Goede zaak, geen goede film

Tom Wilkinson (staand) en Rachel Weisz (midden) in Denial
Tom Wilkinson (staand) en Rachel Weisz (midden) in Denial

Denial slaagt er niet in het belangrijke onderwerp van Holocaust-ontkenning boeiend aan de kijker over te brengen.

Het is niet gemakkelijk een goed rechtbankdrama te maken. Processen zij lang, saai en hebben zelden de spanningsboog met gotcha-moment, waar Hollywood zo dol op is. Daarom zijn courtroom-films het best als zij onder fictie kunnen worden ingedeeld (Costa Gavras’ Music Box of de klassieker Twelve Angry Men). Als het om waargebeurde verhalen gaat, zijn documentaires eigenlijk altijd beter dan speelfilms. Een ander lastig genre: de Holocaust-verfilming. Zeker, er zijn genoeg briljanten gemaakt – Schindler’s List, Sophie’s Choice – maar als het mis gaat, is het vanwege het gewicht van het thema extra pijnlijk voor de makers. Een recent voorbeeld hiervan is het verschrikkelijke The Boy in the Striped Pyjamas. Kortom, een rechtbankdrama over de Shoa is een riskante onderneming, wellicht beter in documentaire vorm gevat. Maar dan is het potentiële publiek wel meteen een stuk kleiner.

Dapper
Met Denial wagen regisseur Mick Jackson (bekend van het Whitney Houston/Kevin Costner-vehikel The Bodyguard) en scenarist David Hare (schrijver van het indrukwekkende The Hours) een dappere, maar niet bijzonder geslaagde poging. Dat ligt niet aan het verhaal – het proces dat Holocaust-ontkenner David Irving aanspande tegen zijn criticus, de Amerikaanse hoogleraar Deborah Lipstadt – was van groot belang. Aan bod komen zaken die ook nu zo sterk spelen: kennis en ontkenning van de Shoa, en de vrijheid van meningsuiting. Hoever mag je gaan bij een op abject-politieke denkbeelden gestoelde revisie van de Holocaust, en wanneer wordt kritiek daarop gezien als smaad? Wie moet wat bewijzen: de ontkenner of hij (in dit geval zij) die hem daarop aanvalt? Waarbij het van belang is te onthouden dat het Irving was die Lipstadt met het proces eind jaren 90 monddood probeerde te maken, niet andersom.
Interessante elementen te over, zeker, toch werkt de film niet. Voor een groot deel komt dit door het houterige acteerwerk van hoofdrolspeelster Rachel Weisz. Haar Deborah Lipstadt is op het irritante af verheven en betweterig, soms lijkt het alsof zij niets anders doet dan moralistische minispeeches te geven. Daar komt bij dat zij van de drie hoofdpersonen – Lipstadt zelf, haar door de wol geverfde advocaat Richard Rampton en David Irving – eigenlijk de minst interessante is. Maar de makers durfden het blijkbaar niet aan in een film over de Shoa een Holocaust-ontkenner of een oudere Schotse advocaat de hoofdpersoon te maken. Welke kijker kan zich immers met hen identificeren?

Na bijna twee uur wil de kijker vooral meer weten over Irving

Melodramatisch
Dat is jammer, want na afloop van bijna twee uur rechtbank, wil de bioscoopganger eigenlijk vooral meer weten over Irving (effectief gespeeld door Timothy Spall, al staat het script hem niet toe meer dan een cartoonesk beeld te geven van deze autodidact historicus en Hitler-bewonderaar). Behalve aan het begin van de film slaagt Weisz er niet in een overtuigende tweestrijd tussen haar personage en Irving neer te zetten, iets dat veteraan Tom Wilkinson als Rampton wel lukt, wat de film nog enigszins redt.
Wat ook niet helpt zijn de melodramatische scènes waarin Weisz/Lipstadt zich moet rechtvaardigen tegenover een Auschwitz-overlevende. Haar advocaten besluiten deze niet aan het woord te laten en uiteraard heeft zij het daar niet gemakkelijk mee. Maar gelukkig revindiceert Lipstadts overwinning in het vonnis deze beslissing, wat de kijker nog eens onder de neus wordt gewreven als de Holocaust-overlevende tijdens de afsluitende persconferentie Lipstadt vergevend toeglimlacht. De filmganger bekruipt steeds meer het gevoel te kijken naar materiaal dat bedoeld is voor geschiedenisleerlingen in de onderbouw van een gemiddelde Amerikaanse highschool. Vandaar mijn advies: wacht tot er een documentaire over de zaak uitkomt.

2 Comments

  1. Prachtig boek over het Irving Lipstadt proces van D.D. Guttenplan: The Holocaust on Trial.
    Daarna lezen: het feitenboek dat Robert Jan van Pelt, getuige-deskundige, schreef nav het proces: The Case for Auschwitz.

    Hoe ontmantel je de beruchte slogan van Irving: “No holes no Holocaust”. Blijkt nog knap moeilijk te zijn. Verplichte leesstof voor iedereen die iets aan Shoah-educatie wil doen.

  2. Meneer Schut, vindt u Schindler’s List en Sophie’s Choice echt goede films? Ik vind dat nu echt de twee meest larmoyante, op sensiment-beluste films ooit gemaakt over de Shoa (ondanks de goede intenties vam de respectievelijke regisseurs!) Om het debat (!) te openen: les guichets du Louvre (Marcel Mitrani, Frankrijk, 1974)

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*