Het Democratische liefdesverhaal

Waarom kiest de meerderheid van de Amerikaanse Joden al tachtig jaar voor de Democratische partij? Wat hebben zij dat de Republikeinen niet hebben.
De Republikeinse presidentskandidaat Mitt Romney staat met keppeltje op het hoofd voor de Klaagmuur. Naast hem een rabbijn. Hij vouwt zijn briefje een paar keer dubbel en steekt het in de muur. Even later bespreekt de puissant rijke Amerikaan, met een geschat vermogen van een kwart miljard dollar, in het gezelschap van de Israëlische premier Netanyahu de wereldpolitiek.

Wie deze beelden afgelopen zomer op tv voorbij zag komen had kunnen denken dat er sprake was van een staatsbezoek, maar zo lag het niet: de visite van Mitt Romney aan Israël was onderdeel van zijn verkiezingscampagne. En dat zegt veel, want hoewel maar ongeveer 2 procent van de Amerikaanse bevolking bestaat uit Joden, is hun stem van groot belang, met name in staten als New York en Florida. Het bezoek aan Israël had dan ook een belangrijk doel: Amerikaans Joodse stemmers overtuigen dat de Republikeinen het beste met hun voor hebben. Dat is geen makkelijke opgave, omdat de meeste Joden in Amerika al jarenlang de Democratische partij steunen.

Wie naar de verkiezingsuitslagen van de laatste decennia kijkt, kan niet anders concluderen dan dat de Joden van Democraten houden. Alleen al bij de laatste vijf presidentsverkiezingen – van Clinton in 1992 tot Obama in 2008 – besloot ongeveer 80 procent van de Joden op de Democratische kandidaat te stemmen. Wie nog verder terugkijkt ziet dat vanaf de jaren 30 de meerderheid van de Joodse stem naar de Democraten ging. Maar waarom is dat zo?

Joodse immigranten
Al vanaf het begin van de kolonisatie van Amerika maakten Joden de oversteek vanuit het oude Europa. Maar in 1840 is de Joodse gemeenschap nog piepklein – slechts 15.000 mannen en vrouwen noemen Amerika hun thuis. De grote stroom Joodse immigranten komt pas rond 1880 goed op gang; voor die tijd waren het vooral Duitse Joden die de oversteek maakten. Maar tegen het einde van de 19e eeuw wordt de oude wereld steeds gevaarlijker voor de Joodse gemeenschappen.

Vooral in het Oosten van Europa – het Russische Polen en Oekraïne – vinden op grote schaal pogroms plaats: die in Odessa (onder andere 1881) en Kisjinev (1903) worden berucht. Terwijl landen zoals Frankrijk en Duitsland niet zitten te wachten op de arme Joodse sloebers uit het Oosten, worden ze in Amerika met open armen ontvangen. Amerika groeit in die tijd uit tot het beloofde land; het is een plek waar Joden in relatief grote vrijheid kunnen leven, zowel op economisch als politiek gebied. Als er rond de eeuwwisseling ook pogroms in Roemenië plaatsvinden, wordt de stroom immigranten nog groter.

Lees de rest van dit artikel in het NIW nr. 6

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*