Het besluit om (niet) te sluiten

M3391D-1001Vorige week vrijdag bleef het Cheider dicht na antiterreuracties in België. Het Maimonides en Rosj Pina bleven diezelfde dag open.

Door: Joram Bolle

Vorige week donderdag voerde de Belgische politie in Verviers een actie uit tegen een groep terroristen. Het dreigingsniveau in België werd opgeschaald. Als reactie op de antiterreuractie besloten Joodse scholen in Antwerpen en Brussel vrijdag niet open te gaan, omdat ze ook doelwit van de terroristen zouden zijn. En het had ook consequenties in Nederland. De orthodox-Joodse school Cheider sloot net als de Belgische scholen vrijdag haar deuren.

„Nadat we hadden gehoord wat er in België is gebeurd, hebben we met de instanties die daarover gaan contact opgenomen,” zegt voorzitter van het Cheider Herman Loonstein. Er was geen concrete of directe dreiging voor de orthodox-Joodse school. De beslissing werd volgens Loonstein genomen omdat Joodse scholen in België hetzelfde deden: „Daarom vonden we het niet verantwoord open te gaan.” Na de sluiting van het Cheider ontstond er een behoorlijke mediatoeloop. Niet alleen richting het Cheider, maar ook richting andere Joodse instellingen, met vragen wat dit betekende voor de veiligheid. Toen de school dichtging, stond opperrabbijn Jacobs van het IPOR, vicevoorzitter van het Cheider, diverse media te woord, van NOS tot AT5, over het hoe en waarom van de sluiting.

Aanwijzingen
In de NRC zei Jacobs over de sluiting van de Belgische scholen: ‘Waren er aanwijzingen voor een aanslag? Kwam het advies van de politie? We wisten het niet. Maar bij gevaar moet je niet oversteken, zeg ik altijd.’ De beslissing was volgens Jacobs ‘gebaseerd op emotie, niet op ratio’. Jacobs bevestigt dat nogmaals tegenover het NIW: „Het enige feit dat we hadden was dat Belgische scholen dichtgingen, dus we moesten voor een groot deel op ons gevoel afgaan. Mijn gevoel zei voor zestig procent dichtgaan en voor veertig procent openblijven.” Herman Loonstein geeft aan níét op basis van emotie een besluit te hebben genomen: „Ondanks het nachtelijke uur waarop het gebeurde, hebben we weloverwogen een beslissing genomen. Niet omdat mensen ongerust gebeld hebben.” Na overleg van het Cheider op vrijdag met de Amsterdamse burgemeester Van der Laan en de hoofdcommissaris van politie was het volgens Loonstein weer mogelijk open te gaan. Dat is maandag dan ook gebeurd. „Er zijn na het overleg meer en andere maatregelen genomen,” vertelt Loonstein.

Overleggen
Naast het Cheider heeft Amsterdam-Buitenveldert nog twee Joodse scholen: basisschool Rosj Pina en middelbare school Maimonides, beide van de stichting Joods Bijzonder Onderwijs (JBO). De JBO-scholen waren vrijdag gewoon open. Herman Loonstein: „We hebben overlegd met het JBO. Het JBO is een bevoegd gezag, wij zijn een bevoegd gezag en zij zijn tot een andere beslissing gekomen.” Jigal Schrijver, bestuurslid van het JBO zegt dat het Cheider inderdaad contact heeft gezocht, maar op een moment dat overleggen nogal lastig was: „Ze hebben ons midden in de nacht gebeld. Maar we konden als JBO snel schakelen omdat we hier sowieso protocollen voor hebben. Er spelen al langere tijd zaken die de beveiliging aangaan. Op basis van onze analyses waren de gebeurtenissen in België geen reden langetermijnplannen aan te passen.”
Schrijver vindt het vooral vervelend dat er door de beslissing van het Cheider veel vragen gekomen zijn, ook van de media, die massaal op de stoep stonden, over waarom het JBO niet gesloten is: „We worden nu gedwongen hier iets over te zeggen. Tegenover de media en tegenover de ouders. Het liefst had ik hier helemaal niks over gezegd, omdat je over beveiliging zo min mogelijk kwijt wil. Liever besteden we onze tijd aan wat belangrijk is: onderwijs en het zorgen voor veiligheid. Maar meer en meer wordt beveiliging een onderdeel van ons structurele beleid. Dat geldt overigens voor heel Joods Nederland.”
Jacobs: „Ik heb de media niet gezocht, maar toen het toch bekend werd dat we de school sloten vond ik het verstandiger een en ander uit te leggen, dan ‘geen commentaar’ te zeggen.” Over de gevolgen van de beslissing van het Cheider voor het JBO zegt Jacobs: „Er was een zorg. En als achteraf blijkt dat die onterecht was, is dat toch alleen maar goed? Wat ik hier in ieder geval van geleerd heb is dat we moeten proberen in het vervolg met JBO af te spreken wat onze reactie naar buiten zal zijn, ook al is het midden in de nacht en ook als we uiteindelijk ieder een ander besluit menen te moeten nemen.”

Beveiligingskosten
Na de aanslagen in Parijs is bij velen de vraag gerezen of de veiligheid van Joodse instellingen en scholen in Nederland ook in het geding is en of er meer maatregelen genomen moeten worden. Voorzitter Dennis Mok van stichting Bij Leven En Welzijn (BLEW), die de Joodse gemeenschap over veiligheid adviseert, zei daarover vorige week in het NIW dat er over extra dreiging geen concrete informatie is, maar ‘er is wel sprake van een directe operationele opschaling, zowel door de overheid als door ons, zonder op de concrete maatregelen in te gaan.’
Bij alle Joodse scholen in Amsterdam staan al sinds mei vorig jaar, na de aanslag in het Brussels Joods Museum, bewapende marechaussees. De beveiliging zou eigenlijk afgebouwd worden, maar minister Opstelten (VVD) van Veiligheid en Justitie liet vorige week in antwoord op Kamervragen van de groep Bontes/Van Klaveren weten dat dat na de aanslagen in Parijs voorlopig niet gebeurt. Een goede zaak volgens Herman Loonstein: „Wij zijn er als scholen bovenop gaan zitten dat het niet acceptabel was die beveiliging af te bouwen.”
Tegelijkertijd speelt – naast de vraagstukken rondom de inzet van politie en marechaussee – ook de al jaren lopende discussie over de vraag of de overheid de kosten die de beveiliging meebrengt, niet compleet zou moeten betalen. Zowel het Cheider als het JBO zouden dat graag willen en vinden het een principiële kwestie dat de overheid zorgdraagt voor de veiligheid. „De beveiliging is een grote kostenpost. We willen ons geld het liefst uitgeven aan onderwijs,” zegt Jigal Schrijver. „Maar wat moet, dat moet.” In september zegde minister Opstelten na lang getouwtrek toe 1,5 miljoen euro tegemoet te komen in de beveiligingskosten van de Joodse gemeenschap. Vorige week, bij het Tweede Kamerdebat over de aanslagen in Parijs, opperde de ChristenUnie dat daar substantieel meer geld bij komt.

Meer geld geen oplossing
Voor dat standpunt is geen meerderheid in de Tweede Kamer. „Natuurlijk is het een taak van de overheid de veiligheid te waarborgen. Maar meer geld is niet altijd een oplossing,” zegt woordvoerder veiligheid van de PvdA Ahmed Marcouch. „Het gaat niet om een miljoen meer of minder. We moeten aan de professionals overlaten welke beveiliging nodig is en vervolgens zorgen dat daar geld voor beschikbaar is.” Ook Klaas Dijkhoff van de VVD stelt dat meer geld het probleem niet verhelpt: „Je kan veiligheid niet per ons verkopen. Als er aanleiding is meer maatregelen te nemen moet dat gebeuren, maar je kunt niet alle kosten automatisch op de samenleving afwentelen.” Peter Oskam van het CDA deelt de mening van Marcouch en Dijkhoff: „Het kabinet moet op basis van het dreigingsniveau Joodse instellingen adequaat beveiligen.”
De Joodse scholen proberen niet alleen via de overheid, maar ook via andere kanalen geld voor de beveiliging te verzorgen. In december kreeg het Cheider bijvoorbeeld 7500 euro van de stichting Christenen voor Israël (CvI). „Dat doen we niet structureel,” zegt CvI-directeur Roger van Oordt. „Wij vinden dat de overheid de kosten moet betalen, maar zolang dat niet gebeurt kunnen we af en toe een bijdrage leveren. Het heeft voor ons meer zin mee te helpen bij de overheid aan te dringen op geld voor de beveiliging.” Herman Loonstein van het Cheider wil er verder niet op ingaan wat er concreet met het geld van CvI gebeurd is.
Los van de discussie over geld is er volgens directeur Esther Voet van het CIDI wel meer sprake van bewustwording in de politiek: „Niet alleen in Den Haag, maar ook bij burgemeesters. Ik heb het idee dat de incidenten in Parijs, maar eerder ook in Brussel en Toulouse, ervoor gezorgd hebben dat men door heeft dat de Joodse gemeenschap de spreekwoordelijke kanarie in de kolenmijn is.”

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*