God als getuige is troostend

Open een gebedenboek voor de Hoge Feestdagen en je loopt kans vast te raken in het beeld van God als Straffende Vader. Beschouw de Eeuwige als liefdevolle getuige en de relatie ziet er opeens heel anders uit.

Enkele jaren geleden sloeg een Joodse kennis de machzor open. Ze bladerde er wat in. Ze had het gebedenboek voor de Hoge Feestdagen nog nooit in haar handen gehad. Toen ik haar vertelde van het beeld dat de Eeuwige ‘een boek’ heeft, waarin Hij alle overtredingen, nalatigheden en momenten dat we tekortgeschoten zijn, heeft opgetekend, werden haar ogen groot als schoteltjes. „Dat geloof je toch niet?” kreet ze verbijsterd uit. „Natuurlijk is er van een boek geen sprake, God is geen Sinterklaas. Maar toch laat ik me door het beeld dat de Eeuwige alles registreert, leiden.” Ze kon het niet vatten. Dat ik me zo afhankelijk maakte van een Vaderfiguur-in-het-kwadraat. Te primitief. Te kinderlijk. Ze zei nog net niet dat ik beter in psychoanalyse kon gaan, om mij van mijn Vaderbinding te bevrijden. En alle andere Joden die zich met de Hoge Feestdagen als schapen laten voorleiden, ook. Maar wat zij zag – een achterhaald, straffend systeem, zie ik helemaal niet. Of althans, helemaal niet is te sterk uitgedrukt. Ik zie, en ervaar iets anders.

In de aanloop tot Rosj Hasjana en sterker nog in de periode tussen Rosj Hasjana en Jom Kipoer, ervaar ik de Eeuwige sterker dan gedurende het jaar het geval is, als een getuige van mijn leven. Er is een ‘wezen’, oneindig uitgestrekt, met een bewustzijn dat ook oneindig uitgestrekt is, dat elk moment ‘ziet’. Elke fractie van een seconde is de Eeuwige aanwezig. Elke gedachte, elke emotie, elke wens, elke beroering, elke beweging, elke ademtocht is de Eeuwige aanwezig. Niet alleen bij mij, maar bij ieder mens op aarde. (Bij elk dier, elk blad, elke grasspriet, elke golf in het water – maar dit terzijde). Omdat we opgroeien met ouders die ons regelmatig tot de orde roepen (als ze dat niet doen, schieten ze als ouder tekort) en omdat ouders niet alleen fysiek veel groter zijn, maar ook in andere opzichten veel machtiger, zijn we geneigd God tot een oordelende ouder te maken. Bovendien, zo hebben we het in onze synagogeteksten ook neergeschreven. En zo staat het ook in de Tora: God oordeelt.

Zo heeft het jodendom het ook altijd gedacht: de Eeuwige geeft zijn wetten, en als Joden zich daar niet aan houden, zijn de rapen gaar. Ook in het liberale jodendom is dat beeld van een Eeuwige die korte metten maakt met iedereen die zich niet aan de mitswot houdt, nog levend. Maar daarnaast is er ook een andere invulling ontstaan. Ik beschreef het al: van de Eeuwige die getuige is. Men kan op dat ‘getuige zijn’ natuurlijk heel neurotisch reageren. Als God alles ziet en weet, kun je het ontzettend benauwd krijgen. Waar is de vrijheid? Waar blijft de ruimte om fouten te maken? Wat is er over van de mogelijkheid om de fout in te gaan zonder dat je het je bewust bent? Maar men hoeft niet neurotisch te reageren op dat getuige zijn. Als iemand je iets ziet doen, en geen oordeel heeft, maar vol liefde is, kun je de domste dingen doen zonder je vreselijk te hoeven schamen of schuldig te voelen, en kun je jezelf gemakkelijk corrigeren. Zo kijkt, denk ik, de Eeuwige naar alles wat wij zijn en doen, elke fractie van een seconde: vol liefde en mededogen.

Op Rosj Hasjana intensiveert dan het proces zich waarbij we alles ‘terugkrijgen’ van wat de Eeuwige heeft gezien, zodat we er iets mee kunnen doen: het laten zoals het is of een andere weg inslaan. Misschien is zo’n persoonlijke God die alles ziet en weet van de mens, een kinderlijk idee. Voor mij zit de grootheid van de Eeuwige juist daarin: dat de Eeuwige van zeven miljard mensen elke ademteug, elke hartklop, elke beweging, elke gedachte, elke actie, elke intentie kent. Dat er een Alomvattend Bewustzijn is dat zich – voor mij kenbaar – met Rosj Hasjana en Jom Kipoer ‘naar mij toekeert’, vind ik troostend en bevrijdend. Het is ‘onder moeders vleugels’, maar dan anders. Sjana tova oemetoeka.