Hila Blum ‘Van achter de schermen naar op de plank’

Hilla Bloem_Selfie (1)In 2011 kwam Habikoer uit, de debuutroman van Hila Blum. Vorige week verscheen de Nederlandse vertaling: Het bezoek. 

Een roman waar niks in gebeurt, en die toch een klein wonder is’, schreef literair recensent Avraham Balaban over Habikoer. De roman van Hila Blum werd in Israël een instant succes. Tot dat moment was Blum vooral bekend als redacteur van grootheden als Etgar Keret. Op uitnodiging van het Nederlands Fonds voor de Letteren verblijft Blum zes weken lang in Amsterdam. Een plek die een bijzondere betekenis voor haar heeft, zo zal verderop in het gesprek blijken. We spreken haar in het appartement van het Letterenfonds boven het Athenaeum Nieuwscentrum aan het Spui.

Patchwork
Het bezoek gaat over een zogenaamd ‘samengesteld gezin’, een stel dat samen een kind heeft, maar waarvan de vader ook een dochter uit een eerdere relatie heeft. „Het is niet autobiografisch, maar je kunt alleen maar schrijven over wat je kent. Mijn gezin is ook een ‘patchworkfamilie’, maar heel anders dan in het boek.” In het boek komt een aantal moeilijke onderwerpen aan de orde: overspel, maar ook de angst van ouders voor hun kinderen. ‘Schrijven is soms het verwoorden van je ergste nachtmerries’, zei Blum daarover in Yediot Ahronot. De Nederlandse vertaling is de eerste die uitkomt. Blum wordt alom geprezen om haar beheersing van het Hebreeuws. Hoe is het voor iemand die zo taalgevoelig is om je boek vertaald te zien, zonder te kunnen nagaan of dat goed gebeurd is? „Ik ervaar het als een opluchting dat ik er niets aan kan doen. Door de vragen die Shulamit Bamberger [de Nederlandse vertaalster, red.] me stelde, begreep ik hoe goed ze de nuances aanvoelde. Ik vond haar vragen geweldig. En als ik toch niets kan bijdragen, kan ik iemand beter z’n gang laten gaan.”

Obsessief
Blum begon met schrijven ‘nog voordat ze kon praten’. „Maar ik hoefde niet per se te publiceren.” Tijdens haar militaire dienstjaren was ze verslaggever voor de legerkrant, wat haar na haar afzwaaien de mogelijkheid gaf om bij Yediot Ahronot aan de slag te gaan als boekrecensent. Ook schreef ze voor die krant een persoonlijke column, wat haar in de vroege jaren 90 tot een kleine beroemdheid maakte. „Ik heb dat jaren gedaan, maar ik vond het niet fijn. Ik ben er te gereserveerd voor. Ik vond het altijd heel raar om mensen te ontmoeten die de column ook echt lazen. Ook de positie van recensent wilde ik niet. Ik wil kunst maken. Niet er iets over zeggen.” Tijdens haar studie ontmoette Blum Yigal Schwartz, hoogleraar Hebreeuwse literatuur en cultuur. Ze noemt het ‘een van de belangrijkste relaties van haar leven’. Na haar studie vroeg hij haar aan de universiteit te blijven, maar Blum wilde redacteur worden. „Een paar jaar later belde hij me. Hij had me aanbevolen bij een grote uitgever.” En zo werd Blum redacteur. „Redacteur zijn maakt een goede eigenschap van iets wat de meeste mensen als een slechte beschouwen: geobsedeerd zijn door details. Dat heb je nodig bij redigeren. In andere beroepen zou je daar gek van worden. Ik ben daar goed in.” Inmiddels doet ze dat werk al zeventien jaar en zijn Schwartz en Blum goede vrienden.

Grens
Voor uitgeverij Kinneret Zmora-Bitan, een van de grootste uitgeverijen van Israël, redigeerde Blum boeken van onder meer Etgar Keret, Nevo Eshkol en Amir Gutfreund. ‘Van achter de schermen naar op de plank’, schreef Yediot Ahronot. Een voor de hand liggende, maar niettemin ongebruikelijk stap. „Je overschrijdt een grens, je gaat naar de andere kant,” legt Blum uit. „Maar het gebeurt vaker. Het is niet meer dan natuurlijk dat er onder redacteuren veel schrijvers zitten. Wij doen dingen met woorden. Dat is ons materiaal. Maar het is ook risicovol.”

Lees verder in NIW 34

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*