Hand in hand

Vrede moet je leren. Joodse en Arabische kinderen gaan in de kibboets Eshbal samen naar de Yad b’Yad-school.

Tekst: Joanne Nihom

Het is pauze, de kinderen spelen buiten, en als de bel gaat holt iedereen naar binnen. Zo op het eerste gezicht lijkt deze lagere school in kibboets Eshbal, in het noorden van Israël, op iedere andere school. De twee vriendinnen Leehe en Jawan, beiden dertien jaar oud, hebben computerles. Ook heel gewoon, ware het niet dat er voor de klas twee onderwijzeressen staan, een Arabische en een Joodse. Zij leggen in het Ivriet en in het Arabisch de opdracht van de les uit. In groepjes van twee gaan de kinderen aan de slag. Leehe en Jawan bespreken samen de vragen en de antwoorden. Waarna Leehe haar tekst in het Ivriet intypt en Jawan in het Arabisch.

Werken aan vrede

Wat de stichters van Yad b’Yad – Hand in Hand – in Eshbal wilden bereiken was revolutionair: een multicultureel schoolnetwerk voor Arabische en Joodse kinderen gebaseerd op gelijkheid, integratie en twee talen. Woordvoerder Ira Kerem vertelt: „In 1998 nam een groep enthousiaste ouders het initiatief. Inmiddels zijn er vier lagere scholen en geven we aan meer dan negenhonderd Arabische en Joodse leerlingen les. Bovendien hebben we in Jeruzalem ook een middelbare school.”
Volgens Shimshon Zeliger, directeur van de scholen, zijn er lange wachtlijsten. „We zouden graag uitbreiden maar daarvoor ontbreken de financiële middelen. Onlangs zijn de minister van Onderwijs, Gideon Sa’ar, en de voorzitter van de Knesset, Reuven Rivlin, bij ons op bezoek geweest. Ze waren erg enthousiast. We hopen dat die bezoeken politieke en financiële steun opleveren. Met alleen maar praten over vrede, zoals de politiek doet, komen we er niet. Leven in vrede moet je leren en daaraan wordt hier gewerkt, dag in dag uit,” zegt Zeliger. „We zouden meer lagere scholen willen, maar ook vooral middelbare scholen, want voor de meeste leerlingen houdt het nu na zes jaar op. Daarna gaan ze weer naar gescheiden onderwijs en we weten niet hoelang hun ervaring op onze scholen beklijft.”

Eigen identiteit

Nahid, de Arabische voorzitter van de oudercommissie en een van de ouders van het eerste uur, heeft twee zonen op de school. „Luisteren naar de ander en elkaars mening respecteren, daar draait het om. Iedereen mag zijn wie hij is. Dat is in Israël niet makkelijk maar nodig om in vrede te leven.” Voor Nahid was er nog een andere reden om voor deze school te kiezen. „Het ministerie van Onderwijs erkent Hand in Hand als een Joodse school en dat betekent meer budget, dus beter onderwijs en meer lesuren dan de Arabische scholen krijgen.” Ira: „De subsidie is voor één leraar per klas, terwijl er bij ons altijd twee zijn. Die extra leerkracht wordt betaald uit giften en bijdragen van de ouders. Doorgaans zijn ouders betrokken bij de school van hun kinderen maar ik heb het gevoel dat dat bij ons sterker is. Kiezen voor ons systeem is een bewuste keuze. Factoren als de school op fietsof loopafstand spelen niet mee. Ook weten de ouders dat financiële steun verlangd wordt.”
Shafiq heeft een zoon van dertien op school: „Op Arabische scholen in Israël is het verboden om over politiek te praten. Maar genuanceerd praten over politiek is een leerproces, daarom hebben wij heel bewust gekozen voor een gemengde school. Ik hoop dat de generatie van deze kinderen hierdoor vrede gaat brengen.”

Niet altijd eenvoudig

Sigalit heeft twee dochters op de school. Ze is het met Shafiq eens maar vindt, als Joodse moeder, de dialoog niet altijd eenvoudig. „Mijn kinderen zitten met kleinkinderen in de klas van grootouders die tegen ons vochten. Hoe pijnlijk dat ook is, ik geloof heilig dat vreedzaam samenleven mogelijk moet zijn.” Samen leren en samen vieren: de school besteedt aandacht aan alle feest- en herdenkingsdagen. Soms lijkt dat moeilijk, zoals bijvoorbeeld de herdenking van 14 mei 1948: de Joden vieren hun Onafhankelijkheidsdag, voor de Arabieren is het een nationale dag van rouw. Maar dat blijkt mee te vallen. „Kinderen zijn niet geïnteresseerd in de politieke lading van dit soort dagen,” vertelt Jacobien, oorspronkelijk uit Nederland. Ze heeft een zoon van tien en een dochter van zeventien op de Hand in Hand-school. Hoe is het op dat soort dagen met de gevoelens van de ouders? Jacobien: „Dat zijn van die momenten waarop we niet met elkaar in discussie gaan. Als ouders het niet prettig vinden dat hun kinderen op die dagen op school zijn dan houden ze ze thuis. Ik heb de leraren daar weleens over horen klagen. Maar dat komt dan niet door de kinderen, maar door de ouders.”
„Onze school is bijzonder, maar ook eigenlijk weer heel gewoon,” vertelt haar dochter Ruth. „Als je twee kleine kinderen in een zandbak laat spelen, dan worden het vrienden. En die vriendschap is later een goede basis om over allerlei onderwerpen te praten. Dat leren we de kinderen op onze school: spelenderwijs en ongedwongen met elkaar omgaan en dan kan je echt alles met elkaar bespreken.” „Moeilijke gesprekken met de kinderen worden nooit uit de weg gegaan,” vertelt Juf Ayelet: „Als er bijvoorbeeld een aanslag is dan wordt het onrustig en is er toch de neiging om positie te kiezen. We praten daarover met de kinderen. Joodse kinderen zijn dan vaak boos op ‘de’ Arabieren. Dan leggen we ze uit dat hun vriendjes ook Arabieren zijn, maar niet die aanslag hebben gepleegd. Het leert de kinderen onderscheid te maken tussen het conflict en het individu.

Andere cultuur

Toch zijn er verschillen die onoplosbaar lijken. „Een Arabisch kind leert sneller Ivriet dan een Joods kind Arabisch,” zegt Juf Jasmin. „Dat komt omdat zij later iets willen bereiken in de Israëlische maatschappij. Vaak spreken hun ouders ook Ivriet. Maar een Joods kind met Arabisch huiswerk heeft problemen omdat de ouders in de meeste gevallen die taal niet beheersen.” Voor moslim-ouders is vooral de manier waarop kinderen met elkaar omgaan wennen. Jacobien: „Vriendschappen vinden bij Arabieren vaak alleen binnen de familie plaats. Dus was het voor de ouders van de moslimvriend van mijn dochter heel erg wennen dat onze kinderen zoveel samen zijn, zonder dat er overigens sprake is van een relatie. Zijn vader belde ons onlangs met de vraag of ze zich nu niet zouden moeten gaan verloven. Ik heb hem toen voorzichtig uitgelegd dat met elkaar uitgaan en elkaar omhelzen onderdeel is van de jongerencultuur en dat dat niet betekent dat ze de rest van hun leven samen moeten zijn.”
Nahid vult haar aan: „Het is een ingewikkeld onderwerp. Wij hebben daar als ouders over gesproken maar kwamen er niet goed uit. Inmiddels hebben we geleerd dat de kinderen heel goed hun eigen grenzen kennen. Ze zijn opgegroeid met een open geest en met respect voor elkaar, maar een echte liefdesrelatie ontstaat meestal alleen met vrienden van hun eigen religie.” Lachend voegt hij daaraan toe: „Maar middelbare scholieren vertellen hun ouders natuurlijk niet alles.”
Abry, vijftien jaar, ging vorig jaar van de Hand in Hand-school naar de kunstacademie. „Ik had een nieuwe uitdaging nodig. De overgang was een cultuurshock. Het is bijna racistisch hoe de kinderen op de academie denken over Arabieren en grappen over hen maken. Dat zou op de Hand in Hand-school nooit gebeuren. Het is grappig dat ik op mijn oude school als rechtsdenkend werd beschouwd omdat ik genuanceerd over de politiek in Israël denk. Op de nieuwe school vinden de kinderen dat ik links ben omdat ik genuanceerd denk over Arabieren.” Vrede moet je leren en het begint met genuanceerd denken, zo weten ze in Eshbal.