Het boze Oosten

 

Het Westen worstelt met de boosheid over een Mohammed-film. De meningen zijn verdeeld, maar we lijken minder onder indruk dan in 2005 en 1989.

Het was weer 11 september, al was dat misschien toeval. Bij een aanval op het Amerikaanse consulaat in het Libische Benghazi – uitgerekend de stad die dankzij westerse alertheid een massamoord bespaard bleef – werden ambassadeur Chris Stevens en drie andere medewerkers gedood door islamisten van de Ansar al-Sharia-groep, Aanleiding was The Innocence of Muslims, een obscure anti-Mohammed-film waarvan een trailer al maanden op YouTube stond, maar waarvan het kruit pas ontploftte door een Arabische vertaling. ‘Regisseur’ was, zo werd na enige verwarring duidelijk, een in Californië verblijvende christelijke Egyptenaar, ene Nakoula Bassely Nakoula, die door de politie werd ondervraagd en vervolgens vrijgelaten, omdat hij niets onwettigs had gedaan. Tijd voor de volkswoede: overal in het Midden- Oosten en Noord-Afrika werden westerse consulaten en ambassades aangevallen, en in Afghanistan werden bij een verrassingsaanval op de zwaar verdedigde NAVO-basis Camp Bastion – een nogal gênant commentaar op westerse alertheid – twee militairen gedood en zes vliegtuigen vernield. Het was muslim rage revisited: na de fatwa van februari 1989 tegen Salman Rushdie, de man die met een zeker gevoel voor timing net bezig is met een internationale pr-trip voor zijn nieuwe boek over zijn Fatwa-jaren, en na de opwinding rond de Deense Mohammed-cartoons van 2005, kreeg men in het Westen bij de aanblik van al die gekrenkte moslims een krachtige déja-vu-sensatie. Maar of alles hetzelfde is gebleven is maar de vraag. In Benghazi reageerde het volk overwegend negatief op de moord op Stevens, die als een vriend van het Libische volk werd gezien. Zaterdag verdreef een menigte boze burgers de Ansar-militanten uit hun hoofdkwartier; ze hadden het helemaal gehad met wegblokkades door ongeiformeerde fanaten. Khairet el-Shater, sleutelfiguur in de Egyptische Moslim Broederschap, schreef een verzoenende brief aan de New York Times waarin hij uitlegde dat zijn regering de Amerikaanse regering en het volk niet verantwoordelijk hield voor de film (lees: president Morsi wil bevriend blijven met het Westen, want hij heeft niet genoeg olie en gas). In andere steden werden westerse bezittingen min of meer beschermd en in Indonesië hield de overheid de teugels strak. Alleen in Pakistan greep de hysterie voluit om zich heen.

Volkswoede
Hoe breed werd deze woede gedragen? Dat bleef onduidelijk, maar westerse kranten suggereren dat die steun nogal meeviel. Grote volksmassa’s vielen volgens diverse bronnen – en ook op de televisie – nergens te bekennen. De nationale historicus Van Rossum hamerde er voor de televisie op dat we dit alles ‘niet te groot moeten maken’ Maar Ayaan Hirsi Ali, de Cassandra van het anti-islamisme, betoogde in haar coverstory in Newsweek dat de protesten wel degelijk de hoofdstroom van de islam vertegenwoordigden. Probleem hierbij is dat de islamitische wereld geen blok vormt, en zo wordt er in de discussies gegoocheld met twee abstracties: ‘het’ Westen en ‘de’ islam. Al tijdens de Rushdie- affaire doemde het probleem op dat de beschaving van de westerse landen, die verondersteld wordt een eenheid te vormen, tegenover een godsdienst wordt gesteld, een twijfelachtige vergelijking, waarbij het ook nog eens onmogelijk is om ‘het’ Westen met ‘het’ christendom te vereenzelvigen. Gaat deze hernieuwde botsing der wereldbeelden wel uitsluitend over religie? Dat is maar zeer de vraag. Ex-premier Blair zei deze week dat de film weliswaar ‘belachelijk’ was, maar dat de protesten ‘gevaarlijk en verkeerd’ waren en een ‘gevecht om modernisering’ weerspiegelden, en beslist niet ‘de een of andere onderdrukking door het Westen’. Hij staat hierin niet alleen. Menig westers commentator – en niet alleen de Daniel Pipes’en, Charles Krauthammers en Afshin Ellians – is de voorzichtigheid voorbij; de kritiek op het democratische tekort van de Arabische wereld is de laatste jaren steeds feller geworden, ook vanuit de eigen kring, zoals uit tal van zelfkritische commentaren tijdens de Arabische Lente is gebleken. De socioloog en econoom Gunnar Heinsohn werd bekend met zijn youth bulgetheorie: een samenleving die gebukt gaat onder een demografische explosie kent een overmaat aan kansloze jongemannen zonder perspectief op een lucratieve baan, een huwelijk (en dus seks) en andere vooruitzichten. Ze zijn wegens chronische boosheid makkelijk de straat op te krijgen, waarbij de frustraties middels een merkwaardige psychologisch- religieuze alchemie worden omgezet in fanatiek puriteinse ideeën. Jaloezie is niet de minste onder hun drijfveren; terwijl jonge Jemenieten in de hekken van de Amerikaanse ambassade klommen wisten hun volwassen landgenoten aan journalisten te melden dat diezelfde heethoofden maar al te graag naar het Beloofde Land zouden reizen. En inderdaad, in landen met een ‘jeugd-bult’ als Afghanistan, Pakistan, Jemen, Egypte en de Palestijnse gebieden was de onrust over Innocence het grootst.

Immuun
Waarom is het zo eenvoudig om de islam te beledigen? Het christendom, tot op zekere hoogte de huisreligie van het Westen, is al bijna immuun geworden voor spirituele kwetsuren; er wordt al vele decennia de spot gedreven met christelijke fi guren en symbolen (je kunt hier rustig een ‘Geeuwende Christus aan het Kruis’ fi guurzagen zonder dat je daarna hoeft onder te duiken) en de Paus, zelf ook vaak en grondig belachelijk gemaakt, spreekt allang geen banvloeken meer uit. Maar voor de islam geldt dat niet. In islamitische landen begrijpt men de scheiding tussen Kerk en Staat niet; Caïrese textielwerkers en taxichauffeurs blijven maar roepen dat Obama ‘excuses’ moet aanbieden. Hezbollah verklaarde deze week weer dat de Amerikaanse overheid ‘de daders steunt’, wat niet het geringste benul van burgerlijke grondwettelijke rechten verraadt. Volgens David Kirkpatrick (New York Times) vragen ook islamitische demonstranten om ‘vrijheid’, maar dan een van een geheel andere aard: de vrijheid ‘om niet beledigd te worden’. Ene Ismail Mohamed, ooit imam in Duitsland, legde hem uit: „We willen dat [het Westen] begrijpt dat [het] rekening moet houden met het volk, niet alleen met de regeringen. Wij denken niet dat afbeeldingen van profeten iets te maken hebben met vrijheid van expressie. Het is een belediging van onze rechten. Het Westen moet de ideologie van het volk begrijpen.” Hier gaapt een culturele kloof: het liberale Westen ‘moet’ iets begrijpen van de kwetsbare islamitische ziel, waar het au fond weinig voeling mee heeft. Het gaat daarbij overigens om een kwetsbaarheid die volgens menige exegeet vooral wortelt in gevoelens van minderwaardigheid, vrucht van een serie ‘vernederingen’ die het Westen de Arabische wereld toebracht: bezetting en kolonialisme, de stichting van Israël, de staatsgreep tegen Mossadeq, de aanvallen op Irak en Afghanistan en nog veel meer: kijk maar eens hoeveel hits je in Google krijgt op de uitdrukking ‘Arab inferiority complex’. Je kunt westerlingen ook wel beledigen, maar dan gaat het over andere thema’s: handicaps, gender, ras, medische zaken, seksuele geaardheid. In westerse ogen zijn islamitische landen wel erg vaak beledigd. „Ook de militaire, technologische en economische overmacht van de ongelovigen wordt als een diepe belediging ervaren,” schrijft Afshin Ellian deze week op de website van Elsevier. „Daarnaast is de hele wetenschap een harde ontkenning van de islam in religieus en politiek opzicht. Er zijn dus genoeg redenen om je als militante moslim beledigd te voelen.” De venijnige Duits-Joodse columnist Henryk Broder noemt de islamitische demonstranten in Die Welt ‘boze kinderen uit de zevende eeuw’.

Niet geïmponeerd
Het is moeilijk te bewijzen, maar de internationale pers reageert deze weken niet erg geimponeerd op het boze Oosten. De grootste wanklank kwam ditmaal van de voorzitter van het Europese parlement Martin Schulz, die het, gefl ankeerd door twee als Talibanwoordvoerders ogende buitenlandse bezoekers, presteerde de fi lm te veroordelen, wat een lawine aan negatieve commentaren tot gevolg had; Nausica Marbe sprak in de Volkskrant over ‘een kruiperig mea culpa’. De redactie van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo vond het tijd om nog eens wat cartoons te plaatsen, als om het er allemaal in te wrijven. En Obama bood géén excuses aan, hij benadrukte slechts dat zijn regering niets met de rolprent te maken had. Het Westen reageert met meer tegenzin en aanzienlijk minder begrip dan in 2005; het lijkt minder onder de indruk van alle volkswoede. En vanuit Damascus horen we ondertussen vanuit de oppositie een opvallend geluid: waarom weerklinkt er in de Arabische steden geen protest tegen de duizenden moslims die in de straten van Syrië door andere moslims worden vermoord?

1 Comment

  1. Een tweede reden is wat wordt aangeduid als de “cognitieve dissonantie” die moslims wereldwijd al een jaar of 200 voelen. Aan de ene kant wordt ze vanaf hun geboorte geleerd dat de islam een bron van trots is en van prestaties op elk gebied – zoals het was tijdens de gouden periode van de islam. Maar aan de andere kant is de frustrerende realiteit dat – ondanks hun oliereserves – veel moslims geen aansluiting kunnen vinden bij de moderne wereld of daarin succes hebben. Een grote groep moslims heeft problemen met het dagelijks kunnen voeden van hun kinderen, terwijl ‘de ketters’ in het Westen onvoorstelbaar succes hebben, op elk terrein. Dit leidt tot gevoelens van onzekerheid, minderwaardigheid en overgevoeligheid voor een eventuele belediging van de Arabische eer.

    Zie verder: http://likud.nl/2012/09/arabieren-ruiken-zwakte/

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.