Het stokje doorgeven, maar aan wie?

Drie jaar lang was Ron van der Wieken het boegbeeld van het Centraal Joods Overleg. Als voorzitter was hij een aanspreekpunt vanuit de Joodse gemeenschap voor onder meer politiek Den Haag. Tot veler verrassing zal hij niet worden opgevolgd door iemand uit NIK-gelederen, maar door een bestuurslid van het CIDI. Van der Wieken licht dit besluit toe.

Het Centraal Joods Overleg (CJO) kondigde vorige week in een persbericht aan dat Ron van der Wieken als voorzitter zal worden opgevolgd door CIDI-bestuurslid Eddo Verdoner. Ronny Naftaniel wordt namens de liberalen vicevoorzitter en Roel van Nieuwenhoven penningmeester. Daarnaast wordt het dagelijks bestuur van het overlegorgaan aangevuld met de NIK-vertegenwoordiger David Goudsmit. Maar was diezelfde David Goudsmit, die al eerder diverse persberichten ondertekende als vicevoorzitter van het CJO, niet de gedoodverfde opvolger? Bij velen binnen de Joodse gemeenschap gingen de wenkbrauwen omhoog, want het was toch de beurt aan het NIK, het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (zeg maar: de orthodoxie), om een voorzitter te leveren?

Ron van der Wieken: “Dat was inderdaad het gentlemen’s agreement. Toen ik drie jaar geleden voorzitter werd, is er een aantal zaken in de statuten veranderd. Allereerst is het voorzitterschap verlengd van een mandaat van één naar drie jaar, omdat één jaar onwerkbaar was, te weinig tijd voor een voorzitter om uitdagingen aan te pakken. Daarnaast hebben we het vetorecht verwijderd. Tot dan had iedere aangesloten Joodse organisatie het recht om een voornemen van het bestuur weg te stemmen. Dat is één keer gebeurd, om een futiliteit. Zo’n vetorecht is niet goed te rijmen met het democratisch karakter dat het CJO nastreeft. Er werd een dagelijks bestuur ingesteld, bestaand uit voorzitter, vicevoorzitter en penningmeester. We merkten dat we te vaak, bijvoorbeeld bij het uitsturen van een persbericht of het bepalen van een standpunt, eerst voor goedkeuring langs alle aangesloten organisaties moesten, waardoor niet direct kon worden gereageerd. Maar als er nu binnen het dagelijks bestuur consensus is, kunnen we sneller schakelen. Daarnaast was er inderdaad een gentlemen’s agreement dat de twee grootste kerkgenootschappen, het NIK en de LJG, voortaan de voorzitter zouden leveren. Maar dat hebben we niet meegenomen in de statuten dus kon iedere vertegenwoordiger in het Overleg officieel nog steeds voorzitter worden.”

Over het NIK: ‘Gevangen zitten tussen fundamentalisten en technocraten zonder nesjomme, dat werkt niet’

Het NIW had al eerder contact met u over uw afscheid. Lang bleef ongewis of dit interview kon doorgaan omdat niet duidelijk was wie uw opvolger zou worden. Aangenomen werd dat er een NIK-opvolger zou komen. Begrijpt u onze verbazing?

“Ja. Maar het is bekend dat het NIK nogal worstelt met interne problemen. Uiteindelijk is er door die organisatie ook niemand kandidaat gesteld. Wel is nog even de mogelijkheid besproken of ik er nog drie jaar aan vast zou plakken, maar dat wilde ik niet. Omdat duidelijk was dat de problemen bij het NIK niet een-twee-drie zouden worden opgelost, is nu voor deze oplossing gekozen.”

Het is algemeen bekend dat de vertegenwoordiger van het NIK, David Goudsmit, en u niet elkaars grootste vrienden waren. Het wilde tijdens vergaderingen nog weleens knetteren.

“Dat klopt. Dat boterde niet, nee, dat boterde niet. En ik wil daarbij aanmerken dat dat absoluut niet ging om een tegenstelling tussen liberalen en orthodoxen. Het was meer op persoonlijk vlak. Wat de verschillen tussen orthodox en liberaal aangaat zijn alle organisaties er binnen het CJO wel van overtuigd dat we voor 95 procent dezelfde belangen hebben. De geschillen bínnen het NIK stralen overigens af op heel Joods Nederland, echt niet alleen op de orthodoxie. Ik vind dat er in het NIK op dit moment een Trumpiaanse manier van doen sluipt: bot en gebruikmakend van onwaarheden. Een voorbeeld van slecht gedrag is het uitlekken van negatieve informatie over enkele orthodoxe rabbijnen naar de landelijke pers die achteraf geen grond van waarheid bleken te hebben. Die berichtgeving raakte niet alleen het NIK, maar ons allemaal. Ik vond dat een absoluut dieptepunt, onverantwoordelijk en immoreel. Zelfs met al het antisemitisme en aanvallen vanuit de BDS-beweging lijken we wel elkaars ergste vijand. Kijk, de leden van het NIK zijn een keurige club mensen die naar mijn mening gevangen zitten tussen fundamentalisten aan de ene kant en bestuurders aan de andere kant: technocraten, die wel even denken dat je het kerkgenootschap als een multinational kunt leiden, zonder nesjomme. Dat werkt niet. Heus, er zijn ook wel kwesties bij de liberalen, maar die lossen we intern op. Om terug te komen op het CJO, Eddo Verdoner, bestuurslid van CIDI en lid van het NIK, wierp zich op als de nieuwe voorzitter. Zo kon ik toch het stokje doorgeven. David Goudsmit is bij wijze van uitzondering toegevoegd aan het dagelijks bestuur.”

Het NIW weet dat er gekeken is naar andere NIK-kandidaten voor het voorzitterschap. Dat bijvoorbeeld Ruben Troostwijk, lid van het bestuur van de NIHS, onderdeel van het NIK, zich graag kandidaat had gesteld.

“Dat heb ik ook gehoord, maar die kandidatuur heeft ons in ieder geval nooit bereikt.”

En Ronny Naftaniel, toch ooit mister CIDI, is nu namens de liberalen vicevoorzitter. Het CIDI en het CJO hebben jarenlang met elkaar op gespannen voet gestaan, zeker toen Naftaniel nog directeur van die organisatie was.

“Maar ook is Naftaniel degene dit tijdens de Maror-onderhandelingen als CJO-penningmeester onvoorstelbaar mooi werk heeft verricht. Zijn kennis en kunde staan buiten kijf. Zelf ben ik nog een jaar voorzitter van het overkoepelende Verbond voor Progressief Jodendom, ook dat is bijna niet met het voorzitterschap van het CJO te combineren. Dan ben je dag en nacht bezig. Ik weet waarover ik praat.”

‘Het liefst wil je Federatief Joods Nederland – ze zijn op de vingers van één hand te tellen – negeren’

Hoe kijkt u terug op uw drie jaar voorzitterschap, wat zijn de wapenfeiten?

“Allereerst is de dialoog met politiek Den Haag beter dan ooit tevoren, die lijnen zijn nu kort en open. De beveiliging van Joodse instellingen, zoals de bewaking van Joodse scholen door de marechaussee, is nu goed geregeld. We maken ons sterk voor een nationaal coördinator in de bestrijding van antisemitisme en de voorloper daarvan, wijdverbreide vooroordelen. Daarnaast hebben we de snelheid waarmee het CJO kan reageren op nieuws over bijvoorbeeld antisemitisme, de aanslag op HaCarmel en andere belangrijke zaken, enorm kunnen verbeteren. De jaarlijkse Kristallnachtherdenking in de Portugese Synagoge is een traditie geworden, met grote namen als spreker. Ook hebben we deelgenomen aan fora over de besnijdenis en aan andere openbare discussies. Ik hoop ook dat het CJO, als toch de burgemeester en wethouders van de Joodse gemeenschap, die functie verder kan blijven ontwikkelen. Terecht stelde het NIW enige tijd geleden dat bestuurlijk Joods Nederland alleen maar bestaat uit mannen. Dat is ook bij het CJO zo, maar dat kun je ons niet aanrekenen. Het CJO is afhankelijk van de afvaardiging die de aan ons verbonden instanties voordragen. Voor mijn part zouden er vier vrouwen in het bestuur zitten.”

Ook schroomde het CJO onder uw voorzitterschap er niet voor om Federatief Joods Nederland onder leiding van advocaat Herman Loonstein in het openbaar te bekritiseren.

“Ja, die organisatie krijgt veel meer aandacht dan die verdient. Het liefst wil je ze – ze zijn op de vingers van één hand te tellen – negeren. Maar soms, als ze echt met onwaarheden weer jan en alleman beschuldigen, moet je daaraan paal en perk stellen. En dat hebben we gedaan.”

Ron van der Wieken is al jarenlang een van de prominente gezichten van Joods Nederland. Hij is er de man niet naar om op zijn lauweren te gaan rusten. Dus: wat nu?

(Glimlachend) “Ik ben nog een jaar voorzitter van het Verbond voor Progressief Jodendom. En ik wil me sterk maken voor het oprichten van meerdere nieuwe lernclubs. De spirituele inhoud van onze Joodse bronnen, onze jeroesje, gaat helaas aan veel Joden voorbij en dat is ontzettend jammer. Juist die diepere betekenis van het jodendom maakt het zo uitzonderlijk mooi om Jood te zijn. Daarnaast leven twee van mijn kinderen in Israël en eentje hier, en hebben we inmiddels -oenbesjrieën- negen kleinkinderen. Mijn vrouw Rosa en ik zullen dan ook wel vaker in Israël te vinden zijn. Maar Nederland blijft onze basis, in ieder geval voorlopig. Hier ligt toch ons sociale zwaartepunt.”