkeer, aan demonisering, embargo’s en de-legitimatie. Als Israël de stap neemt die nodig is, kan het niet zo zijn dat Europa het kamp van de weigerachtigen blijft financieren. Het ‘ja’ kan ook gekoppeld worden aan een andere houding jegens de UNRWA. Geen budget geven voor het voortzetten van het vluchtelingenprobleem of illusies over terugkeer, maar alléén bedoeld om uit de vluchtelingenkampen te komen. Netanyahu lijkt op een cruciaal besluit af te stevenen. Als hij deze stap zet, moet hij er alles uithalen wat erin zit. Het is niet zeker dat deze stap tot rust en vrede leidt. Hopelijk wel. Maar laat het in elk geval tot substantiële verandering leiden in de regio waardoor Israël tot op heden omgeven is. Het is een historische kans. Die moet je niet verprutsen.

Ben-Dror Jemini is jurist, onderzoeker, lector en columnist voor de krant Ma’ariv.

Vertaling: Sylvie Hoyinck

1 Comment

  1. Goede analyse, die echter de mogelijkheid van een oorlog met Iran buiten beschouwing laat. De gevolgen daarvan zijn dan ook niet gemakkelijk te voorzien. Het laat zich echter raden dat het Palestijnse leiderschap zo’n oorlog gemakkelijk kan benutten voor de lancering van een derde intifada.

    Het is niet uitgesloten dat Israel eigenlijk al besloten heeft dat er een aanval op Iran gaat plaatsvinden, en dat de momentele concessies in het “vredesproces” in functie staat van deze aanval, die er denkelijk toch eens moet komen. Het is immers beter om op zoveel mogelijk fronten rust te hebben op het moment dat die aanval begint. Na de aanval op Iran zijn de verhoudingen wellicht zo gewijzigd dat het geen zin meer heeft deze concessies aan de Palestijnen alsnog gestand te doen.

    Deze politieke lijn, hoewel cynisch, hoeft bepaald niet slecht te zijn. Want de Palestijnen zijn lang niet de grootste politieke zorgen. De grootste zorg is ongetwijfeld de verhouding tot de Obama Administratie na een aanval op Iran. Wat dit betreft moet Israel zich voorbereiden op een breuk en dus op barre tijden. De alliantie met de VS heeft, zo lijkt het, zijn langste tijd gehad. De algehele cultuuromslag in Amerika, welke steeds meer gaat in de richting van een loslaten van het typisch Amerikaanse Christendom dat Israel-vriendelijk was, draagt hier voor een niet gering deel aan bij.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*