Gerechtelijke dwaling?

Donderdag sprak de Rechtbank Zeeland-West-Brabant rapper Ismo vrij van discriminerende en antisemitische uitlatingen. 

Ik haat de f**king Joden nog meer dan de nazi’s” en “Flikkers geef ik geen hand.” Het zijn de ‘artistieke hoogstandjes’ van Ismael Houllich, beter bekend als rapper Ismo in een nummer dat op YouTube inmiddels meer dan 4,7 miljoen keer (!) is bekeken. Daar kwamen nog wat andere uitlatingen overheen, zoals de retweet: “Kijk die kk joden inhalen op @ismo_Music pownews bij deze jullie zijn kk hoerenzonen!!!” Op 4 en 5 mei retweette hij ook meerdere keren de gewraakte zin uit zijn rap. Wie een beetje thuis is op Twitter weet dat hele volksstammen zich zo uitlaten; het lijkt gemeengoed te worden. Deze ‘parel van de natie’ kreeg onder meer van het CIDI in mei 2014 een aangifte aan zijn broek, die door het OM serieus werd genomen. Eind november diende de zaak, waarbij de tenlastelegging op basis van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht leidend is. Met dit artikel kan onder meer groepsbelediging worden aangepakt. Net als bijvoorbeeld Holocaustontkenning, wat op zich niet stra!aar is, maar wel juridisch kan worden aangepakt omdat het onder groepsbelediging valt.

De rapper is boos, doet de uitlating maar één keer in het lied, en overdrijven hoort bij rappen, oordeelt de rechtbank

Aanklacht 
Een klip en klare zaak dus, dacht CIDI in 2014. Uiteraard kwam Ismo met de verdediging dat hij niet meer dan zionisten bedoeld had. De rechter schoof die verdediging echter aan de kant. Daarom was het des te verbazingwekkender dat Ismo donderdag werd vrijgesproken. Volgens het vonnis moesten de uitspraken van Ismo worden gezien als ‘artistieke expressie’ in het kader van de ‘vrijheid van meningsuiting’. Wat bovenstaand Twitterbericht te maken heeft met ‘artistieke vrijheid’? Daarop gaf de rechter in zijn uitspraak geen antwoord. Onnodig grievend vindt de rechtbank de tekst niet. De rapper is boos, doet de uitlating maar één keer in het lied, en overdrijven hoort bij rappen, oordeelt de rechtbank, en: ‘Uit de tekst was niet duidelijk dat “flikkers geef ik geen hand” over homo’s ging’, en de tekst was bovendien niet beledigend. Volgens CIDI mag ‘boos zijn’ geen excuus zijn voor het kwetsen van Joden en homo’s, die niets te maken hebben met ‘de woede van Ismo’.

Beroep 
Dit artikel 137 is het enige wettelijke middel dat gebruikt kan worden tegen discriminerende, racistische en antisemitische uitspraken. Als het niet goed wordt geïmplementeerd, blijven er geen strafrechtelijke mogelijkheden over om personen die zich daaraan schuldig maken te vervolgen. Hoewel de rechter wel erkende dat de uitspraken beledigend waren, was de eindconclusie: ‘Gelet op dat wat hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het uiten van stra!are beledigingen in de zin van artikel 137c of 137e SR, zodat verdachte integraal zal worden vrijgesproken van hetgeen aan hem ten laste is gelegd.’ CIDI en COC roepen het OM dan ook op tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan.

Schrappen
Tegelijkertijd is er een andere bedreiging. Het is bekend dat dit artikel 137 in politiek Den Haag onder druk staat. Er zijn diverse politieke partijen die de vrijheid van meningsuiting een groter goed vinden dan groepsbelediging, en die artikel 137 willen schrappen. Dit ook in het kader van het maatschappelijk debat en de rechtszaak die Geert Wilders boven het hoofd hangt vanwege zijn ‘minder, minder Marokkanen’-uitspraak. Als artikel 137 uit het Wetboek van Strafrecht zou verdwijnen, kunnen alleen uitspraken die aanzetten tot haat en geweld nog voor de rechter worden gebracht. Het is niet ondenkbaar dat het in Nederland deze kant op zal gaan.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*