Historisch Museum onderzoekt gestolen kunst

Amsterdam Museum, voorheen Amsterdams Historisch Museum, gaat zijn collectie doorlichten. Deze beslissing is genomen na een uitzending van KROs Brandpunt op zondag 23 oktober, over het lot van de kunstcollectie van de familie May, die in de oorlog grotendeels werd vermoord. De kunstwerken die door de geallieerden werden teruggevonden zijn door de hele wereld verspreid geraakt. Ook Nederlandse musea moeten zonder vragen te stellen gestolen kunst hebben ingekocht. Een van de omstreden stukken is een schilderij van de zeventiende-eeuwse meester Cornelis van der Voort, een portret van Anne Jacobs Blaeu (1556-1627). Volgens Brandpunt behoorde het tot de collectie van de Joodse bankier Paul May. Het werd hem in 1941 ontnomen en naar Duitsland gebracht. In 1965 tikte het Amsterdams Historisch Museum het stuk op een veiling in Keulen op de kop. Het museum gaat binnenkort contact opnemen met de familie May. De kunstinstelling benadrukt dat er sinds 2009 een onderzoek loopt naar alle aankopen van na 1933. Het gaat om zo’n 10.000 stukken, waarvan een deel van Joodse bezitters afkomstig zou kunnen zijn. Het museum benadrukt dat dit onderzoek niet werd vermeld in de uitzending van de KRO.