Golem van metaal en blik

Twintig jaar geleden stierf Isaac Asimov, de grondlegger van de moderne sciencefiction. Waarom oefent sciencefiction zo’n aantrekkingskracht uit op de verbeelding van Joodse schrijvers en filmmakers? En hoe Joods is Star Trek eigenlijk?

Het is dit jaar twintig jaar geleden dat Isaac Asimov, een van de grondleggers van de hedendaagse sciencefiction, op 72-jarige overleed in New York aan de gevolgen van een aidsbesmetting die hij had opgedaan door een bloedtransfusie. Asimov introduceerde de robotica in het sciencefictiongenre, en schiep daarmee een toekomstbeeld dat allengs steeds meer realiteit begint te worden. Hij schreef meer dan vijfhonderd boeken, sciencefiction vormde slechts een klein deel van zijn gehele oeuvre, maar was wel de hoofdreden van zijn immense verkoopcijfers. Hij was een afgestudeerd biochemicus die koos voor een schrijversbestaan. Hij schreef naast sciencefictionklassiekers als I, Robot, over de meest uiteenlopende wetenschappelijke onderwerpen. Asimov is naar verluidt de enige schrijver wiens naam in alle categorieën van het bibliothecaire decimale stelsel van Dewey figureert.

„Er was een tijd dat je Joodse schrijvers niet associeerde met sciencefiction of fantasy,” schreef Asimov in de korte autobiografische schets Why Me?, dat als voorwoord fungeerde bij de bloemlezing Wandering Stars uit 1974, een bundel met de beste sciencefictionverhalen van auteurs met een Joodse achtergrond. „Mooie romans schrijven, dat was Joodse jongens toegestaan, net als viool spelen (geen gitaar of saxofoon), schaken (niet pokeren of biljarten), dokter of advocaat worden (of in noodgevallen tandarts of oogarts, maar in geen geval footballspeler). Als gevolg daarvan hebben heel veel in de VS geschreven romans Joodse thema’s. Waar moesten ze anders over schrijven: de wederdopers?

Maar sciencefiction en fantasy (en dan nog in goedkope blaadjes, bah) dat was andere koek. In de tijd dat ik een gretige afnemer was van die goedkope blaadjes, gingen de verhalen uitsluitend over Amerikanen van Noordwestelijke Europese komaf, die homerische gevechten aangingen met ruimtepiraten, buitenaardse monsters, en boosaardige tovenaars (om nog maar te zwijgen van hogepriesteressen van Mars in bustières). Waar was daar plaats voor Joodse jongens? Niet dat er geen Joodse schrijvers waren die bijdragen leverden aan die tijdschriften. Maar die gebruikten allemaal andere namen. Horace L. Gold bijvoorbeeld was een excellente sf-auteur en was zo Joods als gefilte fisj, maar hij publiceerde onder de naam Clyde Crane Campbell. Joodse namen die Duits klonken konden soms nog wel door de beugel, want misschien waren die wel echt Duits, en Duitsers waren (totdat het tegendeel werd bewezen) behoorlijk superieur. Maar bij mijn weten was ik de eerste Joodse sf-schrijver met enige reputatie die zich bediende van zijn eigen naam.”

Lees de rest van dit artikel in het NIW nr. 1

1 Reactie

  1. To Isaac Asimov in his grave;

    Dear Isaac, founder of “siencence fiction”. Please listen a moment to “ciencence reality”. The safety of the State of Israel depends partly on real weapon systems far beyond your fiction.

    Anne

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.