Gratie

Foto: Claudia Kamergorodski
Foto: Claudia Kamergorodski

There but for the grace of God, goes John Bradford.‘ Dat schijnt de zestiende-eeuwse Engelse martelaar John Bradford gezegd te hebben toen hij zag hoe een groep gevangenen naar het schavot geleid werd. ‘Alleen dankzij Gods gratie ben ik het niet die daar loopt.’ Bradford kon maar heel even dankbaar zijn, want in 1555 werd hij alsnog op de brandstapel gegooid.

Of je nu in een god gelooft of niet, het is aan te bevelen je zo nu en dan bewust te zijn van het ongelofelijke geluk dat de meesten van ons dagelijks ten deel valt. Je zou het zomaar vergeten, dat we in vrijheid en grote welvaart leven, als je nog 35 onbeantwoorde mails in je inbox hebt, je je zorgen maakt om je hypotheek, je auto nog gekeurd moet worden, de belastingaangifte nog gedaan en de was al drie weken onopgevouwen in bergen op de grond ligt.

In het park tegenover mijn huis staat sinds 2002 een kunstwerk. Het is het Nationaal Monument ter herdenking aan ons slavernijverleden van kunstenaar Erwin de Vries. Op zondag 1 juli wordt bij dat monument de afschaffing van de slavernij in Suriname en op de Nederlandse Antillen, op 1 juli 1863, herdacht. Daarna wordt in het park Keti Koti, (Sranantongo voor ‘verbroken ketenen’) gevierd.

Best een goed idee, vanuit menselijk oogpunt, dat afschaffen van een systeem waarbij de ene mens de andere in bezit kon hebben. Het lijkt me iets om bij stil te staan. Dat we dat ooit deden maar nu niet meer. Dat de wereld, en ook Nederland, er anders uitziet dan als dat niet was gebeurd, en dat er mensen zijn die dagelijks iets te maken hebben met de gevolgen ervan.

Op school leerde ik hoegenaamd niets over de geschiedenis van de slavernij en zeker niet over de rol die Nederland daarin had. Slavernij, dat was iets Amerikaans. Als je Gone with the Wind of de serie North and South keek, kreeg je vaag iets mee over zwarten die de witten bedienden. Meestal had dat nog wel iets gezelligs ook, zoals die aardige mevrouw die voor Scarlett O’Hara zorgde. Dat er twaalf miljoen mensen als vee verkocht en verscheept zijn naar een ander continent, daar had ik lange tijd geen idee van. Toen ik de in 2011 verschenen roman Het negerboek van de Canadese schrijver Lawrence Hill las, wist ik er al wel vanaf. Maar dat boek, één verhaal van een tot slaaf gemaakte vrouw, zette mijn wereld op zijn kop. Cijfers, geschiedenisboeken, uitleg. Niets maakt de verschrikkingen, de wreedheid, de onmenselijkheid van de trans-Atlantische slavenhandel zo tastbaar als een persoonlijk verhaal.

Bijverschijnsel
Identity politics zijn en vogue, dat is duidelijk. Het is een van de oorzaken dat we het de laatste jaren steeds vaker over het (Nederlandse) slavernijverleden hebben, dat er steeds meer aandacht voor gevraagd en opgeëist wordt en dat is belangrijk. Maar bijverschijnsel van die identiteitspolitiek lijkt dat iedereen zich alleen nog maar druk maakt over het onrecht dat hem of haar is aangedaan. In het park tegenover mijn huis zie je op 1 juli vooral zwarte mensen. De meeste mensen die ik ken, gaan niet naar de herdenking. Dat vind ik gek. Zeggen dat Keti Koti iets voor zwarten of Surinamers is, is hetzelfde als beweren dat het herdenken van de Shoa iets voor Joden is.  Alsof het je niet aangaat omdat het jóuw leed niet is. Terwijl zoiets als het afschaffen van slavernij, of het herdenken van de poging tot uitroeiing van een geheel volk toch uitingen van vrij universele menselijke waarden zijn. Het gaat ons allemáál aan. Dat we nu hier vrijheid kennen, dat er in Suriname geen tot slaaf gemaakten meer zijn, is bij gratie van mensen die besloten dat het anders moest, die inzagen dat universele waarden voor alle mensen moeten gelden. Om die waarden gestalte te blijven geven moeten wij, allemaal, telkens weer, stilstaan bij het verleden. Ook als het ons leed niet is. Omdat het, zoals John Bradford al inzag, ieder van ons had kunnen zijn. Dat wij hier in vrijheid geboren zijn en niet ergens waar we als slaven leven of voor ons leven moeten vrezen om wie we zijn, is slechts bij de gratie Gods. Of heel veel geluk.

2 Reacties

  1. Inderdaad gaat het ons allemaal aan, want slavernij mag dan officieel afgeschaft zijn, maar dat betekent níét dat het níet meer bestaat. Slavernij kent vele vormen en diverse van die soorten vinden óók vandaag de dag nog plaats. Neem bijvoorbeeld het profvoetbasl; mannen die het bezit zijn van de club waar ze voor spelen en voor miljoenen doorverkocht worden aan andere clubs, waarbij de voetballers absoluut niet zomaar kunnen gaan en staan waar zij zélf willen, maar moeten doen wat hen door de ‘bazen’ van de club etc opgedragen wordt wat zij moeten doen. Dan zal men zeggen dat de voetballers zélf gekózen hebben om ‘prof'(slaaf) te worden, maar ook onder de slaven uit het verleden was lang niet iedereen gedwongen, waren ook slaven die zélf het slavenleven kozen omdat zij bij een ‘meester’ veiliger waren dan wanneer zij ‘vrij’ waren. En wat te denken van de ‘gewone werkende mens’ , feitelijk óók slaven van hun werkgevers, want indirect zijn we allen gedwongen om te werken want zonder werk geen inkomsten, geen geld om te leven, geen eten, geen onderdak en in wezen geen toekomst. In het ene land misschien meer actueel dan het andere omdat welvaart per land verschilt, maar tóch……. slavernij bestaat nog steeds ….. en in vele vormen.

  2. Ik vraag me af,waarom er bij de herdenking geen aandacht is geschonken aan hedendaagse echte slavernij. IN verschillende afrikaanse en aziatische landen worden vele machteloze mensen gedwongen letterlijk als slaven te werken. Ook zijn talloze kinderen hierbij.
    De omstandigheden zijn erbarmelijk en zeer levensbedreigend.
    Waarom hoor ik praktisch nooit een woord van protest tegen de slavenarbeid bij de bouw van voetbalstadions in Qatar t.w.v. de WK 1922?

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.