Geld voor de jeugd

Het bestuur van het Joods Jongeren Fonds, vlnr: Benjamin Gotlieb, Rosalie van Gelder, Joël Serphos, Chaggai Kon
Het bestuur van het Joods Jongeren Fonds, vlnr: Benjamin Gotlieb, Rosalie van Gelder, Joël Serphos, Chaggai Kon
Het bestuur van het Joods Jongeren Fonds, vlnr: Benjamin Gotlieb, Rosalie van Gelder, Joël Serphos, Chaggai Kon

 

Na anderhalf jaar voorbereiding gaat volgende week het Joods Jongeren Fonds van start. ‘Subsidiegelden blijven vaak onbereikbaar voor jongeren.” 

Voor advocaat Chaggai Kon (30) is het altijd een doorn in het oog geweest: terwijl ‘volwassen’ Joodse organisaties – zoals kerkgenootschappen of Joods Maatschappelijk Werk – gemakkelijk hun weg weten te vinden in subsidieland, blijkt het voor jongeren (18-30 jaar) nog knap lastig om voor een evenement op korte termijn een Joodse subsidie aan te vragen. „De gelden blijven vaak onbereikbaar voor jongerenorganisaties. Niet alleen moet je subsidies lang van tevoren aanvragen, je moet ook rekening houden met verschillende ingewikkelde reglementen. Daardoor blijft beschikbaar geld voor jongeren onbereikbaar. Het speelt natuurlijk mee dat deze groep meestal ongeorganiseerd en ongestructureerd is,” zegt Kon, die zich eerder jarenlang inzette voor onder andere Ijar en Jong Joods. „En dat terwijl jongeren wel degelijk recht hebben op Joodse fondsen. Wij zijn de toekomst.” Daarom is er vanaf volgende week het Joods Jongeren Fonds (JJF), een stichting die ‘een brug moet slaan tussen de subsidiegevers en actieve Joodse jongeren.’ Oorspronkelijk werd de stichting in 2000 opgericht – ten tijde van de verdeling van de oorlogsgelden en de totstandkoming van Maror – maar wist toen geen financiering te bemachtigen. Twee jaar geleden werd Kon op de hoogte gesteld van het slapende bestaan van de stichting en ging hij aan de slag. Samen met drie andere bestuursleden – Joël Serphos, Benjamin Gotlieb en Rosalie van Gelder – heeft Kon het fonds vormgegeven. Zowel Joodse jongerenorganisaties als individuen kunnen een subsidie aanvragen. „We willen laagdrempelig zijn zodat iedereen eenvoudig een verzoek kan indienen. Het streven is om binnen tien dagen alles geregeld te hebben. We hebben het dan over evenementen zoals een feest, een barbecue, een debat of bijvoorbeeld een opening van een Joods studentenhuis,” vertelt penningmeester Benjamin Gotlieb. „De belangrijkste vereiste is dat het een open event is waar minimaal 15 mensen op afkomen.” Inmiddels heeft het JJF van de Stichting Collectieve Maror-gelden een bedrag van 10.000 euro gekregen als pilot. „We gaan ook op zoek naar andere subsidiegevers en donateurs, zodat we als fonds kunnen groeien,” aldus Gotlieb.

Individuen 

Naast een portie subsidiegeld voor organisaties, kunnen Joodse jongeren ook een persoonlijke subsidie aanvragen. Het gaat dan om jongeren die financieel niet in staat zijn om mee te doen aan Joodse activiteiten. „Stel dat er een Israëlreis wordt georganiseerd, en iemand wil graag mee, maar kan het simpelweg niet betalen, dan kan hij of zij een beroep doen op ons fonds. Wij vinden dat iedereen die met een Joodse activiteit mee wil doen dat moet kunnen,” zegt Gotlieb. „Wij vatten het ‘Joods zijn’ dan ook breed op. Iedereen met ten minste één Joodse grootouder kan bij ons terecht.” De individuele subsidies worden echter niet uit de Maror-pot betaald, maar komen van de Stichting Joodse Oorlogstegoeden. Hoeveel dit jongerenfonds in totaal ter beschikking heeft laten de twee bestuursleden liever in het midden. „Zodra het over geld gaat, is er altijd discussie. In ieder geval hebben we voor deze subsidie veel meer dan tienduizend euro. Laat ik het zo zeggen, we hebben zeker genoeg om tien jaar vooruit te kunnen,” zegt Kon, die benadrukt dat er met verschillende bestuurders en vertegenwoordigers van Joodse organisaties uitvoerig is gesproken over de plannen. „In Joods Nederland wordt redelijk wat geld verkwist. Zo veel geld… dat zouden jongeren nooit kunnen opmaken. Als je ze 100.000 euro geeft zijn ze vijftien jaar zoet en kunnen ze gemakkelijker activiteiten neerzetten. En dan nog verkwisten ze lang niet zoveel als de kerkgenootschappen en andere organisaties.” n

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*