Grenzeloze liefde

Door Joanne Nihom

Imri en Mohammed zijn een koppel. Imri is Joods, Mohammed moslim. Ze zijn zelfs ‘getrouwd’, op de Olijfberg. “De overeenkomsten zijn zoveel groter dan de verschillen.”

Samen zitten ze op de bank in hun appartement in Tel Aviv, twee mooie, jonge mannen, met de armen stevig om elkaar. Bij iedere vraag kijken ze elkaar even aan, alsof het antwoord in de ogen van de ander verborgen ligt. Ze lachen veel, af en toe valt er ook een stilte: even nadenken. Tot nu is er niets bijzonders aan dit verhaal, maar dat wordt anders wanneer je bedenkt dat Imri (32) Joods is en Mohammed (29) moslim. Imri is in Haifa geboren. Zijn ouders, Sylvia Cohen en Dov Kalmann, zijn op jonge leeftijd van Nederland naar Israël geëmigreerd. Mohammed is geboren en getogen in Oost-Jeruzalem. Deze Joodse en Arabische Israëli troffen elkaar in Tel Aviv. Mohammed: “Drie jaar geleden zag ik Imri tijdens de Tel Aviv Pride. Tussen die tienduizenden mensen viel hij me meteen op. Een prachtige energie en een mooie lach. Via via kwam ik achter zijn telefoonnummer. The rest is history.” Mohammed is projectmanager bij een hightechbedrijf. Imri is voorzitter van de sociaaldemocratische, linkse partij Meretz in Tel Aviv. Daarnaast werkt hij bij het reisbureau van zijn vader.

Verschillen
Mohammed vertelde zijn familie nog niet zo lang geleden dat hij homoseksueel is. “Mijn ouders hebben het er moeilijk mee. Toen ik ze vertelde dat ik verliefd was op een Joodse man vonden ze dat Joodse niet erg. Ik denk dat het veel minder problemen had gegeven als ik met een Joodse vrouw was thuisgekomen.” Verdere vragen daar over beantwoordt hij liever niet, dat ligt gevoelig. “Uit respect voor mijn familie en ook omdat het niet echt relevant is voor mij.” De familie van Imri weet al sinds zijn zestiende dat hij op mannen valt. “Mijn vader is ook homoseksueel, het is in onze familie gewoon. Vroeger grapte mijn vader altijd dat hij zeker wist dat zijn dochter met ‘een Mohammed’ zou thuiskomen. Het werd zijn zoon, we moeten daar nog wel eens om lachen.” De mannen bezoeken hun wederzijdse families regelmatig. Mohammed en Imri gingen al vrij snel samenwonen. Mohammed: “Het klopte gewoon tussen ons. Net als ieder stel streven we naar een goed en gebalanceerd leven samen. Dat betekent hard werken, iedere dag opnieuw. Natuurlijk zijn er verschillen.”

Imri: “Onze manier van communiceren is bijvoorbeeld nogal verschillend. Mohammed is niet gewend te praten, zeker niet over zijn gevoel. Dat is in zijn wereld niet gewoon. Ik praat het liefst de hele dag over alles wat me bezighoudt, volgens mij is dat typisch Joods. Ze zouden daar eens onderzoek naar moeten doen. Als een van ons iets dwars zit, kan dat dus wel eens problemen geven, omdat ik dan wil praten en Mohammed niet. Maar we komen er altijd uit.”

Mohammed: “Een ander verschil is dat het in mijn cultuur gebruikelijk is om snel te eten. Imri houdt van lang tafelen, het kan hem niet lang genoeg duren, die gezelligheid. Van zijn ouders heb ik begrepen dat daar zelfs een woord voor is: natafelen.”

‘Ik word niet ’s ochtends wakker en denk: wat nu, er ligt een Joodse man naast me’

Niet alledaags
De twee mannen zijn het met elkaar eens dat er meer overeenkomsten dan verschillen zijn. Dat komt vooral door het leven dat ze leidden voordat ze elkaar ontmoetten. Allebei woonden ze in ‘de bubbel’ Tel Aviv, waar de verschillen tussen mensen met verschillende achtergronden vrijwel niet bestaan, ook niet in de gaywereld. Imri: “De overeenkomsten zijn ook dichter bij huis te vinden. Zo doet mijn schoonmoeder me altijd denken aan mijn moeder: dat bezorgde en altijd bezig zijn met het gezin. Ach, misschien bedenken we al die cultuurverschillen alleen maar, uiteindelijk zijn we allemaal mensen en stammen we af van dezelfde Adam en Eva.” Toch is ook in Tel Aviv een gemengd huwelijk tussen een Jood en een moslim niet alledaags. Mohammed: “Dat realiseren we ons. De combinatie ‘Imri en Mohammed’, alleen al de namen, roept vragen op. Maar het is meer de buitenwereld die er iets bijzonders van maakt, waardoor het ook politiek beladen wordt. Voor ons is het geen onderdeel van ons dagelijks leven. Ik word niet ’s ochtends wakker en denk: wat nu, er ligt een Joodse man naast me.” Imri: “Natuurlijk hebben we soms discussies over de politiek en andere hete hangijzers uit het Israëlische leven. We zijn het ook niet altijd met elkaar eens. Mohammed is veel liberaler in zijn denken dan ik.” Mohammed: “Maar het loopt nooit uit op ruzie. Anders waren we niet al drie jaar samen. Het is ook niet zo dat ik, omdat ik Arabier ben, altijd automatisch die kant kies. We zijn moderne mensen en kijken beiden met een open blik naar wat er om ons heen gebeurt.”

Schipperen
Herhaaldelijk benadrukken ze dat hun relatie niet bijzonder is vanwege hun verschillende achtergronden, maar vanwege hun innige band. Imri: “Mensen zullen ongetwijfeld achter onze rug over ons praten. Maar dat geldt ook voor een sefardisch-asjkenazisch huwelijk, of voor een blanke die trouwt met iemand met een donkere huid. Verschillen vallen op en daar heeft de samenleving vaak iets over op of aan te merken. Ik werd onlangs genomineerd voor een politieke functie binnen Meretz en begreep van anderen dat er bij het noemen van mijn naam altijd bij wordt gezegd ‘dat is die Joodse politicus die met een moslim is getrouwd’. Tja, zo zitten mensen in elkaar.”

Samen schipperen ze met de wederzijdse feestdagen. Mohammed: “Vorig jaar hebben we voor zo’n veertig vrienden een iftarmaaltijd bij ons thuis gegeven. Pesach hebben we dit jaar met de familie van Imri gevierd, we hebben toen met alle aanwezigen uit de hagada gelezen. De zin die ik hardop moest voorlezen ging over het uitverkoren volk. Dat was even lachen.” Een beladen moment is Israëls Jom Hazikaron, de herdenkingsdag voor de gevallen soldaten en slachtoffers van terreur. Mohammed: “Dat is een moeilijke dag voor Imri, hij was officier in het leger. We hebben er dit jaar voor gekozen om weg te gaan uit de stad en hebben een nacht in een hotel in de woestijn gelogeerd. Toen het alarm voor de twee minuten stilte afging, stond iedereen op, wij ook.”

‘Ik hoop dat de dag nabij is waarop Israëliërs, ongeacht hun geaardheid of religie, hun liefde erkend kunnen krijgen’

Optimisme
Interreligieus trouwen, laat staan voor mensen van hetzelfde geslacht, is in Israël nog niet mogelijk. Toch wilden Mohammed en Imri een jaar geleden een statement maken naar elkaar en voor de buitenwereld, van de liefde die ze voor elkaar voelen. Imri: “Het was een niet-rechtsgeldige ceremonie, maar voor ons had het heel veel waarde. Op de Olijfberg in Jeruzalem, de plek waar God dichtbij voelt.” De plechtigheid werd geleid door een gezamenlijke vriendin. Imri: “Ik hoop dat de dag nabij is waarop Israëliërs, ongeacht hun geaardheid of religie, hun liefde erkend kunnen krijgen.” Het stel wil in de toekomst ook kinderen. Imri: “Daar denk ik wel eens over na. Stel, we worden vaders van een jongetje, laten we hem dan besnijden? Gaat hij het leger in? We zullen zeker een oplossing vinden die voor ons beiden goed is. Bovendien beloofde mijn vader me lang geleden dat er geen oorlogen meer zouden zijn als ik volwassen zou zijn. Misschien is zijn tijdsgevoel niet helemaal accuraat, maar ik neem zijn optimisme graag over.” Mohammed: “Voorlopig zijn we nog te jong voor kinderen. Eerst kijken of we onze twee katten en twee goudvissen goed kunnen verzorgen, dan pas gaan we denken aan de volgende verantwoordelijkheid.”

4 Comments

  1. Ik wens jullie een lang en gelukkig leven toe. Spiegel jullie aan de grootmoeder van Imri, Annie Kalmann. Een vrouw met een moeilijk leven, maar toch overwon!!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*