Gemengde reacties

Libeskind bij zijn ontwerp. Foto Dirk Spits
Libeskind bij zijn ontwerp. Foto Dirk Spits
Libeskind bij zijn ontwerp. Foto Dirk Spits

Vol trots presenteerde de organisatie van het Holocaust Namenmonument vorige week vrijdag het nieuwe ontwerp voor het monument aan de Weesperstraat. Het NIW peilde de stemming onder een aantal bekende Joodse bestuurders.

Initiatiefnemer Jacques Grishaver en architect Daniel Libeskind onthulden op 16 december de nieuwe maquette voor de namenwand ter herdenking van tijdens de Shoa vermoorde Nederlandse Joden, Sinti en Roma. “We hebben iets moois in handen,” aldus Grishaver, die vindt dat de gemeenschap eindelijk een goede plek krijgt om te herdenken. Nadat het ontwerp voor een namenwand in het Wertheimpark was afgeschoten wegens protest uit de buurt, werd gekozen voor een perk langs de Weesperstraat. Libeskind: “Iedereen kan straks bij het nieuwe namenmonument terecht en zich op een intieme manier bezinnen.”
Voorzitter Ron van der Wieken van het CJO vindt het nieuwe ontwerp mooi. “Het maakt zichtbaar en zelfs tastbaar hoeveel mensen er zijn vermoord door de nazi’s. Het maakt ook duidelijk wat er kan gebeuren als je achteloos en onverstandig omgaat met democratische waarden en verworvenheden.” Wel vindt hij dat het initiatief verder bij de nationale overheid moet liggen. “We vinden dat het Rijk de kosten moet dragen. Dat zeg ik op goede gronden, want toen het erop aankwam heeft de Nederlandse overheid geen poot uitgestoken om de Joden te beschermen. We werden overgeleverd aan een vijand waartegen we ons niet konden verweren.” Hij sluit niet uit dat individueel en georganiseerd Joods Nederland ‘wel wat kan bijdragen’, maar “het is niet aan ons om het gedenkteken volledig te bekostigen. Ik hoop dat mijn boodschap gehoord wordt in het Torentje.”

Aanname
Toch is niet iedereen lovend. Zo verklaart Ruben Vis die de gebeurtenissen rond de Namenwand van begin af aan volgde: “De hele binnenstad van Amsterdam is al één groot Joods monument. Een gedenkteken is ouderwets en het zou veel digitaler moeten,” aldus Vis, die vindt dat het een monument moet zijn van de hele bevolking. “De aanname van de initiatiefnemers dat de Joodse gemeenschap eindelijk een plaats heeft om te gedenken, is onzin. Er zijn helaas al veel plekken om te herdenken. En dan noem ik nog niet eens de vele lege plekken in sjoels waar Joden hadden kunnen zitten.” Vis ziet liever dat er geïnvesteerd wordt in het huidige Joodse leven. “Ik ben niet de enige die vindt dat voor dode Joden altijd geld beschikbaar is, maar dat we eigenlijk geld moeten steken in Joodse kinderen en ouderen die nu leven. Herdenken hoeft geen geld te kosten, en zeker geen miljoenen.”

De Joden in de mediene zijn niet gevraagd of ze het op prijs stellen dat al die namen in Amsterdam op een wand komen

Wel tevreden
Al die nieuwe monumenten komen vijftig jaar te laat, vindt Hanneke Gelderblom-Lankhout van het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom. “Er zijn te veel Joodse machers die hun naam willen verbinden aan een gedenkteken en hardop denken: kijk mij eens, ik heb voor een monument gezorgd. We moeten in Nederland juist investeren in onderwijs, waarin de waarden van het jodendom een integraal onderdeel zijn. We hebben bovendien het Anne Frankhuis en Westerbork al,” aldus Gelderblom-Lankhout, die in Den Haag woont. “De Joden in de mediene zijn niet gevraagd of ze het op prijs stellen dat al die namen uit de mediene in Amsterdam op een wand komen. Het gaat om draagvlak, dat vind ik belangrijk.”
D66’er Bart Vink, het enige Joodse gemeenteraadslid van Amsterdam, is wel tevreden. “Het heeft te lang geduurd. Als het monument in 2018 wordt onthuld, zijn we 73 jaar na het einde van de oorlog. Ik twijfelde lang over de locatie, maar door het nieuwe ontwerp ben ik heel enthousiast geworden. Hoe dan ook kijk ik ernaar uit om steentjes te zien met de namen van mijn grootouders. Dat geldt vast ook voor talloze anderen. Verder heb ik waardering voor de grote inzet van Jacques Grishaver.”

 

3 Comments

  1. Ik ben het eens met van der wieken .
    De overheid heeft niets gedaan onze familieleden te beschermen.
    Met gevolg dat wij zijn opgegroeid zonder familie om ons heen.
    Weet men ,hoe dat voelt een leven,lang dag in dag uit.
    Mogen zij een mooie gedenkplaats hebben na zoveel,jaren.Wat al jaren eerder had moeten gebeuren. Vrienden uit Israel hebben zich wel eens verbaasd over het feit dat er nauwelijks herdenkingsmonumenten waren of iets in deze richting. dus: Kom nou, het is de hoogste tijd. Maar wel ,vanuit de overheid.

  2. Gistermiddag kwam ik terug op mijn werk – ik was even de deur uit geweest – en zag twee dames in de zaak. Een ervan kende ik al een beetje. Ze was in gesprek met een collega. Ik knoopte daarom een praatje aan met de andere vrouw, een vriendin van de eerste. ‘I don’t speak Dutch’, zei ze, ‘I know only the word “doei”‘. Op mijn vraag waar ze vandaan kwam antwoordde ze ‘Israel’.

    ‘May I show you something’, vroeg ik en nam haar mee naar de maquette die de architecten van het Namenmonument hebben gemaakt. Die staat sinds de presentatie van vorige week bij ons op kantoor.

    Ik legde haar uit wat het was en waar het komt te staan. Ze herkende de Hebreeuwse lettervormen meteen. Ze vond het zó mooi dat ze bijna begon te huilen. Ze deed de mouw van haar jas omhoog en liet me haar arm zien. “It gives me shivers. I thought people in Holland had turned against us.” Ze had er kippenvel van gekregen.

  3. 1. Er leven wat hardnekkige misverstanden over de financiering van het Namenmonument. Wij zijn in gesprek met zowel de overheid als het bedrijfsleven. Daarnaast bieden we met onze ‘crowdfunding’ eenieder die persoonlijk wil bijdragen de mogelijkheid daartoe, zowel in binnenland als buitenland.

    2. De heer Vis gaat er vanuit dat het Namenmonument geen digitale varianten zal kennen. Dat komt omdat de heer Vis zich onvoldoende heeft laten informeren. Natuurlijk zijn wij hierover allang aan het nadenken en kijken samen met de architecten naar mogelijkheden. Met betrekking tot zijn opmerkingen over het geld, verwijs ik hem graag naar punt 1. en het hiernavolgende punt 3.

    3. Mevrouw Gelderblom vindt dat er in Nederland meer moet worden geïnvesteerd in onderwijs. Misschien is het een goed idee dat zij daarvoor initiatieven gaat ontwikkelen, plannen maken, medestanders zoeken, fondsen werven, et cetera. Ik wens haar hierbij natuurlijk alle succes. Als ik nog een advies mag geven: het helpt om bij de realisatie van ideeën en plannen wat mensen te betrekken die zij zelf kenschetst als ‘machers’. Anders blijft het vooral bij intenties en opvattingen.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*