Heerlijk vrij in South Beach

Florida heeft de op twee na grootste Joodse bevolking van de VS. De strook tussen Miami en Palm Beach werd het ‘beloofde land’.

Auteur: David Hammelburg
Foto: Collection of the Jewish Museum of Florida, Marcia Jo Zerivitz

Voor wie zich de even populaire als controversiële televisieserie All in the Family herinnert: daar zit een prachtige scène in waarin Edith Bunker haar simplistische, racistische echtgenoot Archie vraagt waar hun Joodse vriend is gebleven. „Verhuisd,” antwoordt Archie, „naar het beloofde land van zijn volk – Miami Beach.” Archie Bunker past een oud cliché toe: als een Jood, vooral als hij uit het winterkoude Amerikaanse noordoosten komt, 65 wordt moet hij naar Florida verhuizen – dat is de wet.
Nou ja, wet – zoiets, dan. Op dit moment wonen naar schatting 750.000 Joden in Florida, waarvan tweederde in het zuiden van de staat, in de strook van ongeveer 130 kilometer tussen Palm Beach en Miami. Sterker nog: Florida heeft de op twee na grootste Joodse bevolking van alle Amerikaanse staten, en dat aantal groeit.
Lange tijd waren Joden niet welkom in Florida. En in tegenstelling tot een populaire mythe: Miami was een van de laatste steden in de staat waar zij zich vestigden. Fascinerende feiten zoals deze zijn te vinden op de permanente expositie van het Joodse Museum van Florida, in het hart van de trendy buurt South Beach. De prachtig gevonden titel luidt: MOSAIC: Joods leven in Florida van 1763 tot heden. „Onze geschiedenis is waarachtig een Amerikaans immigrantenverhaal,” zegt Jo Ann Arnowitz, algemeen directeur en chef-curator van het Joodse museum. „Ze verbeeldt de bewegingsvrijheid voor de Joden, van een piepkleine gemeenschap in het begin van de 20e eeuw totde bloeiende bevolking die we nu hebben.” Het museum, dat zijn deuren in 1995 opende, is ondergebracht in de oudste synagoge van Miami Beach. Congregatie Beth Jacob werd gebouwd in 1929 en is een van ’s werelds weinige synagoges in de art-decostijl, compleet met een koperen Moorse kap, een marmeren bima en tachtig gebrandschilderde ramen.

Airco 

Als u ooit de moed hebt opgebracht om de overweldigende zomerse hitte van Zuid-Florida te trotseren, zult u zich ongetwijfeld afvragen hoe de mensen zonder airco een hele sjabbatdienst konden uitzitten. De lijdensweg duurde slechts een halve eeuw, want de eerste Joden arriveerden pas in 1896 in Miami. Voor zover bekend vestigden de eerste Joodse immigranten zich in 1763 in de panhandle, het noordwesten van de staat, toen de Britten dat deel op de Spanjaarden hadden veroverd. Sommige bronnen plaatsen de eerste Joodse immigranten in 1513, toen Ponce de Leon een aantal conversos aan boord had toen hij Florida ontdekte. Maar onder Spaanse heerschappij mochten Joden de kolonie niet in.
Toen Florida in 1845 een Amerikaanse staat werd, woonden er in totaal hooguit honderd Joden. Tot het begin van de 20e eeuw ontwikkelde de staat zich heel langzaam. Miami werd pas in 1896 gesticht; op het stichtingsdocument prijkt de handtekening van de enige Joodse inwoner uit die tijd, Isidor Cohen. Meer Joden, vooral Russische immigranten uit New York, verhuisden naar Zuid- Florida, als arbeiders voor de nieuwe spoorbaan en voor spoorwegbaron Henry Flagler. Ook kwamen een aantal Hongaarse families vanuit het eiland Key West; hun schip was daar in 1884 gestrand.
In de eerste decennia was Miami Beach – een klein vissers- en stranddorpje dat nu met een viaduct met Miami is verbonden – voor Joden verboden terrein. De meeste bedrijven weigerden Joden te bedienen en hadden bordjes op de deur met ‘Alleen voor niet-Joden.’ Maar ten zuiden van Fifth Street was het Joden wel toegestaan grond te kopen, en daarmee kwam geleidelijk de Joodse immigratie naar Miami Beach op gang. In de jaren 20 waren er kosjere slagers, sigarenmakers, kleine hotels en restaurants voor de Joodse gemeenschap, die in 1925 3500 zielen telde. Met de opmars van auto, vliegtuig en trein, met een overvloed aan beschikbaar land, en met een grote advertentiecampagne, begon Miami te bloeien, ondanks de Depressie in de jaren 30, twee gigantische wervelstormen en het faillissement van vijf banken.
Congregatie Beth Jacob werd ontworpen door de beroemde architect H. Fraser Rose en in 1929 geopend. In 1936 waren er al zoveel leden dat het gebouw te klein werd en een tweede gebouw verrees. Dat werd de nieuwe synagoge, terwijl het oude gebouw als feestzaal en Joodse school werd ingericht. De Joodse gangster Meir Lansky en zijn maten waren leden, waarmee de synagoge de bijnaam ‘de gangstersjoel’ kreeg. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog telde Miami Beach 15.000 Joden.

Economische explosie 

In 1949, toen de staat Florida formeel een einde maakte aan alle discriminatie in onroerend goed en hotels, werd Miami Beach echt gelanceerd. Het toerisme creëerde een economische explosie, vooral door het algemene gebruik van airconditioners, de bestrijding van muskieten en de uitbreiding van de cruiseschipvloot door de Israëlische ondernemer Ted Arison.
In 1950 waren er 55.000 Joden, en de volgende vijf jaar zouden er maandelijks 650 bijkomen. Elke zeven minuten werd een nieuw huis gebouwd. Toen Fidel Castro in 1959 de macht greep in Cuba, kwamen er ineens nog eens 10.000 Cubaanse Joden – bijgenaamd ‘Jubans’ – bij, die zich grotendeels aansloten bij de gemeenschappen in Miami en Miami Beach. „Je moet begrijpen,” zegt directeur Arnowitz van het Joodse Museum, „dat met alle Joden die rondom de Beth Jacob synagoge woonden, en met alle kosjere winkels in de omgeving, het behoorlijk begon te lijken op een Joods getto. Zoiets als de Lower East Side in New York, maar dan kleiner. Het was een eenvoudige arbeidersbuurt.”
De nieuwe Joodse immigranten trokken naar nieuwe wijken in North Miami Beach, en nog verder naar het noorden. In de jaren 60 werkten de Joden zich op qua opleiding en banen – vooral als de spreekwoordelijke artsen en advocaten. In 1970 was 80 procent van Miami Beach Joods; het kreeg de bijnaam ‘Klein Jeruzalem’. Op het hoogtepunt woonden er 230.000 Joden.
De snelle afname van de Joodse bevolking begon in 1980, tijdens de invasie van de ‘Mariel’ bootvluchtelingen: Castro’s poging om zich te ontdoen van alle Cubaanse misdadigers. De meesten van hen, 125.000, kwamen aan land op de stranden van Miami. Daarmee werd dit gebied het nieuwe Ellis Island voor mensen die dictatoriale of autocratische regimes ontvluchtten, vrijwel allemaal uit het Caribische gebied en Spaanssprekend.
Veel Joden voelden vervreemding en verhuisden naar het noorden, naar Ft. Lauderdale, Boca Raton en Palm Beach. Tegelijkertijd onderging Miami Beach, vooral het deel waar het oorspronkelijke Beth Jacob staat, een enorme renovatie, nadat het art-decodistrict op de lijst van historische monumenten was geplaatst. Tegenwoordig is het een van de hipste, meest trendy gebieden in het land, vol luxueuze nachtclubs met beeldschone jonge mensen en een reeks hotels die favoriet zijn onder rijke en beroemde Amerikanen. In 1995, toen de meeste bejaarde Joden van de oude generatie waren gestorven en de nieuwe generaties verhuisden, trok de ineenstortende congregatie zich terug in haar oorspronkelijke, kleine gebouw. Het Joodse Museum kocht het leegstaande nieuwere gebouw en redde het van de sloop.
Helaas bestaat de Congregatie Beth Jacob sinds 2005 niet meer. Maar gelukkig kocht het museum ook het oude gebouw op, renoveerde het, en bouwde een verbinding tussen de twee gebouwen. „Ofschoon heel veel Joden het oorspronkelijke Miami Beach hebben verlaten, is de schitterende geschiedenis er nog steeds,” aldus Arnowitz. „Je voelt die als je in dit gebouw staat. Dit is een historische getuigenis van onze manier van leven.”

Houtskooltekeningen 

Tijdens ons bezoek bekijken we een tijdelijke expositie van de houtskooltekeningen van rabbijn Irving Lehrman, de geestelijke leider – een halve eeuw lang – van Temple Emanu-El in Miami Beach. Elke Israëlische premier en Amerikaanse president van de laatste halve eeuw heeft hij op bezoek gehad. De collectie bestaat uit portretten van persoonlijkheden die hij bewonderde. „Wij zijn dolblij dat we ze nu hier hebben,” zegt Arnowitz. „Stel je eens voor dat ze ergens in een kelder lagen en uiteindelijk werden weggegooid door een nazaat die het belang van deze tekeningen niet kende. Wat zou dat eeuwig jammer zijn.”
De volgende tentoonstelling wordt er een over de Litouwse Joden en de verbinding met de zestien Litouws-Joodse families van Miami Beach. In de folder staat: ‘Het museumvolgt de geschiedenis van een groep etnische immigranten en hun ervaringen, als voorbeeld van het inburgeringsproces, dat helpt om racisme en vooroordelen te bestrijden, en dat het begrip en tolerantie voor het leven in een samenleving van vele etnische groepen bevordert.’ Aanvaarding, tolerantie en diversiteit; het klinkt naar vrijheid – midden in het hart van het swingende South Beach.