Herdenkingsdebat

Foto: Frank Kromer
Foto: Frank Kromer

Tijdens het debat Weer herrie om de 4 mei herdenking in de Rode Hoed trok het Nationaal Comité 4 en 5 mei voor de eerste keer publiekelijk het boetekleed aan: „Het spijt ons.”   

Auteur: Frank Kromer

Nog voor de aanvang van de bijeenkomst is het debat al ’s middags begonnen met een duidelijke boodschap van organisator Dennis Pekel van TOF in de media: bestuursvoorzitter Leemhuis-Stout moet opstappen vanwege onverantwoordelijk bestuur. En dus is dinsdagavond de spanning goed voelbaar in debatcentrum de Rode Hoed waar een kleine honderd aanwezigen waren. Directeur Ton van Brussel vindt het daarom nodig de deelnemers van te voren bijeen te roepen om ervoor te zorgen dat het debat ordelijk zal verlopen.  

David Barnouw van het NIOD bijt het spits af met een pleidooi om weer terug te keren naar de basis van het herdenken. „In Nederland heeft het slachtofferschap een steeds grotere positie gekregen; dat is geen goede ontwikkeling. Het is geen zwart of wit meer, maar grijs. We moeten daarom terug naar de oorspronkelijke herdenking: alleen de slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog.”

Pas als de journalisten Ewout Sanders en Hans Knoop hun positie innemen op het podium, klinken de eerste geluiden vanuit de zaal. Vooral Sanders moet het ontgelden. Vanuit de zaal wordt zelfs de vraag gesteld of hij een Jodenhater is.

Foute acties 

 Sanders mengde zich in de 4 mei-discussie met zijn opiniestuk Maak dodenherdenking geen Jodenherdenking. Alhoewel hij afstand neemt van de provocerende kop, spreekt hij zijn ‘walging’ uit over de initiatieven van TOF en FJN in Vorden. „Het is een hautaine manier om mensen aan te spreken die een vrije keus hebben om langs graven van Duitse soldaten te lopen.” Ook ergert hij zich aan de polarisatie van het debat, met name door toedoen van ‘splintergroepen’ zoals Federatie Joods Nederland’ (FJN).

Hans Knoop bevindt zich aan de andere kant van het spectrum en gaat hard in tegen Sanders: „Het is niet voor het eerst dat wij beticht worden van het monopoliseren van leed. Het is echter u die monopoliseert. We moeten tegen de veralgemenisering van de Dodenherdenking strijden. Er is niks kwalijks aan de initiatieven, zowel bij de rechtsgang als het vliegtuigje.” Gidi Markuszower – sprekend namens FJN – laat duidelijk weten dat hij de beweging niet als splintergroep ziet: „Door de foute keuzes van het Comité heeft Federatie Joods Nederland veel steunbetuigingen gehad. We hebben nu zelfs meer aanhangers dan het CIDI.”

Hoewel het bestuur van het Nationaal Comité 4 en 5 mei niet wenste deel te nemen aan het debat, zat plaatsvervangend directeur Jan van Kooten wel in de zaal. Hij koos er uitein- delijk toch voor om uitleg te geven over de keuze voor het gedicht: „Het was naïef van ons om niet in te zien dat de laatste zin van het gedicht andere emoties zou kunnen oproepen. Het was een foute inschatting van het Comité. Sorry, het spijt ons. We hebben niemand willen kwetsen en ook zeker niet de herdenking willen verbreden,” vertelt Van Kooten. Het is bij het te perse gaan van dit NIW nog onduidelijk in hoeverre het bestuur zal reageren op deze spontane actie van de plaatsvervangend directeur.

Opstappen  

Jacques Grishaver, voorzitter van het Auschwitz Comité, vertelt de zaal dat hij het Nationaal Comité nog tot op het laatste moment heeft gewaarschuwd: „Ik wist dat het gedicht voor veel mensen als een koude douche zou komen. Zeker als er geen uitleg bij zou zijn. Maar ze wilden niet luisteren.” Met het excuus van Van Kooten lijken de felste criticasters van het Comité echter geen genoegen te nemen: „In het comité zitten allemaal intelligente mensen. Maar zij wisten dat ze fout zaten en toch gingen ze door. Zij zijn dan ook totaal niet in contact met hun doelgroep. Er is maar een oplossing, en dat is opstappen,” zo verkondigt Markuszower. Iemand die zich irriteert aan de felheid van het publieke debat is oud-wethouder Rob Oudkerk. Hij is – zoals hij zelf zegt – slachtoffer en dader, verwijzend naar zijn moeder en grootvader David Cohen, voorzitter van de Joodsche Raad tijdens de Tweede Wereldoorlog: „Ik vind het zo triest dat Joden zo hard tegen elkaar tekeergaan. Cynisme is de wortel van het kwaad.”

Als het debat op zijn einde loopt, zijn de gemoederen bedaard. Na afloop vertelt organisator Dennis Pekel dat hij meer acties gaat ondernemen, mocht het Comité geen conclusies trekken: „Ik heb de tekst uit Vorden nog en Leemhuis-Stout rijmt op fout.”

1 Comment

  1. Onkiese keuze: opwinding om niets?

    Alle opwinding rond het besluit van het comité 4-5 mei, een (door ‘Westerbork’) geweigerd gedicht over een SSer op de Nationale Dodenherdenking 1940-1945 te laten voorlezen, komt niet uit de lucht vallen. Wat verder opvalt is dat velen de langzamerhand vergeten oorlog 1940-1945 veronachtzamen, waaraan de Nationale Dodenherdenking en Nationaal Monument hun bestaansrecht ontlenen.
    Zij staan daarin niet alleen. Daar is een gewenningsproces aan vooraf gegaan… Het was minister-president Marijnen die in het voorjaar van 1965 de uitspraak deed die veelbetekenend is: wij moeten niet alleen de slachtoffers van WOII herdenken, maar allen ‘die in het belang van het koninkrijk’ gevallen zijn. Dat zijn de jongens die in de Indonesische oorlog gesneuveld zijn, de Korea-vrijwilligers en allen die volgden… Onze doden uit WOII hebben echter niets te maken met ‘het belang van het koninkrijk’!

    De vervlakking van 4 mei is dus een logisch gevolg van het feit dat de Dodenherdenking doelbewust is omgevormd tot aanhangsel van ons buitenlands beleid na 1945. Er is eenvoudig een ‘memorandum’ aan vastgeplakt strekkende tot vandaag, dat ruimte geeft alle oorlogen waaraan wij deelnemen, te legaliseren en ‘onze’ doden mee te nemen in de 4 mei herdenking.

    Een woordvoerder van dat comité schreef mij op 25 mei 2011 o.a.: ‘In alle naoorlogse jaren is Nederland betrokken geweest bij meer dan vijftig oorlogssituaties en vredesoperaties.’ Hij schreef er niet bij in wiens belang… Doorzien we nu waaraan deze onverkwikkelijke zaak is te danken?

    Ook ik sluit me aan bij Barnouw’s pleidooi: terug naar de oorspronkelijke herdenking; alleen de slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog herdenken op 4 mei!

    Wordt vervolgd.

    Kees Mattijsen, Eindhoven

    Open brief aan het Nationaal Comité 4 en 5 mei en CIDI

    26 april 2012

    Ook ditmaal is mij niet ontgaan dat het Nationaal Comité 4 en 5 mei geen pest opheeft met diegenen die hun leven feil stonden in de vijf jaar gruwelijke imperialistische oorlog, laat staan de slachtoffers en hun nagelaten betrekkingen.
    Om op de Dodenherdenking op de Dam een gedicht te laten voorlezen over een Waffen-SS’er die stierf aan het Oostfront, is een gotspe. De smerige rol die dat comité ook nu weer speelt, verdient aller aandacht en afkeuring.
    Terecht proef ik uit het schrijven van CIDI *) aan het Nationaal Comité de walging die dat vandaag oproept. Ik sluit me bij dat protest ten volle aan.

    Nieuw is deze streek niet: ik stel vast dat een sluipend fascistisch gif zich genesteld heeft in dit comité 4 en 5 mei. Vorig jaar schreef ik dat comité het onderstaande, waarop later een volstrekt nietszeggend antwoord kwam.

    “Op de site van het Nationaal Comité 4 en 5 mei is te lezen en telkens opnieuw op 4 mei op de Dam weer te beluisteren: “Tijdens de Nationale Herdenking herdenken we allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.” (Officieel memorandum).

    Die laatste zinsnede vanaf “sinds” en verder, steekt mij en vele anderen al jaren.
    Vandaar dat ik met instemming het interview van 20 januari j.l. in De Pers las “WOII moet weer een centrale plek krijgen.” **) Aan het woord is mevrouw Schwegman, directeur van het NIOD (Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies).
    De nivellering of het gladstrijken in goed Nederlands, waarover zij spreekt, is in feite al direct na de oorlog in gang gezet. Dat kwam namelijk alle naoorlogse regeringen uitermate goed uit.

    Een greep: de smerige oorlog, in versluierende termen “missie” of “politionele actie” genoemd tegen ‘ons’ Indië, deelname aan overzeese oorlogen bijv. in Korea – met behulp van Nederlandse ex-SSers… de West-Duitse herbewapening kwam eraan en moest erdoor, de koude oorlog werd van harte aangemoedigd en
    gestimuleerd. Vrijlating van zware en zwaarste oorlogsmisdadigers en veel meer.
    Het historische beeld van WOII moest toen én vandaag worden ontkracht en bijgesteld.
    Om dicht bij huis te blijven: oud-Spanjestrijders, notabene de eerste Nederlanders die onbaatzuchtig het fascisme bestreden voordat hier de oorlog uitbrak, werd het leven verschrikkelijk zuur gemaakt en vele, vele jaren na de oorlog van hun rechten beroofd. Ook vele oud-illegale werkers kregen te maken met een overheid die juist tegen hen de grofste middelen inzette, dat hen en hun kinderen het leven
    onmogelijk maakte. Niet vanwege een wipneus maar vanwege hun consequente politieke overtuiging. De schande ook van het ‘vieren’ van Bevrijdingsdag eenmaal in de vijf jaar (dat na veler protest niet doorging): een hoon.

    Het vertoon op de Dam op 4 mei, uitgebreid met dat “officieel memorandum” waarin ook de in Korea omgekomen SSers worden herdacht… Dát gaat door mij heen bij het zien van de jaarlijkse beelden op de Dam. Daarom verzet ik mij tegen deze nivellering en de achterliggende, absoluut foute redenering.

    Vanuit mijn historische ervaring, als kind (geboren in 1939) van ouders die al voor het uitbreken van WOII als overtuigde antifascisten tegen het fascisme streden en in ‘40-’45 daadwerkelijk deelnamen aan het verzet, waarbij vader het leven verloor, namens hen en vele anderen, doe ik dit pleidooi: de Dodenherdenking moet op 4 mei in ere worden hersteld waar het ooit voor was bedoeld: een Plechtige Herdenking van de Slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.”
    Aan deze bewuste misleiding moet een halt worden toegeroepen!
    Kees Mattijsen – Eindhoven

    *) CIDI protesteert tegen herdenking Waffen SS’er
    **) Helaas is door het opheffen van het dagblad DePers op 30 maart 2012 het interview met mevrouw Schwegman met als titel “Mag het weer gewoon over de oorlog gaan?” niet meer beschikbaar. Gelukkig is een samenvatting hiervan te vinden op http://www.platformeducatiewo2.nl/nieuws/wo-ii-moet-weer-centrale-plekkrijgen/

    Kijk ook eens naar de uitkomst van een kleine enquete van RTV Oost met de enig juiste stelling: De Tweede Wereldoorlog moet centraal blijven staan op 4 en 5 mei.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.