Help ons, bevakasja

Steve Leibowitz met Miri Eisin (m) en Danny Ayalon (r) op IL.tv.
Steve Leibowitz met Miri Eisin (m) en Danny Ayalon (r) op IL.tv.
Steve Leibowitz met Miri Eisin (m) en Danny Ayalon (r) op IL.tv.

Na de nieuwste golf aanslagen in Frankrijk en Duitsland is Israël om hulp gevraagd. Europese landen willen van Israël leren hoe ze ‘lone wolf’-terroristen kunnen ontdekken voordat ze toeslaan.

“Hoe spoor je zo’n lone wolf op?” vroeg Gilles de Kerchove, contraterrorisme-coördinator van de EU, zich vorige week hardop af bij een inlichtingenconferentie in Tel Aviv. Een lone wolf is een terrorist die niet of nauwelijks contact heeft met een terreurnetwerk, maar zich er wel door laat inspireren om zelf een aanslag te plegen. “Daarom ben ik hier, want we weten dat Israël veel in huis heeft op het gebied van de cyberbestrijding van terrorisme,” aldus De Kerchove.
Europese landen vroegen eerder al aan internetproviders om te helpen, maar die vinden het doorspitten van enorme hoeveelheden gegevens om potentiële terroristen op te sporen te ingewikkeld. Vandaar dat Europa nu steun zoekt in Israël, op de conferentie die door het bedrijf Israel Defense georganiseerd wordt, en bij Israëlische en buitenlandse hightechbedrijfjes die daar hun nieuwste technieken toonden. Israel Defense werkt onder meer samen met de officiële vereniging van Mossad- en andere inlichtingendienstenveteranen. Een van de doelen van de conferentie is het gevoel van urgentie te vergroten.

Gerichte websurveillance
“We kunnen Europa veel leren,” zei Miri Eisin, gewezen hoofd van de inlichtingendienst van het leger, onlangs op de Israëlische nieuwszender IL.tv. “Maar ze moeten ons erom vragen. Dat komt vanzelf als ze eraan toe zijn. We weten veel over lone wolf– en ander terrorisme en hoe je dat moet aanpakken. We volgen de geld- en wapenstromen van de Islamitische Staat en andere terreurnetwerken al jaren.” Eén tip geeft ze alvast: instanties als politie en inlichtingendiensten moeten veel meer met elkaar praten, zoals we dat in Israël doen. Eisin kan Europa, dat nu volgens haar ‘omvergekegeld’ wordt door terreuraanslag na terreuraanslag, echter niet compleet geruststellen: “Je kunt het niet honderd procent stoppen, dat lukt ons hier ook niet.”

‘Instanties als politie en inlichtingendiensten moeten veel meer met elkaar praten, zoals we dat in Israël doen’

Wat Israël kan bieden komt misschien wel in de vorm van informatie over een (deels) geautomatiseerd detectieprogramma voor mensen met (potentiële) terreurambities, zoals ook al bestaat voor pedofilie. Daarbij worden gebruikers van sociale media zoals Facebook en Twitter in de gaten gehouden. Maar als je zoekt naar voorbereiding van terreur dan kun je het niet aan de computer alleen overlaten, denkt De Kerchove. Je moet de gegevens immers interpreteren en verbanden leggen. Een Israëlische militaire functionaris die ook op de intelligenceconferentie aanwezig is, maar anoniem wil blijven, bevestigt dat: “Wij houden Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever in de gaten. Daarbij selecteren we eerst op leeftijd, hoe religieus iemand is, de sociaaleconomische achtergrond en banden met militanten. Dan houden we een risicogroep over, die zetten we in een database die we elke dag opnieuw instellen, en volgen we wat ze op de sociale media zetten. Daarnaast gebruiken we informatie die we hebben opgedaan na terreuraanslagen en van gevangen terroristen.”
Het Israëlische systeem verdeelt de te monitoren bevolking in drie fasen: ‘zwart’ is iedereen, ‘grijs’ degenen die in de gaten gehouden moeten worden en ‘wit’ mensen van wie het gedrag zo verdacht is dat individuele surveillance, arrestatie of ondervraging nodig is – bijvoorbeeld na het plaatsen van een ‘afscheidsbericht’ op Facebook. De verhouding ‘zwart/grijs/wit’ kan volgens deze zegsman bijvoorbeeld 1 miljoen op 20.000 op 10 tot 15 zijn – om een idee te krijgen van de hoeveelheid gegevens.

Sorry
Europa zal, in haar ‘leercurve’, concessies moeten doen aan haar standaarden voor mensenrechten, waaronder privacy, vulde Israëls gewezen vicepremier Danny Ayalon nog aan in het Israëlische tv-interview. “Dat maakt het voor ons juist zo moeilijk,” vertelde De Kerchove op de conferentie.
Bij die leercurve hoort volgens veel pro-Israëlische Facebookers tevens: minder aandacht besteden aan het labelen en boycotten van Israëlische producten. “Eerst jarenlang Israël de schuld geven van alle doffe ellende en nu hulp vragen? Noem je zoiets niet een gotspe?” en: “First say sorry.”

Klik hier voor het interview op IL.tv.

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*