Graag in afzondering

Foto: Keke Keukelaar
Foto: Keke Keukelaar
Foto: Keke Keukelaar

Eigenlijk had hij niet Joods willen zijn. Maar het jodendom speelt een sleutelrol in zijn boeken. En ook in het dagelijks leven van Marcel Möring keren onderwerpen als de Sjoa, Israël en gedurende een bepaalde periode ook het chassidisme telkens weer terug. Ik wilde altijd dat mijn jodendom niet gedefinieerd zou worden door al het slechte in de wereld, in de geschiedenis.”

Eigenlijk is Marcel Möring helemaal geen stadsmens. De geboren Assenaar zwerft liever door bossen en over heiden. Toch woont hij al sinds 1987 in Rotterdam. Zijn vriendin kreeg een baan aangeboden in de havenstad bij het Algemeen Dagblad en Möring volgde trouw. De vrouw ging, maar de gevierde schrijver bleef er. Wat ook bleef was het verlangen om ooit terug te keren naar de natuur. De afgelopen vijf maanden voelden voor Möring dan ook als een vakantie. Op uitnodiging van het Letterenfonds verbleef hij in het chique Netherlands Institute for Advanced Study (NIAS) in de bosrijke omgeving van Wassenaar. In alle rust kon hij werken aan het laatste deel van zijn trilogie. Na Dis en Louteringsberg moet eind van dit jaar zijn nieuwe roman Eden verschijnen: „Het was bijna een monastieke omgeving in Wassenaar, met elke dag hetzelfde patroon: schrijven, warme lunch, wandelen en schrijven. Heerlijk die afzondering.”
Nu weer thuis, terug in Rotterdam, is Marcel Möring (1957) alweer druk bezig met zijn nieuwste project: het omwerken van $Dis$ tot een toneelstuk voor het theatergezelschap Brazoul. Het moet nog dit seizoen in première gaan, dus haast is geboden. Toch heeft de schrijver tijd om het NIW te ontvangen, het liefst na twaalf uur.
„Tja, de middag is zo’n periode die je moet doorkomen. De ochtend en avond die zijn heerlijk, dan kan ik schrijven. Maar de middag…” zegt Möring lachend aan zijn grote eettafel. „In ieder geval fijn dat mijn moeder straks kan lezen hoe het met mij gaat.”

Was jij, als schrijver, geen vreemde eend in de bijt tussen al die sociale wetenschappers van het NIAS?
Nee hoor, dat viel erg mee. Er was een groep wetenschappers, psychiaters, psychologen en neurologen die onderzoek doen naar het snijvlak van het nature-nurture-debat. Ze proberen uit te vinden of trauma’s die in de kindertijd zijn opgelopen geneesbaar zijn, of dat het met de hardware te maken heeft. Zij kwamen echt met interessante invalshoeken. Aangezien een deel van mijn volgende boek zich afspeelt in een psychiatrisch ziekenhuis had ik veel aan de gesprekken met die wetenschappers.

Hoe relevant is het nature-nurture-debat met betrekking tot het jodendom?
Oh, dat is een slangenkuil. Wat ik vooral interessant vind is: wat is nu precies de essentie van het jodendom? Is het religie? Ja. Is het cultuur? Ja. Is het een volk? Ja. Maar dan glipt het toch weer uit je handen.

In een eerder interview in het NIW zei je dat de betekenis van het jodendom voor jou in de loop van je leven verandert. In welke fase ben je nu aanbeland?
Ik geloof dat ik nu vooral last heb van negatieve connotaties, terwijl ik die vroeger zo veel mogelijk probeerde te vermijden. Ik wilde altijd dat mijn jodendom niet gedefinieerd zou worden door al het slechte in de wereld, in de geschiedenis. Maar ik merk dat ik er niet aan ontkom; ook omdat mensen in mijn omgeving ouder worden. Rosanne Hertzberger had een tijdje terug een column in NRC Handelsblad over die Israëlische voetballer en de Nederlandse bedrijven die zich hadden teruggetrokken uit Israëlische bedrijven. Ik vond dat een goed stuk, maar zelf heb ik de moed verloren om dergelijke artikelen te schrijven. Ik ben een beetje murw.

Heb jij vaak te maken gehad met antisemitisme?
Dat valt wel mee, maar ik heb wel heel vreemde dingen meegemaakt. Ik moest een keer voorlezen uit Louteringsberg. Het fragment ging over een zoon en zijn moeder. Er kwam helemaal geen Jood, Israël of Tweede Wereldoorlog aan te pas. Maar aan het eind begon er plots iemand te zeggen dat de Joden de ellende toch wel een beetje aan zichzelf te wijten hadden. Want, zo redeneerde hij, als zoveel mensen zeggen dat de Joden de macht hebben, dan kon je toch moeilijk zeggen ‘het ligt niet aan ons’. Ik was perplex. Gelukkig greep de gespreksleider van de lezing in. Blijkbaar leeft er in Nederland toch iets onderhuids. Als samenleving hebben we onszelf afgeleerd om antisemitische uitlatingen te doen, want dat kan en mag niet. Maar er borrelt wel iets.

Maak jij je daar weleens zorgen over?
Nee, want ik weet dat het zo is. Veranderen zal het nooit. Je kan nog zoveel schoolbussen naar Auschwitz sturen, het helpt toch niet. Maar daar moet ik bij zeggen: ik ben vrij pessimistisch. Waar ik me echt zorgen over maak is Israël. Over die modieuze zwaai in Nederland van pro naar fel anti-Israël. Ik word heel nerveus van mensen die zeggen: de Joden behandelen de Palestijnen net zoals zij behandeld werden in de Tweede Wereldoorlog. Een perverse vergelijking die de gedachte legitimeert dat het prima is om ons schuldgevoel over de Holocaust kwijt te raken.

Kan je iets vertellen over jouw nieuwe boek Eden?
Het boek zal uit twee delen bestaan. Het eerste deel bestrijkt de periode eind 15e eeuw tot onze tijd; het lijkt op een historische roman. Het tweede deel speelt zich af in een psychiatrisch ziekenhuis in Drenthe. Dat zijn twee volstrekt verschillende boeken met verschillende schrijfstijlen. Maar hoe verder je in het boek bent, hoe meer je de verbondenheid ziet. Meer kan ik er niet over zeggen, anders haal ik de angel eruit.

 Lees de rest van het interview met Marcel Möring in NIW 26

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*